De kans om wilde dieren te fotograferen krijg je niet in de schoot geworpen. Met een goede dosis geduld en kennis word je beloond.

Dieren zijn vaak schuw of leven op de meest onbereikbare plekken. De kans om ze te fotograferen krijg je niet zomaar in de schoot geworpen.

Als natuurfotograaf verzet je bergen om de confrontatie te kunnen aangaan met deze boeiende wezens. Maar dat loopt niet altijd van een leien dakje. Dieren stellen je geduld eindeloos op de proef en drijven je tergend tot het uiterste. Vaak is het zelfs onbegonnen werk.

Knettergek
Als natuurfotograaf ben je altijd op zoek naar dat ietsje meer. Daarom vertoef je uren in miezerig vochtige schuilhutjes of lig je lang uitgestrekt in de modder te wachten op dat ene moment.

Sommigen noemen het ‘speciaal’ of vinden het uitermate boeiend, terwijl anderen toch even de wenkbrauwen fronsen en je als knettergek bestempelen. Maar waar houd je nu het best rekening mee, wil je thuiskomen met enkele mooie beelden?

Bereid je voor en wees geduldig
Waar je ook fotografeert, alles begint steeds met een degelijke voorbereiding. Weten waar en wanneer je je onderwerp het best kan ‘strikken’ vergroot je kans op slagen. Ga te rade bij natuurkenners of kenners van het gebied waar je wilt fotograferen. Bestudeer op voorhand de typische eigenschappen van je onderwerp en speel daarop in. Al doe je de beste kennis op door ervaring in het veld, toch bespaart een goede voorbereiding je tijd en onnodige kilometers wandelen of rijden.

Geduld is essentieel in natuurfotografie. Ongeduld levert je niets op. Je besteedt je tijd beter op één goeie plek dan als een kip zonder kop rond te lopen. Wachten is vaak frustrerend, maar geef niet op en blijf proberen: vroeg of laat worden je inspanningen beloond. Geniet vooral van het moment, je resultaten moeten aantonen dat je met volle overgave je onderwerp in beeld hebt gebracht.

Kennis leidt tot respect
Een goede kennis van je onderwerp zal je in eerste instantie helpen om betere beelden te maken. Dat heeft ook alles te maken met respect. Hoe beter je je onderwerp kent, hoe meer respect je ervoor zal opbrengen. Op die manier zal je ook beter kunnen inschatten wat de ‘comfortzone’ van het dier is. En bijgevolg ben je ook in staat betere beelden te schieten.

Probeer de dieren zo min mogelijk te storen. Zeker tijdens de koude winterdagen, wanneer dieren al hun energie nodig hebben om te overleven, kan verstoring ze fataal worden. Een zenuwachtige fotograaf kunnen ze wel missen.

Op foto’s zie je meteen of het dier werd opgejaagd of gespannen oogt, en dat komt je beelden niet ten goede. Wat comfortabel is voor je onderwerp is dus ook in het voordeel van de fotograaf.

Vroeg uit de veren
Dat je vroeg uit de veren moet klinkt als een cliché, maar blijft enorm belangrijk. Vroeg opstaan betekent héél vroeg. Probeer vóór zonsopgang ter plaatse te zijn. Zeker in de lente en de zomer kan dat lastig zijn, maar het is de enige manier om te slagen.

Je beperkt hiermee de verstoring en bovendien kan je genieten van het mooiste licht. Want hoe je het ook draait of keert, licht blijft een van de essentiële elementen in natuurfotografie, het creëert een aparte sfeer in je beelden, en bovendien zijn de dieren tijdens de beste lichtomstandigheden het actiefst.

Standpunt en achtergrond kiezen
Wil je de beste natuurbeelden maken, wees dan niet bang je broek vuil te maken! Veel fotografen hebben de slechte gewoonte om al hun beelden vanuit hetzelfde standpunt te maken, vanaf het statief of gewoon vanuit hun auto.

Wil je een verhaal vertellen, durf dan eens van standpunt te veranderen. En ja, je camera en je outfit worden misschien vuil, maar je krijgt er ongetwijfeld een veel sprekender beeld voor in de plaats. Bovendien krijg je een totaal andere achtergrond, wat zorgt voor een vaak verrassende invalshoek.

Door gebruik te maken van een rustige, diffuse achtergrond (door bijvoorbeeld plat op de buik te gaan) zet je je onderwerp extra in de verf. Door je op het niveau van het dier te begeven wek je bij de kijker bovendien de illusie dat hij of zij midden in de leefwereld van het onderwerp zit.

Compositie niet vergeten
Hoe spannend dieren fotograferen ook is, probeer het hoofd toch koel te houden en houd de omgeving in de gaten. Wat is er te zien, gebeurt er iets in de buurt wat in het beeld opgenomen kan worden, of is er juist iets storends aanwezig wat je beter kan vermijden?

Het komt er vaak op neer heel snel te werken. Verlies daarbij nooit de compositie uit het oog. Geef je onderwerp de nodige ruimte en strik het dier op het juiste moment. Probeer je onderwerp ook op verschillende manieren vast te leggen en fotografeer indien mogelijk het onderwerp in verschillende poses: besteed voldoende aandacht aan een originele compositie.

Het mag vanzelfsprekend klinken, maar een goede kennis van je camera is uiterst belangrijk. Weten wanneer en hoe je bepaalde instellingen aanpast aan de omstandigheden kan het verschil maken wanneer je slechts enkele seconden de tijd hebt om je beeld te maken.

Verstandig lokken met voedsel
Ben je van plan dieren te lokken op een voederplaats, doe dat dan op een verstandige manier. Voor dieren is de winter één lange zoektocht naar voedsel. Een voederplaats is dan ook een welkome verademing voor de dieren en voor de fotograaf een ideale manier om de dieren voor de lens te krijgen.

Als je van plan bent te voederen, stop er dan niet mee als je je beelden hebt gemaakt. Voeder echter ook niet te lang door in het voorjaar, want zo maak je de dieren afhankelijk. Denk aan het totaalbeeld: beelden van vogels op een voederplaats ogen niet steeds natuurlijk. Gebruik daarom fotogeniek materiaal als decor. Een mooi bemost takje of een oude boomstronk voegt veel meer toe aan je beeld.

Om dieren ongemerkt te fotograferen, gebruik je het best een schuilhut. Zeker voor alerte soorten is dit een must. Een vaste schuilhut die de hele winter blijft staan geniet de voorkeur. De dieren raken eraan gewend en voelen zich steeds meer op hun gemak. Bovendien kun je op elk moment kort op de bal spelen en meteen beginnen met fotograferen als bijvoorbeeld het licht goed is.

Welke lens?
Gebruik van een lange telelens is een must, en als het even kan met een zo groot mogelijk diafragma (bijvoorbeeld een 300mm f/2,8 of een 500mm f/4). De beste beelden maak je immers in het zachte ochtend- of avondlicht, bij zwakke lichtomstandigheden dus.

Kortere brandpuntafstanden kunnen ook, alleen zal je dan iets harder moeten werken om dicht bij je onderwerp te komen – wat op zich een leuke uitdaging kan zijn. Moeten we nog zeggen dat gebruik van een statief belangrijk is? Het levert scherpe beelden op en spaart ook je armen…

Profiteren van sneeuw
Sneeuw biedt de fotograaf uitzonderlijke omstandigheden die de essentie van de winter meegeven. Profiteer van sneeuwdagen: de sneeuw op de grond werkt als een groot reflectiescherm en licht de dieren prachtig op.

Reken daarbij niet altijd op de lichtmeter van je camera. Door het felle reflecterende licht wordt de lichtmeter in de war gebracht, waardoor je beelden onderbelicht worden. Hou hier dus rekening mee. Afhankelijk van de situatie moet je al snel één stop overbelichten.

Kijk in je achtertuin
Spectaculaire beelden maak je niet alleen ver van huis. Ook in je achtertuin liggen fantastische mogelijkheden. Sommige plaatsen in binnen- en buitenland zijn enorm populair voor wildfotografie. Daar is niets mis mee, maar probeer deze gebieden niet onnodig te belasten.

Misschien nog leuker zijn je ‘eigen’ plekjes dicht bij huis. Je schiet er unieke beelden en de natuurbeleving is doorgaans veel intenser. Bovendien hoef je je niet steeds ver te verplaatsen en kan je zo meer tijd besteden aan je techniek of onderwerp.


Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.