Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Data Services om cookies te gebruiken.

100 jaar Nikon

In 2017 vierde Nikon zijn honderdste verjaardag. Shoot klopte daarom aan bij Belg Christophe S., een van de vermaardste Nikon-verzamelaars ter wereld. Een bevoorrechte blik op de geschiedenis van Nikon en ‘s mans unieke collectie.

Christophe ontvangt ons thuis in zijn persoonlijk Nikon-museum. De indrukwekkende collectie met duizenden stukken geeft een bijna volledig overzicht van de geschiedenis van Nikon – of beter, ‘Nippon Kogaku K.K’. Onder die naam, die gewoon ‘Japanse Optische Maatschappij’ betekent, fuseren in 1917 drie bestaande Japanse firma’s. Het nieuwe bedrijf moet de Japanse industrie en wetenschap voorzien van hoogwaardige optische producten. In de beginjaren maakt Nippon Kogaku K.K optisch glas, microscopen, telescopen, verrekijkers en andere optische instrumenten. En vanaf de jaren 30 ook objectieven, voor camera’s van andere fabrikanten. Ook de vermaarde Canon Hansa meetzoekercamera uit 1936 werd geleverd met een 5 cm (brandpuntafstanden werden toen nog in centimeter vermeld) f/3.5 lens, gemaakt door de latere aartsrivaal Nippon Kogaku K.K.

Telescoop van Nippon Kogaku K.K uit de collectie van Christophe.

 

De firma veranderde haar naam pas in 1988. Shigetada Fukuoka, de toenmalige president van Nippon Kogaku K.K., ontmoette in dat jaar Jacques Chirac, die toen burgemeester van Parijs was. Chirac had geen idee wat Nippon Kogaku K.K. deed, maar dat veranderde toen Fukuoka het woord ‘Nikon’ liet vallen.

De eerste Nikon

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Nippon Kogaku K.K. zoals alle Japanse bedrijven ingeschakeld in de oorlogsindustrie. Na de oorlog wil de Amerikaanse bezetter de Japanse economie heroriënteren naar vreedzamer toepassingen, en Nippon Kogaku K.K. krijgt de opdracht om camera’s te ontwerpen. Zo start de ontwikkeling van de eerste Nikon-camera’s. De Nikoflex, een twee-ogig toestel à la Rolleiflex, haalde alleen de tekentafel. De ontwikkeling van een meetzoekercamera, gebaseerd op bestaande modellen van Zeiss en Contax, was een arbeidsintensief proces. “De eerste vijftig toestellen zijn allemaal uniek,” vertelt Christophe.”Ze werkten telkens één camera af, testten die dan uit, en noteerden wat er verbeterd moest worden. Zo is in de eerste toestellen de dichting van het filmcompartiment gewoon metaal op metaal, zonder extra dichting. Er ontstonden dus lichtlekken, waardoor delen van de film ongewenst belicht werden. Toen ze dat merkten, hebben ze het compartiment lichtdicht gemaakt. Ook het mechanisme om film te geleiden werd steeds verbeterd. Die aanpak zit nog steeds in het DNA van Nikon: geen grote revoluties, maar een consistente, stapsgewijze verbetering.”
Die eersteling heet overigens gewoon ‘Nikon’, een verkorte vorm van de bedrijfsnaam. Pas later krijgt het de naam ‘Nikon I’ om het te onderscheiden van de aangepaste modellen Nikon M en Nikon S.

Nikon I met 50 mm f/3.5 Nikkor-QC objectief uit de collectie van Christophe.

 

De Nikon I breekt niet meteen potten wanneer hij in 1948 op de markt komt: er werden uiteindelijk 738 toestellen verkocht. Het grootste probleem was het filmformaat van 24 x 32 millimeter, in plaats van het standaard 24 x 36 mm. “De Japanners dachten: we gaan slim zijn, met een iets kleiner formaat krijgen we 40 in plaats van 36 opnames uit een filmrolletje. Ze hadden er echter geen rekening mee gehouden dat de ontwikkelmachine van Kodak al een automatische snijmachine had, ingesteld op 24 x 36 mm. Als je de film automatisch liet ontwikkelen, werden je negatieven dus verkeerd afgesneden.”
In de herfst van 1949 volgt de Nikon M, met een iets breder filmformaat (24 x 34 mm). De Nikon S uit 1951 krijgt het standaardformaat van 24 x 36 mm en wordt als eerste Nikon op de Amerikaanse markt gegooid. Maar in wezen zijn de Nikon I, Nikon M en Nikon S hetzelfde toestel: een meetzoekercamera met verwisselbare lenzen.

Nikkor lenzen

Voor zijn camera’s maakt Nikon vanzelfsprekend ook de objectieven. “Nikon is begonnen als optisch bedrijf, en optiek is altijd hun sterkste punt geweest,” legt Christophe uit. “In mijn ogen heeft Nikon vandaag nog steeds de beste lenzen. Ze maken hun eigen optisch glas, en hoe ze dat doen is top secret. Hun camera­­fabrieken heb ik al meermaals mogen bezoeken, maar in de fabriek waar ze hun glas maken, raakt niemand binnen.”
Voor de Nikon meetzoekercamera’s wordt een volledige lenzenset ontwikkeld: 21, 25, 35, 50, 85, 105, 135, 180, 250, 350, 500 en 1000 mm. Van de 1000 mm (gewicht: 9,9 kilo, en dat is zonder de metalen koffer die nog eens 5 kilo weegt) werden er vijftig gemaakt. De eerste tien waren zwart, maar sportfotografen merkten op dat de lens te veel verhitte als ze de hele dag in de zon gebruikt werd en dan soms beeldvervormingen gaf. Daarom werden de veertig volgende in het lichtgrijs gemaakt, een kleur die we vandaag eerder met Canon associëren.
Als je bij een meetzoekercamera door de zoeker kijkt, krijg je geen beeld door de lens, zoals bij een reflexcamera. Als je een lens met een andere brandpuntsafstand dan 50 mm gebruikt, krijg je dan last van parallax – het zoekerbeeld wijkt af van wat de lens vastlegt. Voor elke lens maakte Nikon daarom een opzetzoeker met een aangepaste beeldhoek. “Daarover kregen ze opmerkingen van fotografen: als ze drie of vier lenzen wilden gebruiken, hadden ze ook evenveel van die zoekers nodig. Daarom ontwikkelde Nikon opzetzoekers met veranderlijke beeldhoek, de zogenaamde variframe en varifocal.”

David Douglas Duncan

De reputatie van Nikkor-lenzen krijgt een enorme boost wanneer de Amerikaanse fotojournalist David Douglas Duncan, tijdens een reportage in Japan, een Japanse collega met een Nikkor-lens ziet werken. Duncan is zo onder de indruk van de kwaliteit dat hij er bij Nippon Kogaku K.K. op aandringt om een Nikkor 50mm f/1.5, 85mm f/2 en 135mm f/3.5 objectief om te bouwen, zodat hij ze op zijn Leica IIIC camera’s kan gebruiken.
Wanneer Duncans foto’s van de Koreaanse oorlog in LIFE magazine verschijnen, willen alle collega’s weten welke lenzen hij gebruikt heeft. Een journalist van de New York Times schrijft er een verhaal over, en de naam Nikon is plots gemeengoed.

David Douglas Duncan (rechts) met Christophe.
Nikon F

In 1959 brengt Nikon zijn eerste spiegelreflexcamera op de markt: de Nikon F. Hiervoor ontwikkelt Nikon een eigen lensvatting, de F-mount, die vandaag, dus bijna 60 jaar later, nog steeds gebruikt wordt. Een lens uit de beginjaren past dan ook, soms na lichte modificatie, nog steeds op een hedendaagse Nikon-camera.
Met de F, de F2 (1971) en de F3 (1980) cementeert Nikon zijn reputatie bij professionele fotografen, terwijl het met de Nikkormat en Nikkorex ook de betere amateur bedient.
Via de F-reeks leert ook Christophe het merk kennen. “Dat begon als bij toeval. In 1979 wou ik een goede camera kopen. Ik kreeg een tip dat er in een veilingzaal een F2 met een Nikkor 43-86 mm en Soligor 300 mm te koop werd aangeboden. Ik waagde mijn kans, maar had niet het hoogste bod. Twee dagen later stond de veilingmeester aan mijn deur om te vragen of ik die camera toch niet moest hebben. Bleek dat de andere bieder een stroman was van de verkoper, die de prijs moest opdrijven.”
Op de F2 volgen een F3 en een F4. Christophe ging zich verdiepen in de geschiedenis van het merk en begon een verzameling aan te leggen. “Ik werd echt verliefd op die oude toestellen.
Zie ze daar staan blinken in hun kasten – dat is toch mooi?”

Verzamelen

Liefde: het woord is gevallen. Om een collectie als die van Christophe bij elkaar te krijgen, is een forse dosis passie voor een merk nodig. Maar passie mag niet blind maken. “Iedereen kan camera’s beginnen verzamelen; over het algemeen zijn oude toestellen zeer betaalbaar, voor enkele tientallen euro heb je al een mooi toestel. Voor een oude Nikon betaal je iets meer.”
“De exuberante prijzen kom je pas tegen als je naar zeldzame stukken op zoek gaat. En dan moet je op je hoede zijn. De meeste oude Nikons zijn in zilverkleur uitgevoerd.
Zwarte modellen zijn erg gezocht. Ze worden dan ook soms vervalst – een zilverkleurig model wordt dan overschilderd. Je moet in zo’n geval al grondige kennis hebben om vals van echt te onderscheiden.”
Jaren geleden dook een zwarte Nikon I op een veiling op. “Ik heb die kunnen onderzoeken, en mijn besluit was dat het een vervalsing was – hij was achteraf zwart geschilderd. Op die veiling werd hij voor veel geld opgekocht door een groep Japanse industriëlen. Enkele jaren ontmoette ik een paar van hen in het JCII cameramuseum in Tokio, en ze vroegen mijn mening over hun aankoop. Ik antwoordde, heel voorzichtig: ik vermoed dat het een vervalsing is. ‘We know’, lachten die kerels. Ze hadden hem opgekocht om hem van de markt te halen, zodat niemand met een valse Nikon I zou kunnen pronken.”

Zwarte Nikon SP meetzoekercamera uit de collectie van Christophe.
Nuchter

Voor bijzondere modellen worden soms waanzinnige prijzen gevraagd. “Onlangs was er een veiling met de allerlaatste S4 meetzoekercamera – het serienummer was officieel het laatste uit de reeks. Ik bied daar niet op, want door zo’n detail gaat de prijs meteen torenhoog.
Je maakt dan alleen de veilingmeester rijk. Als ik zo’n stuk toch wil, wacht ik af. De kans is groot dat het niet verkocht geraakt aan de prijs die de verkoper wil. Daarna doe ik zelf een bod. Je riskeert dat het al verkocht is, maar dat neem ik er graag bij. Ik ga geen zotte prijzen betalen.”
Omgekeerd kan Christophe ook afstand doen van stukken. “Ik had een zwarte SP kunnen kopen voor een faire prijs. Officieel was dat de eerste die gemaakt was. Op een dag kreeg ik een mail van een Chinese verzamelaar die hem voor een klein fortuin wou overkopen. Ik had nog een tweede zwarte SP, even oud, uit dezelfde reeks. Ik heb met de familie overlegd en we hebben beslist te verkopen. Voor mij zegt een serienummer niet zo veel, en met dat geld kan ik veel andere dingen kopen.”

Digitaal

Voor zijn collectie concentreert Christophe zich op de ‘analoge’ Nikons. “Bij de digitale camera’s beperk ik me tot de echte mijlpalen, zoals de D1 – de eerste professionele digitale camera, de D100 en D70 – de eerste betaalbare digitale reflexcamera’s, en de D3 – de eerste digitale full-frame camera. De nieuwe D850? Daar heb ik een chocolade versie van – een cadeautje van Nikon Belux voor hun relaties ter gelegenheid van de honderdste verjaardag. Maar wanneeer dit artikel verschijnt, zal mijn echte D850 in gebruik zijn.”
De dag voor ons bezoek is een van de zwaarste stukken uit de collectie gearriveerd. In een koffer van 26 kg zit het Kodak Professional Digital Camera System uit 1991: de allereerste digitale spiegelreflexcamera, gebaseerd op een Nikon F3 body. Opnames werden bewaard op een Digital Storage Unit (DSU), een externe harde schijf van 200 megabyte die de fotograaf aan de schouder droeg. Een extern toetsenbord liet toe om bijschriften toe te voegen aan de foto’s. Er werden toen in totaal 987 stuks van verkocht, met een prijskaartje van 20.000 dollar (ongeveer 32.000 euro vandaag).

Regenjas

Een uiterst zeldzaam stuk in de collectie is geen camera maar een onooglijk accessoire: een vinyl hoes om als bescherming tegen de regen over een lederen cameratas te trekken. “Ik heb die toevallig ontdekt in een piepklein winkeltje in Tokio. De uitbaters spraken enkel Japans en ik spreek geen woord Japans, dus het ging met gebarentaal. In een klein kastje zag ik zo’n hoes liggen. Ik kende dat niet maar heb het direct gekocht. Ik contacteer mijn vrienden bij Nikon, en die bevestigen dat Nikon inderdaad zo’n ‘Rain Protector’ voor hun tassen heeft gemaakt. Een tijd later vond een Japanse vriend een tweede exemplaar, en die heeft dat voor mij gekocht. Later zag ik op eBay nog een derde exemplaar, dit keer met de originele doos. Ik heb meteen de verkoper gecontacteerd en een bod gedaan.”
En Christophe bezit ook een waarlijk unieke camera. ‘Van de Nikon Df werd een goudkleurige versie met bijhorende lens gemaakt, op 1000 exemplaren, bestemd voor de Japanse markt. Deze heb ik cadeau gekregen van mijn vrienden bij Nikon. Op het knopje vooraan staan mijn initialen en mijn bijnaam ‘Nikon Ichi ban’ – Nikon nummer 1. En even uniek: de software van de ‘gouden’ Df is normaal alleen in het Japans of het Engels. Mijn exemplaar heeft ook een Nederlands menu,” glundert Christophe.

Christophe’s unieke Gold Edition van de Nikon Df.