Anton Corbijn viert zijn zestigste verjaardag met verve. Fotomuseum Den Haag toont dit hele voorjaar 300 popportretten uit het omvangrijke archief van de fotograaf. De expositie 1-2-3-4 is op voorhand een definitief overzicht dat je gezien moet hebben.

Anton Corbijn viert zijn zestigste verjaardag met verve. Fotomuseum Den Haag toont dit hele voorjaar 300 popportretten uit het omvangrijke archief van de fotograaf. De expositie 1-2-3-4 is op voorhand een definitief overzicht dat je gezien moet hebben. Niet alleen omdat het Corbijns persoonlijke selectie is, wie weet is het zijn laatste terugblik op de popfotografie.

Popmuziek staat al jaren op een laag pitje bij Corbijn, die op 20 mei zestig wordt. Wat kun je nog toevoegen als je portfolio barst van essentiële foto's van U2, R.E.M., de Stones, Bowie, Dylan, Cobain, Springsteen en honderden andere goden? Visueel heeft de Nederlander enorme invloed gehad op de hele popwereld, en de erkenning daarvoor is allang binnen.

Een nieuwe film

Corbijns eigen aandacht, en vooral tijd, gaat de laatste jaren dan ook meer uit naar het regisseren van speelfilms. In de herfst van dit jaar verschijnt zijn nieuwste project Life, over acteur James Dean en diens verstandhouding met fotojournalist Dennis Stock. Om zijn filmprojecten te kunnen financieren leverde hij onlangs een reclamespot af voor parfummerk Miss Dior. Maar hoe veelzijdig hij ook is als visueel kunstenaar, de naam Corbijn zal altijd met het woordje fotograaf vergezeld blijven gaan. Portretfotograaf, als het even kan.

De popmuziek heeft hij nog niet helemaal afgezworen. Voor de laatste wereldtournee van Depeche Mode, zijn trouwste klanten, verzorgde hij andermaal het hele podiumdecor. Jaren geleden gaf de Zuid-Hollander echter al aan dat hij popartiesten fotograferen een cliché vindt geworden. Bands fotografeert hij liever niet. Hij maakt uitzonderingen voor de artiesten met wie hij een lijntje onderhoudt. Zo mag bijvoorbeeld Claudia Brücken, in de jaren tachtig de zangeres van de Duitse popgroep Propaganda, nog rekenen op een hoesfoto voor haar nieuwe album. Een oud contact uit de jonge dagen van zijn inmiddels 43-jarige loopbaan.

Survival in Londen

Die loopbaan begon in 1972 met foto's van de symfonische rockgroep Solution op de Grote Markt in Groningen, die Anton maakte met de camera van zijn vader. Ze werden gepubliceerd in het blad Muziek Parade. Hij kwam terecht bij Muziekkrant Oor en werd bekend met foto's van Herman Brood. Maar in 1979 verruilde Corbijn de polder al voor Engeland. Ook al blijven zijn accent en met name zijn artistieke drijfveer stevig in Holland geworteld, en heeft hij momenteel zijn studio en opslag in Den Haag, in veel opzichten is hij een Engels fotograaf.

Waarom Corbijn zijn geluk vond in Londen, legde hij negen jaar geleden uit aan CNN. “Ik voelde me meer verbonden met de Engelse spirit dan met de Nederlandse. Fotograferen en muziek worden in Engeland meer gezien als kunst, en het is er een zaak van leven of dood. In Nederland is het gesubsidieerd, een hobby. In Engeland daarentegen betekent het alles.”

Waarmee de link met zijn latere clientèle meteen is gelegd. Corbijn herkende zichzelf in de Britse popscene, die op dat moment evolueerde van punk naar new wave. Hij maakte kennis met The Slits, Siouxsie and The Banshees, en ook Joy Division uit Manchester, de bron voor zijn film Control. Lang was hij de hofleverancier van de New Musical Express, en ook het glossy magazine The Face publiceerde zijn werk. 

Corbijn en U2

Zijn grote internationale doorbraak beleefde Corbijn met U2. De kennismaking met de mannen uit Dublin is illustratief voor zijn klik met muzikanten. Zij zien Corbijn als een van hen, geen fotograaf van de muziekindustrie – wellicht Antons belangrijkste wapen.

U2 en Corbijn ontmoetten elkaar in 1981 tijdens de eerste Amerikaanse tournee van de band, op een boot op de Mississippi in New Orleans. De fotograaf was er in opdracht van NME.

U2 was snel van hem onder de indruk. “Vooral omdat hij”, zo herinnert drummer Larry Mullen zich, “gave foto's had gemaakt van Joy Division. Er was meteen sprake van een band tussen ons. Een relatie die jaren heeft standgehouden. Hij is een van de beste fotografen.”

'Wat je zou kunnen zijn'

Op de boot trakteerde Corbijn de band op een rondje, en de basis voor een vriendschap werd gelegd, vooral met Bono. “Antons visie zou ons behoorlijk beïnvloeden”, zegt de zanger in het boek U2 by U2. “Hij herkende de spirit van de band en leerde ons risico's te nemen bij fotosessies. We hebben echt van alles gedaan voor Anton. We zijn in ons nakie gefotografeerd, we hebben pruiken en make-up gedragen. Maar vreemd genoeg is de lol die we altijd met hem hadden zelden vereeuwigd omdat hij een heel andere kijk op fotograferen heeft. Hij probeert je niet te vangen zoals je bent, maar hij probeert uit te beelden wat je zou kunnen zijn.”

Volgens Bono zijn de foto's van Corbijn heel indrukwekkend, terwijl de band zelf dat juist niet is. “Daar leefde hij zich in uit – hij vond de juiste beelden voor de songs. Anton nam foto's die meer op onze muziek leken dan op de muzikanten.”

Enscenering

Om dat te bereiken nam Corbijn groepen mee op locatie, in plaats van naar de studio. Corbijn ziet en fotografeert snel, maar de voorbereiding en enscenering voor zo'n sessie op locatie zijn soms nauwgezet. De totstandkoming van de hoesfoto van het album The Unforgettable Fire uit 1984 is een treffend voorbeeld. Corbijn zette de band voor een ruïne aan de westkust in Ierland, wat een bijna mythisch beeld heeft opgeleverd. Maar hij kopieerde daarbij een foto van het voormalige kasteel op de omslag van het boek In Ruins: The Once Great Houses of Ireland. Anton schoot zijn foto vanuit dezelfde hoek en met hetzelfde filter. Het enige verschil vormden de U2-leden voor de ruïne. Dit kostte U2 uiteindelijk een hoop geld. De fotograaf beloofde dat hij het nooit meer zou doen.

The Unforgettable Fire werd echter een groot succes, en de hoesfoto's speelden daar een belangrijke rol in. Dat gold nog meer voor opvolger The Joshua Tree, de bestverkochte U2-plaat. Corbijn nam de band mee de woestijn in, opnieuw een lange zoektocht naar de ideale locatie voor zijn ideeën. De fotograaf kon er zich helemaal in uitleven. Als tiener was hij zelf gefascineerd door platenhoezen. Zijn kijk op de wereld vanuit het gereformeerde Strijen, bijna een eiland bij het Hollandsch Diep, werd door hoeskunst gevormd.

Depeche Mode

Toch prijken al enige tijd geen Corbijn-foto's meer op albums van U2. De fotograaf werd vaak het vijfde U2-lid genoemd, maar de relatie met de band lijkt wat verwaterd. Bono klaagde enkele jaren geleden in een documentaire dat de band eind jaren tachtig, na The Joshua Tree en Rattle and Hum, een doodserieus imago had. Insinuerend dat Antons beelden daar een rol in speelden. Misschien dat dit probleem toch meer bij de band zelf lag. In veel andere popportretten van Corbijn zit immers de nodige humor.

Wel helemaal overeind gebleven tot op vandaag is de samenwerking met die andere enorme band: Depeche Mode. Deze relatie gaat veel dieper en verder; hier kun je met recht zeggen dat Anton het extra bandlid is. Niet alleen maakt Corbijn nog steeds foto's voor de hoezen, hij regisseert de clips, verzorgt de podium-visuals en filmt de show voor een live-dvd. Corbijns geschiedenis met Depeche Mode wordt dan ook als één Gesamtkunstwerk vertoond in het Fotomuseum.

Bonus: The Slits

Verder draait de expositie om Corbijn als fotograaf. We zien er in totaal driehonderd beelden die hij zelf selecteerde. Een deel ervan is niet eerder voor publiek getoond. Bijvoorbeeld de foto's van het Londense damespunktrio The Slits, dat zich voor zijn debuutalbum topless liet fotograferen door Pennie Smith. Corbijn ging in 1980 mee op tournee voor een nieuwe albumhoes. Hij nam de dames (zeven jaar vóór U2) mee de woestijn in. Maar zangeres Ari Up voelde zich er niet op haar gemak om al haar kleren uit te trekken. De zoektocht naar een geschikte omgeving leidde uiteindelijk tot een shoot op Malibu Beach, met vriendin Nina Hagen erbij. Een reportage van dit onbekende werk met The Slits is in Den Haag te zien.

De omgeving

In het Fotomuseum laat Corbijns stijl zich nog eens goed optekenen. De typerende grove korrel en sterke contrasten zijn bekend. Het op locatie fotograferen, een van zijn handelsmerken, werd in de popmuziek maar weinig gedaan. Hij plaatste de muzikanten in een omgeving die voor de band nooit voor de hand zou liggen.

De keuze voor zwart-wit maakt de beelden én de artiesten tijdloos. Corbijn weet de sterren telkens te bewegen om een andere, onverwachte kant van zichzelf te laten zien. Dat lukt hem omdat hij een band schept met de artiest, als een soort familielid.

Hiermee verschafte Corbijn honderden rocksterren een artistieke visuele identiteit. Zoals Bono zei: hij fotografeerde onze muziek. Maar niet alle muzikanten hebben een diepgaande analyse van Corbijns kunst nodig. Hoe eenvoudig het kan zijn, werd samengevat door Metallica toen Corbijn hen fotografeerde met Lou Reed: “Jij laat ons er cool uitzien”.

Iemand zijn

Zelf lijkt Corbijn amper onder de indruk van al die wereldsterren. De suggestie dat hij te serieuze beelden maakt, gaat dan ook veel te ver. Dat bewijst bijvoorbeeld zijn zelfportretserie a.somebody uit 2001-2002, waarin hij zichzelf grappig vermomde als een aantal dode poplegendes. Steeds tegen het decor van Strijen – zijn eigen omgeving – waar de helden nooit waren geweest maar zijn gelovige ouders het wel altijd hadden over de dood.

Maar hoe onbewogen hij ook kan overkomen als het over zijn contact met de muzikale groten der aarde gaat, er schuilt wel degelijk een persoonlijke ambitie achter het fotograferen van sterren. “Van huis uit kreeg ik mee dat je altijd op de achtergrond moest blijven. Maar ik ontdekte later dat ik altijd iemand had willen zijn, en met mijn werk kom ik dichter bij de mensen die dat bereikt hebben”, zo zegt hij over de zelfportretten. Het doel om zelf zo iemand te zijn, is natuurlijk allang bereikt.

Slotakkoord?

Is 'Anton Corbijn, 1-2-3-4' daarmee het slotakkoord van zijn fotografie voor bands, een afronding? Mogelijk wel, de zelfportretserie droeg al een statement dat hij het minder serieus is gaan nemen. Bovendien zijn er niet veel nieuwe bands van passend, hoog artistiek niveau. Zelf merkte Corbijn in het blad L'Officiel Hommes onlangs op dat het mysterie is verdwenen in de popfotografie. Dat komt dan vooral door internet, waarop alles binnen enkele seconden te vinden is. Dat gegeven staat in groot contrast met de vragen oproepende hoesfoto's van popplaten uit de jaren zeventig en tachtig waar hij zelf door geïntrigeerd raakte.

Deze opmerking over het verdwenen mysterie klinkt misschien paradoxaal. Mysterie is nou nét wat Corbijn zelf aan vele artiesten gaf. En biedt de heropleving van vinyl en bijhorend artwork niet een mooie kans om de magie weer terug te brengen in de popfotografie?

Hollands Deep

De tentoonstelling 1-2-3-4 loopt van 21 maart tot en met 21 juni. Naast de in dit verhaal genoemde groepen zijn er portretten te zien van Tom Waits, Nick Cave, Johnny Rotten en Siouxsie Sioux, evenals zo'n vijftig meer eenmalige werken.

De expositie maakt deel uit van de gelijktijdige tentoonstelling Hollands Deep in het Gemeentemuseum in Den Haag. Daarin zijn ook de grootste hits uit de series die Corbijn buiten de popmuziek produceerde te zien. Zoals zijn documentairewerk uit de beginjaren, de portretten van acteurs en schrijvers die hij vanaf eind jaren tachtig heeft gemaakt, zijn polaroidstills van niet bestaande films (33 Still Lives) en de zwart-witserie Inwards & Onwards van kunstenaars. Bij de exposities verschijnen ook twee nieuwe boeken.

[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2015/11/142761_webrollingstonesac09.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2015/11/142761_webjohnnyrottensexpistols249-27.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2015/11/142761_webnirvana7113sh1-7.jpg” caption=”The Rolling Stones, Toronto, 1994 © Anton Corbijn, 1-2-3-4, Fotomuseum Den Haag 2015||Johnny Rotten, Amsterdam, 1977 © Anton Corbijn, 1-2-3-4, Fotomuseum Den Haag 2015||Nirvana, Los Angeles, 1993 © Anton Corbijn, 1-2-3-4, Fotomuseum Den Haag 2015″]

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.