Lang voor er sprake was van fotoshoppen werden beelden al gemanipuleerd.

Lang voor er sprake was van fotoshoppen werden beelden al gemanipuleerd. Het Metropolitan Museum of Art wijdt er een hele tentoonstelling aan. De bijhorende catalogus schetst de geschiedenis van beeldmanipulatie.

In november van dit jaar moest de Brit David Byrne de titel van 'landschapsfotograaf van het jaar' en het bijhorende prijzengeld weer inleveren, omdat hij zijn winnende foto digitaal gemanipuleerd had. Het wedstrijdreglement liet dat niet toe.

Digitale fotografie en beeldbewerkingssoftware hebben het manipuleren van foto's veel eenvoudiger gemaakt. Maar lang voor er sprake was van fotoshoppen werden beelden al gemanipuleerd.

Toen Louis Daguerre in 1839 zijn uitvinding aan de wereld voorstelde, beklemtoonde hij dat een daguerrotype een zuivere registratie van de werkelijkheid was, die tot stand kwam door een chemisch en fysisch proces waarop de fotograaf geen invloed had. De bekende uitspraak "een foto liegt niet" dateert al van 1859, maar klopte toen allang niet meer.

HDR zonder computer
De eerste generatie fotografen botste al gauw tegen de limieten van het medium aan. De Fransman Gustave Le Gray merkte dat zijn fotografische emulsies veel gevoeliger waren voor blauw licht, waardoor de lucht op zijn landschapsfoto's en zeegezichten uitbrandde tot een wit vlak.

Le Gray loste dat probleem op door twee opnames te maken: een met een correcte belichting voor het landschap of de zee, en een onderbelichte opname waarop het detail in de lucht zichtbaar bleef. Hij combineerde beide opnames dan tot één afdruk – zeg maar HDR-opnames avant la lettre. Als hij de opname van een wolkenpartij goed geslaagd vond, aarzelde Le Gray er zijn hand niet om deze meer dan eens te gebruiken. Zijn tijdgenoten stonden in bewondering voor zoveel – gemanipuleerd – meesterschap.

Pictorialisten
In dezelfde periode werd er hevig gediscussieerd over de status van fotografie: was het niet meer dan een techniek, of was het een kunstvorm die naast schilderkunst en beeldhouwkunst kon staan? De zogeheten Pictorialisten gebruikten fotografie als een artistiek medium. Het ging hen om het oproepen van een artistieke realiteit, niet om het louter registreren.

Ze lapten de technische conventies van hun tijd aan hun laars en werkten met beperkte scherptediepte, selectieve focus en een gebruik van licht en schaduw om een sfeer te creëren. De Frans-Engelse fotograaf Camille Silvy combineerde vier opnames van een straat in Londen tot zijn beroemde foto Schemering. Een jonge krantenverkoper en diens klant werden op de achtergrond gekleefd, de weerspiegeling van hun benen in de plas schilderde Silvy zelf op het negatief.

Gustave Le Gray combineerde meerdere opnames om het beperkt dynamisch bereik van zijn camera te overbruggen. Wolkenstudie Licht-Donker, 1856-57.

Propaganda en nieuws
Minder onschuldig wordt het wanneer foto's gemanipuleerd worden voor propagandadoeleinden. Onder Stalin verdwenen personen die in ongenade vielen letterlijk uit beeld: ze werden weggeretoucheerd uit foto's. Ook in nazi-Duitsland was die praktijk ingeburgerd. In democratische regimes is dergelijke geschiedvervalsing gelukkig zeldzamer, maar ook daar werden en worden foto's gebruikt om de publieke opinie te beïnvloeden.

Toen kranten en tijdschriften foto's in plaats van tekeningen begonnen te gebruiken, ontdekten ze immers al snel dat een foto één groot nadeel heeft: de fotograaf moet aanwezig zijn om een scène te fotograferen. Daarom werd een nieuwsfeit soms achteraf nagespeeld door acteurs, zodat de krant er een foto van had. Fotoredacties durfden ook foto's te 'verbeteren' zodat ze beter de boodschap van de krant of het tijdschrift illustreerden.

Reclame en mode
Vanaf de jaren dertig werd fotografie ook algemeen ingezet voor reclamecampagnes. Ook hier ging het niet om het vastleggen van de werkelijkheid zoals die is, maar om de verlangens van de consument naar het geadverteerde product te sturen. In elke fase van dat proces werden beelden gemanipuleerd. Ook in de modefotografie moest de fotograaf het onderwerp er zo goed mogelijk laten uitzien, met alle retouches en manipulatie die daarvoor nodig was.

'Faking It' leert dat Photoshop beeldbewerking misschien wel eenvoudiger en toegankelijker heeft gemaakt, maar dat beeldmanipulatie zo oud is als de fotografie zelf.

De fraaie Engelstalige tentoonstellingscatalogus documenteert deze hele geschiedenis in 280 pagina's, 203 foto's en 65 afbeeldingen. De tentoonstelling Faking It is nog tot januari te zien in het Metropolitan Museum of Art in New York. Daarna reist ze naar de National Gallery of Art in Washington en het Museum of Fine Arts in Houston.

[extern_gallery urls=”http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/48/126743_web10fakingit.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/48/126743_web2fakingit.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/48/126743_web9fakingit.jpg||http://cdn.minoc.com/zd_images/2012/48/126743_web20fakingit.jpg” caption=”Onbekend Amerikaans kunstenaar, Man op dak met elf man op zijn schouders. Gelatine zilverafdruk, collectie George Eastman House.||Gustave Le Gray (Frankrijk, 1820-1884), Wolkenstudie Licht-Donker, 1856-57. Albumine zilverafdruk van glasnegatief, nalatenschap Maurice Sendak.||Fotocollages waren een krachtig wapen in de propagandaoorlog. Onbekend Duits kunstenaar, Een krachtige botsing, 1914. Gelatine zilverafdruk, collectie Metropolitan Museum of Art.||Onder Stalin werd de geschiedenis constant herschreven, ook in foto’s. Onbekend Russisch kunstenaar, Lenin en Stalin in Gorki in 1922. Gelatine zilverafdruk, collectie Ryna en David Alexander.”]

Advertentie



Wil je beter leren fotograferen?

Neem dan een abonnement op Shoot Magazine (8x per jaar).

Shoot is hét fotografiemagazine voor en door enthousiaste fotografen. In Shoot vind je de beste tips en trucs, workshops en cursussen voor geslaagde foto’s, de knapste fotoplekjes in België, de helderste uitleg over fotografietechnieken, tests van nieuwe camera’s, lenzen en meer, plus foto’s van de beste Belgische fotografen.