In het tweede deel van onze workshop over kleurbeheer bekijken we het toestel waarop je je foto's beoordeelt en bewerkt: het beeldscherm.

In het tweede deel van onze workshop over kleurbeheer bekijken we het toestel waarop je je foto’s beoordeelt en bewerkt: het beeldscherm.
In deel een van deze workskop hebben we uitgelegd hoe je ervoor zorgt dat je in je werkplek de afdrukken op de juiste manier kan beoordelen. Belangrijk hierbij is dat je een betrouwbare en stabiele lichtbron hebt, die je kleurwaarneming niet verkeerd beïnvloedt. In dit tweede deel bekijken we hoe je het beeldscherm zo afstelt dat je de weergave op het scherm zo nauwkeurig mogelijk kan vergelijken met het afgedrukte beeld.
Welk beeldscherm is geschikt?
In principe is elk beeldscherm kalibreerbaar, maar dat wil niet zeggen dat je met elk scherm goede resultaten zal halen. Goedkope beeldschermen hebben vaak, zelfs na kalibratie, nog een lichte magenta zweem die niet weg te halen is. Daardoor zijn deze schermen niet ideaal om betrouwbaar kleurcorrecties mee uit te voeren.
Ook laptopschermen zijn kalibreerbaar, zelfs al kan je alleen maar de helderheid aanpassen. Bij deze schermen krijg je een iets kleiner kleurbereik, vooral in het rode gedeelte, waardoor ze niet ideaal zijn voor kleurkritische toepassingen. Als je een laptop gebruikt, kan je er het best een extern scherm aanhangen om je fotobewerkingen of lay-outwerk te doen.
Als je een scherm kiest, moet je vooral letten op de verticale en horizontale kijkhoek. Als deze te klein is, verandert het contrast van het beeld met de minste beweging van het hoofd, wat betrouwbaar werken bemoeilijkt. De nieuwere wide-gamut-schermen hebben een kleurbereik dat (bijna) de kleurruimte Adobe RGB omvat, maar toch zal je ze nog moeten kalibreren.
Hoe kalibreer ik mijn scherm?
Het kalibreren van het beeldscherm heeft als doel het scherm in een controleerbare, herhaalbare en neutrale toestand te brengen. Net zoals een slager of een bakker regelmatig zijn weegschaal moet laten ijken om ervoor te zorgen dat deze het juiste gewicht toont, moet een beeldscherm geijkt worden opdat de kleuren op de juiste manier weergegeven worden.
Een beeldscherm kalibreren kan nooit op het zicht. De mens kan niet objectief naar kleur kijken, altijd zullen externe factoren de kleurwaarneming beïnvloeden. Daarom zijn softwarematige oplossingen zoals Adobe Gamma en de meegeleverde kalibratietools in Windows 7 of Mac OS X totaal onbruikbaar. Je zal dus moeten investeren in de nodige hardware.
 

 
Afhankelijk van je wensen kan dit vrij betaalbaar zijn. Laat je echter niet verleiden door heel goedkope apparaten, want vaak hebben deze niet de mogelijkheid om de juiste parameters in te stellen. Vraag desnoods aan de verkoper om het apparaat te demonstreren. Als je de kleurtemperatuur (witpunt) niet kan kiezen, of je kan de helderheid (luminantie) niet zelf aanpassen, dan is het apparaat niet geschikt.

Er zijn twee soorten kalibratie-apparaten: de colorimeters, waarmee je alleen het scherm kan kalibreren en de fotospectrometers, waarmee je ook printerprofielen kan opmeten. De laatste soort is zeker voor professionele fotografen ten zeerste aan te raden.
Momenteel zijn de best bruikbare apparaten de XRite Eye-One Display 2, de  XRite Eye-One XT (professioneel), de Datacolor Spyder 3 Elite, de ColorMunki Photo of de ColorMunki Design (semiprofessioneel). Bij deze apparaten zit ook de software die je nodig hebt.
 

In de software bij het kalibratie-apparaat stel je de gewenste waarden voor witpunt, gamma en luminantie in.
 
Het witpunt of de kleurtemperatuur
Als je gaat kalibreren, is het de bedoeling dat je het scherm zo afstelt dat het overeenkomt met je werkomgeving of de plaats waar je de afdrukken zal beoordelen.
De eerste belangrijke parameter die je in de kalibratiesoftware moet ingeven is meestal het witpunt of de kleurtemperatuur.
Met sommige apparaten kan je de kleurtemperatuur van je werklicht meten, maar dat is niet altijd een voordeel. Een scherm kan zelden lager dan 4000 K gekalibreerd worden en licht van halogeenlampen of spaarlampen is meestal 2800 tot 3000 K. In die situatie heb je dus niets aan de meting van het omgevingslicht.
Dat is ook de reden waarom je op je werkplek beter standaardlicht gebruikt: normlicht van 5000 K of 6500 K. Wat je kiest is een beetje smaakgebonden. Wil je heel sterk wit, dan krijgt 6500 K de voorkeur, maar 5000 K ligt het dichtste bij de kleur van zonlicht en bij de realiteit in een woonkamer. Het is ook veel aangenamer om in te werken.
Het kan zijn dat in bepaalde software de term D50 gebruikt wordt. Dat is een afkorting die staat voor Daylight, 5000 K.
De gammawaarde
De gammawaarde bepaalt het contrast waarmee het beeld op je scherm getoond wordt. Hoe lager deze waarde ligt, hoe harder de overgang van licht naar donker zal verlopen. Tot voor kort bleef er een hardnekkig misverstand heersen als zou je een Windows-computer op gamma 2,2 moeten kalibreren en een Mac op gamma 1,8. Niets is minder waar. Het was wel zo dat als je het scherm niet kalibreerde de gamma op beide systemen anders was.
In de praktijk is al vele jaren geleden gebleken dat gamma 2,2 op alle computers het best overeenkomt met de overgang van een gedrukte grijstrap. Sinds Snow Leopard (Mac OS X 10.6) staat de gamma ook op de Mac standaard op 2,2.
Bij de meeste apparaten kan je de gamma zelf nog instellen. Je zal dan soms zien dat er achter 2,2 het woord recommended staat. Dit is inderdaad de aanbevolen waarde. De ColorMunki Photo of Design geeft je zelfs deze keuze niet meer en gebruikt standaard de waarde 2,2. Voor spelletjes en video kan je een andere gammawaarde kiezen.
De luminantie
De luminantie geeft de helderheidsindruk aan van een beeldscherm. De bedoeling is dat deze helderheidsindruk zo goed mogelijk overeenkomt met de helderheidsindruk van je afgedrukte foto onder het standaard beoordelingslicht.
Dit onderdeel is het moeilijkste, omdat de meeste apparaten dit niet exact kunnen meten.
Je kan bij sommige apparaten wel de sterkte van je omgevingslicht meten, maar daarmee heb je nog geen exacte luminantiewaarde.
Elk beeldscherm staat fabrieksmatig zo helder afgesteld dat spelletjes en video genoeg details kunnen tonen in de donkere beelddelen. Voor kleurbeheer is deze eigenschap niet bruikbaar. Papier geeft geen licht en een beeldscherm wel.
Daarom moet je de helderheid van je scherm drastisch verminderen om een met papier vergelijkbaar beeldresultaat te halen. Je zal dan veel minder details in de donkere partijen kunnen waarnemen. Maar dat is goed, want op je afdruk zal je die details ook amper zien.
Als je bijvoorbeeld een Philips Graphica Pro 950 van 18 watt op ongeveer 60 cm van je werktafel hangt, dan zal je een vergelijkbare luminantie van ongeveer 120 cd/m2 (candela per vierkante meter) kunnen gebruiken. Hang je twee lampen van 36 watt op 2,50 m hoogte aan je plafond, dan heb je nog maar een luminantie van 65 à 75 cd/m2. Dat is echt wel donker.
Daarom is het pendelsysteem dat we in het vorige deel voorstelden een heel handige oplossing. Als je het scherm naar een bepaalde luminantie hebt gekalibreerd, kan je de helderheidsindruk van je afdruk aanpassen door de lamp hoger of lager te hangen, naargelang het beeld op het scherm donkerder of helderder lijkt dan op de afdruk. Als je een lichtkast met dimmer hebt, kan je de sterkte van de lampen verminderen tot een vergelijkbare helderheid.
Belangrijk is in elk geval dat je het scherm niet te helder maakt. Als na de toepassing van kleurbeheer je afdrukken te donker zijn, dan betekent dat gewoon dat je scherm te helder staat.
Met de ColorMunki Photo of Design kan je een meting van je werklicht uitvoeren die een vrij goeie benadering van de juiste luminantie oplevert.
De kalibratie
Als je de drie parameters op de juiste manier gekozen en ingesteld hebt, kan je beginnen met kalibreren. Sommige beeldschermen ondersteunen een hardwarematige kalibratie. Dat wil zeggen dat het beeldscherm zelf automatisch afgeregeld wordt.
Soms moet je met behulp van het ingebouwde schermmenu – het OSD of on-screen display –  je contrast, kleurkanalen en helderheid bijregelen tot de software de juiste balans meet. Soms neemt de software de volledige controle van je scherminstellingen over. Dat heet push-button-kalibratie.
Maar dergelijke hardwarematige kalibratie wil niet zeggen dat je dat scherm dan zomaar aan een andere computer kan hangen. Er zullen namelijk ook altijd kleine correcties in de curven van de beeldkaart uitgevoerd worden. Een kalibratie is dus enkel geldig voor de combinatie beeldscherm-computer waarop ze uitgevoerd werd.
Als je niet over instelmogelijkheden op je scherm beschikt, dan kan je alleen maar een softwarematige kalibratie uitvoeren. Dat betekent dat alle nodige correcties in de beeldkaart van je computer uitgevoerd worden. Op zich levert dat een even goed resultaat op als bij een hardwarematige kalibratie. Het kan wel handig zijn dat je het scherm al instelt op een kleurtemperatuur die zo dicht mogelijk bij de gewenste kleurtemperatuur ligt, zodat er zo weinig mogelijk aanpassingen in de beeldkaart moeten gebeuren.
Soms wordt beweerd dat bepaalde beeldschermen al in de fabriek gekalibreerd werden. Dat mag dan zo wel zijn, maar je zal toch zelf nog moeten herkalibreren als je een juiste kleurweergave wil.
Profielen
Nadat het scherm gekalibreerd is, wordt er ook nog automatisch een profiel van gemaakt. In een tabel wordt vastgelegd welke kleuren het scherm kan weergeven – de gamut of het kleurbereik – en op welke manier, met welke RGB-waarden, deze kleuren op het scherm geproduceerd worden. Dat profiel wordt automatisch in de juiste map opgeslagen en wordt voortaan door het besturingssysteem gebruikt om de kleuren van je foto op de juiste manier naar het beeldscherm te vertalen.
Let op! Als je verschil ziet tussen een beeld in Windows Verkenner en in Photoshop of Lightroom, dan is dat niet omdat je schermprofiel niet herkend werd. Dat betekent gewoon dat de oude Windows Verkenner geen ingesloten profielen kan gebruiken en omzetten.
Als alles goed verlopen is, heb je nu een beeldscherm dat kleuren toont zoals ze moeten zijn. Je kan ervoor zorgen dat je scherm dat consequent blijft doen door regelmatig opnieuw te kalibreren. Een lcd-scherm waarvan de hardware-instellingen niet gewijzigd worden kan maanden zonder nieuwe kalibratie gebruikt worden. Maar, zeker is zeker, vooral als je zelf afdrukt.
In het volgende deel van deze workshop hebben we het over het profileren van printers en het gebruik van printerprofielen.
 

De beeldschermkalibratie zorgt ervoor dat kleuren betrouwbaar worden weergegeven op je scherm. In deel 3 hebben we het over het kalibreren van printers, zodat de kleuren van de afdruk overeenstemmen met wat je op het scherm ziet.
[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/14/118866_1.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/14/118866_2.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/14/118866_3.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/14/118866_5.png” caption=”Alleen door kalibratie kan je ervoor zorgen dat de weergave op het scherm (links) en de afdruk (rechts) zo goed mogelijk overeenstemmen.||Omdat de mens niet objectief naar kleur kan kijken, moet je investeren in hardware.||In de software die bij het kalibratie-apparaat zit, stel je de gewenste waarden voor witpunt, gamma en luminantie in. Zoals je op de screenshots ziet, verschilt de manier waarop dat moet.||De beeldschermkalibratie zorgt ervoor dat kleuren betrouwbaar worden weergegeven op je scherm. In deel 3 hebben we het over kalibreren van printers, zodat de kleuren van de afdruk overeenstemmen met wat je op het scherm ziet.”]

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.