Zodra de temperaturen onder het vriespunt zakken, gaat voor fotografen een wereld open. Er zijn genoeg mogelijkheden om ijsdetails te fotograferen.

Zodra de temperaturen onder het vriespunt zakken, gaat voor fotografen een nieuwe wereld open. Iedere winter hoop ik weer op langere perioden met nachtvorst, zodat er genoeg mogelijkheden ontstaan om ijsdetails te fotograferen.

Hoewel sneeuw natuurlijk ook genoeg fotografische mogelijkheden schept, is het een spelbreker voor de ijsdetailfotograaf. Een dun laagje sneeuw op een bevroren sloot kan de pret al bederven. Ga daarom zo snel mogelijk op pad zodra er een laagje ijs op het water ligt. Kleine plassen bevroren water voldoen al voor het maken van mooie foto’s van ijsstructuren. Een vijver in de tuin? Ook daar kan je al mee aan de slag.

Als je nog niet over het ijs kunt lopen, dan kun je altijd nog vanaf de kant de ijspatronen aan de oever fotograferen. In het begin van de vorstperiode bieden plasjes bevroren regenwater in karrensporen al heel bruikbare fotomogelijkheden. Je hebt tenslotte voor macrofotografie maar kleine oppervlaktes nodig om tot een aansprekend beeld te komen.

IJskristallen
Heb je je ooit afgevraagd hoe ijskristallen ontstaan? Het begint met een minuscuul stofdeeltje waar zich watermoleculen als kleine kristallen aan hechten. Die vorming verloopt steeds anders, doordat de watermoleculen op elke stof verschillend reageren. Ook wordt de vorm bepaald door luchtvochtigheid, luchtdruk en temperatuur. Stof en vuil op een raam? Kans op ijskristallen. Wil je dus ijskristallen op een ruit fotograferen, dan is niet schoonmaken het devies!

Voor de verscheidenheid aan vormen en lijnen in ijs zijn er tal van oorzaken. Denk bijvoorbeeld aan bellen die ontstaan door opborrelend methaangas, aardwarmte die vrijkomt en algen. De diepte van het water, het soort grond maar ook de snelheid waarmee het water in de grond zakt zijn factoren die invloed hebben op de uiteindelijk vormen en lijnen.

Overbelichten
Hoe tegenstrijdig het nog steeds voor veel fotografen klinkt: witte ijspatronen moet je overbelichten indien deze patronen het merendeel van het beeld vullen. Een belichtingsmeter van een camera gaat ervan uit dat de wereld grijs is – hij is afgesteld op een scène die overeenkomt met 18% grijs.
Fotografeer je een witte scène zonder correctie, dan zal de camera het beeld te donker maken en wordt het ijs dus grijs in plaats van wit.

Via de belichtingscompensatie van je camera is een correctie van 1 tot 1,5 stop meestal voldoende. Controleer echter altijd met je histogram of de belichting goed zit. Handig is ook om de hogelichtenfunctie op je camera te activeren via het menu. Zodra er witte delen zijn die door verkeerde belichting overbelicht zijn geraakt, word je middels knipperende delen op het schermpje gewaarschuwd.
 

Heeft het ijs echter een meer grijzige of donkerdere tint, dan kan je op de belichtingsmeter vertrouwen en hoef je geen correctie toe te passen. Indien je een ijsbrokje fotografeert waar het laatste zonlicht doorheen valt en waarbij de achtergrond zich in de schaduw bevindt, dan is het raadzaam om 1 tot 2 stops onder te belichten; of nog beter, de spotlichtmeetfunctie van de camera te gebruiken.

Daarmee meet je het licht in een gebied van 2 tot 8 procent van het beeld in plaats van over het gehele beeldveld. Meet dan het licht op het ijsbrokje of ijspegel en die zullen dan goed belicht worden.

Gebruik een draadontspanner
Indien je een ijspatroon van bovenaf fotografeert, is het belangrijk om je camera parallel met het ijs te plaatsen, omdat je dan de kans vergroot dat de scherpte over het hele beeld loopt. Bij dit soort beeld is een lichte onscherpte naar de randen namelijk over het algemeen storend.

Gebruik daarnaast een klein diafragma als f/11 om de scherptediepte te vergroten. De sluitertijden zullen daardoor langer worden. Indien de sluitertijd langer dan 1/100 wordt, is het gebruik van een draadontspanner of afstandbediening aan te raden, zelfs als je met statief fotografeert. Bij relatief lange tijden kan immers het indrukken van de ontspanknop zelf voor onscherpte in het beeld zorgen. Heb je geen draadontspanner bij je, dan kun je altijd nog de zelfontspanner gebruiken om trillingen te voorkomen.

Standaard staat de looptijd van de zelfontspanner op 10 seconden. Vaak kun je de looptijd van de zelfontspanner verminderen naar 2 of 5 seconde. Prima te gebruiken, want de trilling door het afdrukken is na die paar seconden al uitgewerkt.

Voorkom buitelingen met grips
Na de eerste nachten met vorst zijn over het algemeen al kleine plasjes water bevroren. Bijvoorbeeld in karrensporen waar water in achtergebleven is, zijn dan al vaak mooie ijspatronen te fotograferen.

Heeft het hard genoeg gevroren zodat het veilig is om het ijs op te gaan, dan heb je heel wat meer kansen om leuke details te vinden. Pas echter wel op dat je niet met camera en al uitglijdt. Om dit soort ongewenste buitelingen te voorkomen, heb ik onder mijn schoenen speciale grips gebonden. Die zijn bij de meeste buitensportzaken te koop, en ook handig om mee in de sneeuw te lopen.

Daarnaast gebruik ik mijn statief als een extra steun, waarbij ik dan een poot heb uitgeschoven. Ik heb dan het rubberen voetje aan de onderkant van mijn statief omhoog gedraaid, waarbij een spike of pin tevoorschijn is gekomen. Daarmee heb je nog meer steun op het ijs. Let wel op wanneer je met de speciale grips of met het statief over het ijs loopt: je zult maar per ongeluk een mooi ijsdetail beschadigen. Voorzichtig lopen en goed kijken waar zich interessante ijsdetails bevinden, dat is het devies.
 


Welk objectief kies je?
Voor veel beelden van ijsdetails is een standaardzoomobjectief met een macrostand al prima bruikbaar. Over het algemeen heeft zo’n macrostand een afbeeldingsmaatstaf van 1:4 tot 1:2 en daar zijn al relatief kleine vlakken ijs mee vast te leggen.

Ideaal zijn echter de macro-objectieven van 50 mm tot zo rond de 100 mm. Het voordeel van deze objectieven is de grote afbeeldingsmaatstaf die hiermee bereikt wordt, meestal tot 1:1. Een voorwerp wordt daarbij op ware grootte op de sensor geprojecteerd. Daarnaast zijn deze objectieven optisch gecorrigeerd voor het dichtbijgebied en leveren ze daardoor een veel hogere scherpte op bij macrofotografie.

Ik werk al vele jaren tot mijn volle tevredenheid met een 90mm-macrolens van Tamron. Een lichte lens die ragscherpe macrobeelden oplevert. Langere brandpunten boven de 100 mm zijn minder geschikt, zeker op camera’s met een cropsensor. Aangezien je meestal vanaf statief naar beneden fotografeert, is de afstand tussen je camera en het ijs gewoon te klein.

Bij grotere vlakken met ijsdetails moet je iets verder van je onderwerp af werken, en met bijvoorbeeld een 200mm-macrolens kom je dan niet ver genoeg van je onderwerp. Je kunt toch moeilijk met een ladder het ijs op gaan!

Reflecties weghalen met een polarisatiefilter
Veel fotografische filters en effecten zijn tegenwoordig met fotobewerkingssoftware als Adobe Photoshop of Lightroom te verwezenlijken. Maar een filter die niet door software is te vervangen, is het polarisatiefilter. Met een polarisatiefilter kun je reflecties in spiegelende vlakken zoals ijs reduceren of weghalen.

Bij landschapsfotografie werkt het filter optimaal bij een hoek van 90 graden ten opzichte van de as van de lens, met de zon in de rug dus. Ook gaat dit verhaal op bij het verminderen van spiegelingen. In een schuine hoek tegen het ijs werkt het polarisatiefilter dus, maar niet als men van boven naar beneden op het ijs fotografeert. Ook zorgt het filter voor meer intense kleuren.

Statief is onontbeerlijk
Wanneer ik ijsdetails van bovenaf fotografeer, gebruik ik altijd een statief. De gebogen houding van de fotograaf met de camera naar beneden gericht levert veel meer trillingen op, zeker ook indien je nog iets lager moet werken dan rechtopstaand. Die trillingen kunnen weer voor onscherpte zorgen. Met kleinere diafragma’s als f/11 zijn de sluitertijden veelal te lang om uit de hand nog een scherpe opname te kunnen maken.

Een statief zorgt dan voor een trillingsvrije en stabiele situatie waarin je haarscherpe opnamen kunt maken. Als mijn camera op statief staat, kan ik ook veel rustiger werken, waardoor ik meer aandacht neem voor de compositie. Een statief dat zeer laag geplaatst kan worden is in het voordeel als het gaat om zeer kleine ijsdetails.
 

Leg je camera op een plastic zak op de bodem, zodat smeltende sneeuw geen schade kan aanrichten.

Ik fotografeer zelf graag vanaf een Gitzo GT 4542-statief met een Gitzo-balhoofd GH 3780 QR. Bij dit statief kan ik de statiefpoten horizontaal plaatsen. Ideaal om dan boven op het ijs de kleinste details vast te leggen met de camera net boven het ijs.

Nekpijn voorkomen met een hoekzoeker
Bij fotografie van ijskristallen laag over de sneeuw leg ik bij voorkeur de camera op de bodem. Hierdoor ligt de achtergrond verder weg en wordt die daardoor meer onscherp weergegeven. Tevens wordt de voorgrond meer onscherp weergegeven en ligt de nadruk op het ijskristal. Een probleem doet zich echter voor: je nek hou je onmogelijk lang in deze positie. Om een pijnlijke nek te voorkomen gebruik ik mijn favoriete ‘laagbijdegrond’-attribuut: de hoekzoeker.

Dit attribuut monteer je op het oculair van de camera en laat je van bovenaf, onder een hoek van 90 graden door de zoeker van je camera kijken en hierdoor je nek in een meer acceptabele positie houden. Bezuinig niet bij de aankoop van een hoekzoeker. Bij veel B-merken is de scherpte slecht te beoordelen, met name aan de zijkanten van het beeld.

Omdat de camera letterlijk op de bodem ligt is het mogelijk om met relatief lange tijden als 1/30 seconde nog scherpe beelden te maken. Om te voorkomen dat smeltende sneeuw schade aanricht aan camera of objectief, leg ik die altijd op een plastic zak. Eventueel kun je ook een klein zakje met granulaatkorrels gebruiken om je camera op te leggen. Druk de camera goed aan en je kan met lange tijden aan het werk.

De hoek en het lichtgebruik
Licht is belangrijk in fotografie; het kan een foto maken of breken. Landschapsfotografen maken bijvoorbeeld vooral gebruik van het eerste of het allerlaatste licht en het grootste deel van de dag fotograferen ze simpelweg niet. Ook bij fotografie van ijsdetails, ijskristallen en ijspegels is licht van belang. Bij ijsdetails waarbij je parallel vanaf statief boven het ijsvlak fotografeert, moet je vooral op reflecties letten die kunnen storen of de kleurweergave kunnen verminderen.

Om storende reflecties van de lucht (ook op bewolkte dagen) of van mezelf in het ijsvlak te voorkomen, gebruik ik een simpel stuk geplastificeerd karton. Dat houd ik dan boven mij en het ijsvlak en het werkt prima tegen reflecties. Een formaat van 30 bij 45 centimeter is meestal voldoende om het te fotograferen ijsvlak af te schermen van de lucht. Het resultaat van zo’n stuk karton boven het ijs is zeer frappant. Zodra je het boven het ijs houdt, zie je veel meer detail en ontstaat er ook veel meer kleur.

Bij fotografie van ijskristallen en ijspegels werk ik graag met het eerste of het laatste daglicht omdat dat voor warmere tinten zorgt. En dan met name met tegenlicht, om gebruik te maken van de relatieve transparantie van het ijs. Prachtige effecten worden zichtbaar zodra het eerste of laatste zonlicht door het ijs valt. Probeer ook tijdens het fotograferen een stukje naar links of naar rechts te schuiven. Dat heeft meteen invloed op de lichtval in het ijs en zorgt dan weer voor een ander en misschien wel mooier effect.
 


 

IJskristallen op een ruit bieden ook een oneindige variatie aan mogelijkheden omdat er vaak verschillende patronen op te vinden zijn. Ook hier biedt het eerste zonlicht mooie mogelijkheden. Je moet ook snel zijn met fotograferen omdat de kristallen vlug verdwijnen als het glas opwarmt. Een donkere achtergrond achter de ruit met kristallen, bijvoorbeeld zwart karton, laat vaak ook de vormen en structuren beter uitkomen.

Het blauwe uurtje
Indien je de lichte ijspatronen een meer blauwe tint wilt geven, is het blauwe uurtje bij uitstek geschikt. Deze periode (net voor zonsopkomst en net na zonsondergang) wordt het blauwe uurtje genoemd, omdat er veel blauw licht aanwezig is.

Helaas duurt het blauwe uurtje in de winter geen uur, maar vaak niet meer dan tien minuten. Ook is de intensiteit van de blauwe tint zeer variabel. Het effect is optimaal wanneer er geen bewolking is. De blauwe tint van de lucht reflecteert dan ook goed in het ijs.

Wij compenseren die blauwe tint voor een deel met onze hersenen. Daarom is, als je achteraf de beelden bekijkt, het effect vaak des te verrassender. De blauwe tint geeft een gevoel van koude en geeft de sfeer prima weer, waardoor het beeld een hogere attentiewaarde krijgt.

[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi200712170770.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi200712170722.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi2012020924.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi200712171103.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi20120206124.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi200712170604.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi200712170694.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webdsc0104.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi200712170949.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi20100101112.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi2011031177.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2013/03/127801_webegi2012021219.jpg” caption=”Ga op het ijsoppervlak op zoek naar mooie details. Kijk wel uit dat je ze niet vertrapt.||De eerste vorstperiode is de beste tijd om te fotograferen, omdat er dan nog geen rijp op het ijs ligt.||Bij fotografie van ijskristallen leg je de camera op de bodem. Liefst op een plastic zak zodat smeltende sneeuw geen schade aanricht.||In ijs tref je de vreemdste driedimensionale structuren aan.||Je plaatst de camera het best parallel met het ijs.||Structuren in het ijs leveren abstracte beelden op.||De reflectie van de zon zorgt voor een mooie zilvergrijze tint.||Luchtbellen in het ijs.||||||Voor de verscheidenheid in vormen en lijnen in ijs zijn er tal van oorzaken.||”]

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.