Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Data Services om cookies te gebruiken.

Eerste indrukken: Fujifilm X-H1

Vorige week stelde Fujifilm zijn nieuwe X-H1 systeemcamera voor aan de Europese pers. Is dit de langverwachte X-camera voor videogebruikers, en moet je upgraden als je nu al een X-T2 hebt? René Delbar zocht het voor ons uit.

Ik ben zelf al enkele jaren een overtuigd gebruiker van X-camera’s (allemaal zelf aangekocht) en keek daarom erg uit om het nieuwe toestel een dag lang aan de tand te voelen. Voor wie niet tot het einde wil wachten om mijn eerste conclusies te kennen: de Fujifilm X-H1 is zonder meer een opmerkelijke ‘must-have’ voor wie tot de juiste (veeleisende) doelgroep behoort.

Eerste kennismaking

Na een heerlijk korte introductie kregen we een volledig uitgerust exemplaar van de nieuweling toegestopt, dat ons voor de rest van de dag zou vergezellen: een X-H1 body, compleet met VPB-XH1 batterijgrip en de bekende XF 16-55mm f/2.8 ‘red badge’ zoomlens. Ik geef grif toe: het was wel even schrikken! De X-H1 is een kanjer van een camera, in deze vorm alles samen goed voor zo’n 1,7kg. Toch is dat slechts 13% meer weegt dan de overeenkomstige X-T2 versie, en nog steeds 250g lichter dan een Nikon D500 of Canon 7D MkII met equivalent objectief. Later fotografeerde ik ook met toch wel stevige prime objectieven (zoals de XF 56/1.2 en XF 16/1.4), en zelfs zonder de verticale grip: dan realiseer je je dat de 16-55 lens alleen al voor ruim 40% meetelt in het originele gewicht.

De extra royale handgreep van de X-H1is ontleend aan het GFX 50S design, en biedt heel wat meer houvast bij gebruik van zwaardere of langere objectieven. Op mijn andere X-camera’s werk ik ook het liefst met een extra MHG-grip, zelfs bij de lichtere primes. Voor mijn eerder kleine handen voelde de X-H1 grip aan de ruime kant, maar dat wende vrij snel, mede omdat de plaatsing van de ontspanknop herzien werd. De drukknop naast de lensvatting om de lenzen te ontgrendelen blijkt nu iets moeilijker bereikbaar. Jammer ook dat er zonder MHG-stijl grip geen eenvoudige Arca-compatibele statiefbevestiging beschikbaar is.

Het LCD scherm achteraan is gelijkaardig aan dat van de X-T2, en heeft een verbeterde ontgrendeling van de horizontale uitklapfunctie.  Bovendien is het scherm nu aanraakgevoelig, wat bijkomende bedieningsmogelijkheden biedt inclusief vier door de gebruiker te kiezen swipe functies. Net als bij de GFX 50S is het oculair van de elektronische zoeker meer naar achter gemonteerd. Daardoor wordt het LCD scherm minder snel vuil, en wordt het ongewild indrukken van functietoetsen vermeden. Het elektronische zoekerbeeld bij de X-H1 biedt t.o.v. de X-T2 een 56% hogere resolutie, een 60% grotere helderheid en een ca. 2x sneller in-/uitschakelen door de oogsensor. De refresh rate loopt op tot 100 cycli per seconde, de black-out tussen beelden daalt zelfs tot 100ms. De vergroting daalt wel van 0,77x naar 0,75x, omdat het beeld een iets kleiner deel van het OLED paneel inneemt (een plus voor brildragers). De grotere greep en de meer naar achter uitstekende zoeker zorgen ervoor dat de X-H1 een stuk groter en forser oogt dan een X-T2. Toch is de behuizing slechts 7,5mm langer, 5,5mm hoger en – met uitzondering van de grip – 4mm dikker.

Ook ontleend aan de GFX 50S: een klein monochroom LCD status display bovenaan de camera, dat leesbaar blijft als het toestel uitstaat. De getoonde informatie kan – net als zoveel andere elementen van de X-H1 – door de gebruiker naar wens worden aangepast.

 

De Fujifilm line-up : X-H1 vs. X-T2 vs. X-T20.


Al met al zal de X-H1 gebruiker rekening moeten houden met een groter volume en hoger gewicht. Past dat dan nog wel bij een systeemcamera? Fujifilm heeft bij de X-H1  – net als bij de X-Pro2 – gekozen voor functionaliteit eerder dan voor compacte bouw en lichte gewicht. Wie daaraan de voorkeur geeft kan altijd terecht bij de X-T2, X-T20 en X-E2 modellen die ongetwijfeld ook nog verder zullen evolueren. Wie anderzijds een stoerder figuur wil slaan tussen ‘klassieke’ DSLR gebruikers komt met de X-H1 zeker aan zijn/haar trekken!

De X-H1 tussen APS-C DSLR topmodellen: Canon EOS 7D MkII en Nikon D500.

 

Het beste zit vanbinnen

De grotere body van de X-H1 kwam er niet zomaar, die ingreep was essentieel om ruimte te bieden aan een flink aantal verbeteringen. Het magnesium frame werd 25% dikker gemaakt (en daardoor 2 maal steviger) en extra versterkt met stalen ribben. Ook de lensvatting werd verstevigd. De hele body kreeg een bijkomende krasvrije topcoating. Dat maakt de camera niet alleen robuuster, maar bereidt alvast de weg voor de flink zwaardere (tele)lenzen die er in de toekomst zullen aankomen. Een grotere interne koelplaat zorgt voor een betere warmtespreiding rond de beeldprocessor, die daardoor langer en aan een hoger tempo kan werken.

De voornaamste reden voor het toegenomen volume ligt evenwel bij dé grote nieuwigheid van de X-H1: het interne beeldstabilisatiesysteem (IBIS). Dat detecteert de kleine bewegingen van het camerahuis volgens 5 aparte assen en compenseert deze door de beeldsensor overeenkomstig te verplaatsen. Twee speciale processoren bereken 10.000 maal per seconde de nodige correcties. Om dit systeem te implementeren zonder verlies aan beeldkwaliteit werd een module ontwikkeld die beduidend groter is dan deze van concurrenten.

Wanneer het objectief voor sommige bewegingen over een ingebouwde optische stabilisatie (OIS) beschikt krijgt dat dat systeem voorrang, omdat het voor elke lens specifiek is geoptimaliseerd. Over het algemeen corrigeert OIS enkel voor horizontale en verticale verschuivingen; bewegingen langs de overige assen worden door IBIS opgevangen. Noteer dat IBIS voor een goede werking de exacte brandpuntsafstand moet kennen, en voor horizontale/verticale correcties bovendien de afstand tot het onderwerp. Bij gebruik van niet-systeemeigen objectieven, bijv. via een adapterring, is er dus toch nog pitch/yaw/roll correctie mogelijk voor zover de exacte brandpuntsafstand manueel wordt ingesteld.

Centraal: de sensor gemonteerd op de grote IBIS-module van de X-H1.

 

Fujifilm claimt dat bij de meeste X-lenzen de minimale sluitertijd met 5 stops of meer langer kan worden (uitzonderingen zijn de XF 10-24, 18-55 en 55-200 zooms, en de XC-lenzen). Mijn initiële testfoto’s wijzen in elk geval in die richting. Dat betekent dat de XF 16-55/2.8 zoom nu veel breder kan worden ingezet, en dat ook fotograferen met de XF 56/1.2 en XF 90/2.0 vaker trillingvrije beelden zal opleveren . Daarom alleen al is de X-H1 een welkome aanwinst voor de veeleisende fotograaf! Er zijn nog meer voorzieningen om bewegingsonscherpte te voorkomen. Zo wordt de hele sluitermodule trillingvrij opgehangen, werkt de nieuw ontworpen ontspanknop zeer stil en (voor sommigen misschien te) gevoelig, en is er – net als bij de GFX 50S – de mogelijkheid toegevoegd om een elektronisch eerste sluitergordijn in te stellen.

Nog andere handigheidjes: de waterpas werkt nu volgens drie assen (dus ook voor/achter), er is een continu-opnamestand om intensiteitsverschillen bij fluorescentie- of Ledverlichting te elimineren, en Bluetooth maakt het makkelijker om een draadloze verbinding tussen camera en smartphone op te zetten, en zo bijv. locatiegegevens aan de beelden toe te voegen.

IBIS aan het werk: een opname aan 1/8s uit de vrije hand (JPG onbewerkt uit camera).
Een 100% crop uit de bovenstaande foto toont hoe scherp alle details werden vastgelegd.

 

Videofestijn

Voorafgaand aan de aankondiging van de X-H1 spitste de geruchtenmolen zich toe op de langverwachte nieuwe videomogelijkheden – je zou haast vergeten dat het (ook) om een fototoestel gaat. Nu heeft Fujifilm met de X-H1 wel degelijk enkele flinke stappen vooruit gezet op dit gebied, en een waardige concurrent voor de videoklassiekers in het strijdveld gebracht. Een greep uit de hoogtepunten: interne opname op SD-media met F-log tooncurve aan bitrates tot 200Mbps,  17:9 DCI 4K modus, tot 5x slow motion in Full HD, 12-bit dynamisch bereik, een nieuwe ETERNA filmsimulatie, time code voorzieningen, verbeterde geluidskwaliteit… En natuurlijk de voor video haast onmisbare IBIS stabilisatie! Bijzonder handig: vrijwel alle gebruikersinstellingen – en dat zijn er heel wat! – kunnen apart ingesteld worden voor video en voor foto-opnamen.

De eerder aangekondigde hoogwaardige MKX 18-55/T2.9 en 50-135/T2.9 cinezooms – binnenkort ook met X-vatting beschikbaar – voldoen aan de hoogste vereisten voor videotoepassingen, en blijven bovendien verrassend betaalbaar. Het kan haast niet anders of er komen in de toekomst nog meer (en nog sterkere) videoproducten… Zelf ben ik niet bepaald bezig met video, maar uit de enthousiaste gezichten om mij heen kon ik enkel besluiten dat Fujifilm met de X-H1 een flink statement heeft afgeleverd.

Voorzien van een MKX lens is de X-H1 helemaal klaar voor het betere videowerk.

 

Fotowerk

De X-H1 gebruikt dezelfde X-Trans CMOSIII APS-C sensor en X-Processor Pro als de X-Pro2 en X-T2; de beeldkwaliteit blijft dus op een even hoog peil. Voor het autofocussysteem werden zowel de gevoeligheid bij lage lichtsterkte als de verwerkingsalgoritmes zelf grondig aangepakt. Het scherpstellen gaat nu sneller en trefzekerder, ook bij onderwerpen met laag contrast of fijn detail. Vooral bij bewegende onderwerpen is het verschil meteen merkbaar. Voor continu-opnames is er een nieuwe CM-modus, waarbij 6 beelden per seconde worden vastgelegd, mét behoud van live view in de elektronische zoeker (haast onzichtbare black-out), dankzij het elektronische eerste sluitergordijn.

Vele fans van het ‘klassieke’ retro design van eerdere X-camera’s kenden lichte paniek bij het verdwijnen van de draaiknop voor belichtingscompensatie. Ik schrok ook wel even… Nu zette ik al enige tijd die draaiknop in de C-stand, om de +/- compensatie met het voorste draaiwieltje in te stellen; het weglaten van de knop zelf leek me niet zo erg. Maar hoe moest dat nu met die druktoets om de compensatiefunctie te selecteren? Moeizaam ingedrukt houden terwijl je een wieltje bedient, werkt dat wel? Gelukkig ontdekte ik de oplossing na enig zoekwerk in de menu’s (er was nog geen handleiding in de buurt):  je kunt deze toets instellen voor een aan/uit gedrag, en vervolgens de compensatiewaarde instellen met naar keuze het voorste, het achterste of beide instelwieltjes. (Bijna) net als vroeger dus, oef!

Op zoek naar de grenzen van het dynamisch bereik.

 

De hogere verwerkingssnelheid en -kracht en de toevoeging van IBIS komen niet pijnloos: er kunnen met de X-H1  iets minder beelden gemaakt worden per batterij dan met de X-T2. Daarom is de optionele batterijgrip eigenlijk een must met dit hoogwaardige toestel. Dan wordt ook de ‘boost’ mode realistisch. Gelukkig heeft Fujifilm opnieuw gekozen voor het gebruikelijke NP-W126S batterijmodel, eerdere investeringen blijven dus hun waarde behouden. Al zou ik de komst van een krachtiger accumodule, die in de grip de plaats kan innemen van de huidige slede voor 2 standaard batterijen, sterk verwelkomen! Noteer nog dat ik deze testdag (natuurlijk met alle nieuwe functies aan en op volle kracht) nog net doorkwam met de twee batterijen in de grip.

Conclusie

De Fujifilm X-H1 is het startpunt van een nieuwe productlijn binnen de X-familie, gericht op de (semi-)professionele fotograaf en de veeleisende amateur. Stevige constructie, ruime veelzijdigheid, hoge prestaties, flexibele instelmogelijkheden: alle essentiële ingrediënten zijn aanwezig. Wie video’s realiseert in een commerciële context – al dan niet afgewisseld met ‘gewone’ fotografie – krijgt eindelijk een volwaardige optie binnen de X-familie.

Het toestel combineert naadloos de beste elementen van de XT- en de GFX-lijn en haalt het maximum uit het huidige sensor- en processorplatform. Het aantal significante nieuwigheden, zoals IBIS en sterkere videofuncties, en even belangrijke detailverbeteringen is impressionant. De X-H1 is duidelijk een camera voor fotografen, met passie ontworpen door en in samenspraak met fotografen. Wie met deze volbloed aan de slag wil moet het extra gewicht, de ruimere omvang en de grotere batterijhonger erbij nemen. In ruil krijg je volle compatibiliteit met alle Fujifilm X-objectieven uit je collectie.

Wie minder ambitieus is of meer waarde hecht aan compactheid en gewicht (en bovendien minder veeleisend is op videogebied) kan zonder meer kiezen voor of verder werken met de X-T2. De beeldkwaliteit is immers gelijk(w)aardig. En gezien de Kaizen-traditie bij Fujifilm is het niet uitgesloten dat enkele (software) innovaties ooit de X-T2 bereiken via firmware updates. Wie het nog kleiner en lichter wil vindt ongetwijfeld zijn of haar gading bij de X-T20 of X-E3. Dat geldt zeker in combinatie met de compacte XF 23/35/50mm f/2.0 primelenzen. Vergeten we ook niet de X-Pro2 en kleine broer X100F, voor de liefhebbers van retro en een hybride zoeker. En dan is er uiteraard, helemaal bovenaan de pikorde, ook nog de GFX 50S…

’t Wordt stilaan een grote en gezellige familie bij Fujifilm. En nu uitkijken wat de toekomst nog meer in petto houdt.

En… wat vind je er nu van?