Na een lange reis is het vaak niet eenvoudig om te achterhalen waar je die ene foto precies gemaakt hebt. De oplossing heet geotagging: de geografische coördinaten toevoegen aan je foto. Wij tonen hoe je dit doet.

Geotagging als geheugensteun voor je fotolocaties

Dankzij GPS-technologie rijd je niet meer verloren op weg naar een nog onbekende fotolocatie. Maar je kan de navigatiesatellieten ook gebruiken om vast te leggen waar je een foto precies hebt gemaakt. Daar bestaan verschillende manieren voor. Wij gaan aan de slag met de Jobo PhotoGPS.

De Jobo PhotoGPS (159 euro) is een GPS-ontvanger die op de flitsschoen van een camera past. Hij werkt dus met camera’s van alle merken, en ook met compactcamera’s die een flitsschoen bevatten. Er is geen grendeltje om de PhotoGPS vast te zetten op de flitssschoen.
Op onze camera bleef het apparaat netjes op z’n plaats, maar Photoshop-goeroe Scott Kelby had er minder prettige ervaringen mee. Een opzetflitser kan je niet gebruiken in combinatie met de PhotoGPS.

Het toestel bevat een herlaadbare batterij. Om die op te laden, sluit je de PhotoGPS met de meegeleverde usb-kabel aan op je computer. Na twee uur is het laden voltooid. De batterij gaat volgens Jobo lang genoeg mee voor het maximaal aantal positiebepalingen dat in het geheugen past: 1.024 opnames. Zit je aan dat maximum, dan moet je de PhotoGPS weer aan je pc hangen om de GPS-logs te downloaden en om de batterij te herladen.

Wanneer de PhotoGPS op je camera staat, is hij bijna ogenblikkelijk klaar voor gebruik. Je hoeft dus niet zoals bij andere GPS-trackers te wachten tot hij je positie heeft bepaald, wat bij een koude start meerdere minuten kan duren. Dat komt doordat de PhotoGPS alleen de ruwe signalen van GPS-satellieten registreert. Telkens wanneer je een foto maakt, slaat het toestel razendsnel het GPS-signaal op, wat maar een fractie van een seconde duurt. Een groen lichtje toont dat het signaal werd opgetekend.

Wanneer je geen foto’s maakt, verbruikt het toestel amper stroom, en toch is het meteen klaar voor de volgende foto. Eenmaal thuisgekomen moet je de satellietsignalen vertalen naar geografische locaties, en die koppelen aan je foto’s. Daarvoor gebruik je de meegeleverde PhotoGPS-software. Die werkt onder Windows en Mac OS X.

1. GPS-coördinaten importeren

Om je foto’s te geotaggen, kopieer je ze eerst naar een map op je harde schijf. Sluit de PhotoGPS met de usb-kabel aan op je pc en start de PhotoGPS-software. Klik op Import GPS Captures om de GPS-gegevens in te lezen. De software maakt nu verbinding met een server die de satellietsignalen vertaalt in geografische coördinaten (lengte- en breedtegraad) en in een adresbepaling tot op straatniveau. Je krijgt ook een hoogtebepaling te zien, maar die is niet betrouwbaar: de dijk van de Leuvense vaart bleek zich op dezelfde dag zowel 18 meter onder als 28 meter boven het referentieniveau te bevinden…

2. Foto’s koppelen

Duid nu bij Source de folder aan waarin de foto’s opgeslagen zijn die je wil taggen. De software toont een preview van elke foto. Op basis van het tijdsinterval tussen opnames probeert de software de foto’s te koppelen aan de coördinaten. Daardoor is het minder erg als de tijd op je camera niet exact ingesteld staat. Het impliceert wel dat de software minder nauwkeurig wordt als je tijdens het fotograferen opnames wist van de geheugenkaart, want dan stemt het interval tussen foto’s niet meer overeen met het interval tussen GPS-signalen. Je wist dus best geen foto’s op je camera, maar wacht daarmee tot alle foto’s van GPS-informatie voorzien zijn.

3. Foto’s taggen

Als de koppeling gelukt is, zie je bij elke foto het adres en enkele interessante punten (point of interest, POI) in de buurt. Erg zinvol zijn die laatste niet; in onze tests kregen we vooral de namen van horecazaken in de omgeving te zien. Dubbelklik op een foto om de gedetailleerde gegevens te bekijken. Klik in het PhotoGPS-venster op Tag Photos om de coördinaten aan de foto’s toe te voegen. Werk je in JPEG-formaat, dan worden de gegevens direct weggeschreven in de EXIF-informatie van het fotobestand. Werk je in RAW, dan is er meer werk aan de winkel (zie stap 5).

4. GPS-info tonen

Eenmaal de GPS-coördinaten aan je foto zijn toegevoegd, kan je die gaan gebruiken om te tonen waar je foto werd gemaakt. Dat kan in programma’s die dergelijke info herkennen, zoals Google Picasa of Apple iPhoto. Ook websites als Flickr, Panoramio en Locr kunnen GPS-tags gebruiken om je foto’s op een kaart te tonen. De PhotoGPS-software plaatst in de map met je foto’s ook een bestand met de extensie .kml. Wanneer je dat opent in het programma Google Earth, krijg je een kaart te zien met de locaties waar de foto’s gemaakt werden.

5. Wat met RAW?

Bij RAW-bestanden schrijft PhotoGPS de coördinaten niet weg in het fotobestand. In plaats daarvan maakt het een zogenaamd sidecar-bestand met de extensie .xmp. Adobe Lightroom kan met deze sidecar-bestanden overweg. Als je getagde RAW-bestanden in Lightroom importeert, zie je de GPS-gegevens bij de Keyword Tags en de Location-metadata. Werk je met een RAW-editor die geen sidecars herkent, zoals Apple Aperture, dan heb je niets aan de GPS-gegevens. Je zou eventueel in RAW+JPEG kunnen fotograferen, de JPEG-versies taggen en dan beide foto’s in een stack in Aperture bewaren, maar zo wordt het wel erg omslachtig.

6. Alternatieven

De Jobo PhotoGPS is maar één van de mogelijkheden om je foto’s van geografische informatie te voorzien. We zetten enkele andere methodes op een rijtje.

1) Camera met GPS
Digitale camera’s met ingebouwde GPS zijn voorlopig nog een zeldzaamheid. Al in 2007 stelde Ricoh de Caplio 500SE voor, die een eigen GPS-ontvanger bevat en ook via Bluetooth met een externe GPS-module kan communiceren. Vorig jaar kwam de Nikon Coolpix P6000 uit. Als je foto’s van de P6000 op de Nikon MyPictureTown-fotowebsite plaatst, kan je meteen op een kaart bekijken waar ze werden gemaakt.

2) GPS-tracker
Dit soort apparaatjes draag je bij je terwijl je fotografeert. Ze registreren continu je geografische locatie. Nadien moet je het GPS-logbestand van het apparaatje naar je pc downloaden, en met de meegeleverde software de GPS-coördinaten aan je foto’s toevoegen. Zorg ervoor dat de klok van je camera zo exact mogelijk is ingesteld, dan werkt deze methode het vlotst. De Sony GPS-CS3KA is bruikbaar met Sony’s Cybershot-camera’s en Handycam-videocamera’s.

3) GeoSetter
Heb je geen GPS-apparaat, dan kan je ook eigenhandig de fotolocaties aan je foto’s toevoegen met de gratis software GeoSetter. Je selecteert een foto en navigeert in de kaartweergave naar de plaats waar je de foto maakte. Je kan die locatie dan wegschrijven in de foto. Dit is een erg tijdrovende klus, en je moet een olifantengeheugen hebben om van elke foto te onthouden waar je hem maakte.

4) GPS-taggers
Er bestaan ook toestellen die speciaal bedoeld zijn voor geotagging. De ATP GPS PhotoFinder Mini bestaat uit een GPS-tracker die je meeneemt wanneer je gaat fotograferen, en een basisstation met ingebouwde kaartlezer. Het apparaat kopieert de GPS-coördinaten van de tracker naar de foto’s op de geheugenkaart die je in het basisstation plaatst.

5) Draagbare GPS
De meeste draagbare GPS-toestellen kunnen een tracklog bijhouden met de gevolgde route en tijdstempel. Dit logbestand kan je naar je pc downloaden. Met software zoals GeoSetter kan je de coördinaten uit dit tracklog koppelen aan je foto’s. Net als bij GPS-trackers werkt dit alleen als de klok van je camera exact is ingesteld.

6) GPS-ontvanger op camera
Deze toestellen plaats je op de flitsschoen van je digitale reflexcamera, en je verbindt ze met de afstandsbedieningsaansluiting; in het geval van de Nikon GP-1 met de 10-pins-aansluiting. De GPS-coördinaten worden meteen in je foto weggeschreven, wat erg handig is. Je kan echter geen flitser meer op je camera zetten.

 

[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo00b.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo01.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo02.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo03.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo04.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo05.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo06a.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo06b.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo06c.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo06d1.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo06e.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo06f.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo00b_50.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo01_50.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo02_50.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo03_50.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo04_50.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo05_50.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2009/41/SH02_WS_Geo06a_50.jpg” caption=”||||||||||||||||||||||||||||||||||||”]

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.