Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Data Services om cookies te gebruiken.

Wat heb je nodig voor een fotostudio bij je thuis?

Om een eigen thuisstudio te beginnen heb je geen duur materiaal nodig. Wat moet er zeker op je boodschappenlijstje staan?

Veel fotografen dromen van een eigen thuisstudio boordevol materiaal waarmee je al je creatieve ideeën kunt vormgeven. Er is niets mis met dromen, maar een realitycheck vooraf kan geen kwaad. Zo raden we je zeker aan om eerst een paar keer van studiofotografie te proeven voor je investeert in duur materiaal. Zoek een bevriend fotograaf met een eigen studio op, volg een workshop studiofotografie of huur (eventueel samen met een andere fotograaf) een professionele studioruimte.

Heb je de smaak te pakken, zoek dan de ruimte waar je je studio kunt opstellen. Heb je daar een vaste locatie voor of moet je  je meubels aan de kant zetten om je studio op te stellen? In het tweede geval kies je het best voor materiaal dat niet te groot en zwaar is en dat je snel kunt opstellen en weer opbergen. De ruimte die je tot je beschikking hebt, bepaalt ook wat je kan doen. In een zolderkamertje van pakweg drie bij vier meter met een plafond van twee meter hoog zijn je mogelijkheden beperkter – een portret ten voeten uit is er al een uitdaging. Maar een headshot of portret op driekwartslengte maken, van de knieën tot het hoofd, lukt daar probleemloos.

Wegens de kleinere afstand tussen model en achtergrond in een kleine kamer is het ook lastiger om de achtergrond onafhankelijk van het onderwerp te belichten, en om te vermijden dat het model schaduw op de achtergrond werpt. Hou daar ook rekening mee: het heeft geen zin om aparte studiolampen te kopen om de achtergrond te belichten als je er geen plaats voor hebt.

Licht

Het belangrijkste wat je in je studio nodig hebt, is licht. We denken daarbij meestal meteen aan kunstlicht, maar dat is geen noodzaak. Je kunt ook, net als veel schilders, in een daglichtstudio werken. Een raam op het noorden is ideaal, omdat er dan geen direct zonlicht binnenvalt en de verschillen in intensiteit beperkt blijven. Op een bewolkte dag zul je echter de gevoeligheid (ISO-waarde) de hoogte in moeten drijven.

Met kunstlicht heb je de lichtomstandigheden zelf onder controle. Vroeger was een fotostudio nagenoeg synoniem voor flitslicht, maar tegenwoordig is continulicht in veel gevallen een volwaardig alternatief. Flitslicht is echter (veel) krachtiger en kan ook gebruikt worden om beweging te bevriezen, wat met continulicht niet kan.

Een betaalbare en eenvoudige lichtbron voor een studio is de eerbiedwaardige reportageflitser. Die zet je dan niet op de flitsschoen van de camera, maar op een flitsstatief. Een manuele flitser (waarbij je de flitskracht zelf instelt tussen vol vermogen en minimaal vermogen) volstaat eigenlijk al; moderne snufjes als TTL-lichtmeting (through the lens) zijn in een studio eigenlijk niet nodig. Wel handig is als de flitser al over een ingebouwde draadloze ontvanger beschikt, zodat je hem vanop afstand kunt laten afgaan. Ideaal is als je ook de flitssterkte vanop afstand kunt instellen. Is er geen ontvanger ingebouwd, dan heb je een draadloze triggerset nodig.

Een reportageflitser met een paraplu is de eenvoudigste instap in studiofotografie.

 

Studioflitser

De klassieke keuze voor een studio is, de naam zegt het al, de studioflitser. Hier vind je heel wat merken, modellen en prijsklasses. Let vooral op het vermogen van de flitser (uitgedrukt in wattseconde). Meer is beter, maar te veel is niet nodig. Om in een zolderstudio van 4 bij 3 meter headshots te maken, heb je geen 1200 wattseconde nodig. Begin beter met 200 of 400 Ws. Zeker als je een camera hebt waarbij de gevoeligheid omhoog kan zonder veel kwaliteitsverlies, is (te) veel licht niet nodig. Op ISO 400 heb je maar een kwart zoveel licht nodig als op ISO 100. De herlaadtijd van de flitser is belangrijk als je vaak personen fotografeert. Zeker met jonge modellen is het aangenaam als je niet tussen elke foto vier seconden moet wachten voor de flitser weer opgeladen is.

Tegenwoordig vind je steeds meer studioflitsers die op herlaadbare accu’s werken. Het voordeel daarvan is dat je ze makkelijk op locatie kunt gebruiken, ook als er geen stopcontact of generator in de buurt is. Het zijn ook weer minder kabels in je studio waar jij of je model over kunnen struikelen. Ook hier is het handig als je de flitser draadloos kunt laten afgaan en instellen. Anders moet je elke aanpassing van de flitskracht op de flitser invoeren. Sommige modellen hebben een ontvanger ingebouwd; is dat niet het geval, dan heb je nog een draadloze triggerset nodig.

Een studioflitser die je op afstand kunt instellen is handig.

 

Meer licht

Hoeveel lichten heb je nodig? Op de fotoschool leren studenten de klassieke portretopstelling met drie lichtbronnen – een hoofdlicht, een invullicht om de schaduwen op te helderen en een accent- of haarlicht. Maar ook met één of twee lichtbronnen kun je portretten maken. We raden je zelfs aan om met één lichtbron te beginnen en je daarmee vertrouwd te maken. Je kunt dan stap na stap extra licht toevoegen.

Als je met één lichtbron werkt, kun je een reflectiescherm gebruiken om de schaduwzijde van je onderwerp in te vullen. In de fotohandel vind je opplooibare reflectieschermen, vaak met verschillende kleuren (meestal wit, zilver en goudkleurig). Je kunt er ook zelf een maken met een piepschuimplaat. Kleef zilverpapier of radiatorfolie op een kant om een zilverkleurig reflectiescherm te maken. Dat geeft iets pittiger licht dan een wit scherm.

 

Een reflectiescherm zoals deze Phottix 5-in-1 helpt om de schaduwzijde in te vullen.
Lichtvormers

Met een reportage- of studioflitser alleen ben je er nog niet. Met een lichtvormer (of lichtomvormer) geef je het gewenste karakter aan het licht. Hij bepaalt de richting waarin het licht zich zal verspreiden en bepaalt mee de aard van het licht – zacht en diffuus, of eerder hard en contrastrijk. Een overzicht van mogelijke lichtomvormers vind je hier.

Als allereerste lichtvormer is een eenvoudige paraplu nog het beste. Je kunt er het licht niet zo precies mee richten als met meer geavanceerde lichtvormers, maar ze zijn spotgoedkoop en gemakkelijk op te bergen. Zowel een witte doorflitsparaplu als een zilveren reflectieparaplu geeft mooie resultaten. Gebruik nog een reflectiescherm om schaduwen in te vullen en je kan beginnen.

De volgende stap is een of meerdere softboxen. Voor een portret op driekwartslengte is 60 x 80 cm geschikt, voor een volledige persoon ga je naar 100 x 80 cm. Voor portretten is een octabox populair. Deze achthoekige softbox produceert in de ogen van je model catchlights die bijna cirkelvormig zijn, wat natuurlijker overkomt dan vierkante of rechthoekige catchlights. Let bij aanschaf ook op de vatting of mount van de lichtvormers. De meeste makers van studioflitsers gebruiken een eigen mount, zodat je lichtvormers van merk A niet op flitsers van merk B kunt plaatsen. De Bowens-mount wordt door heel wat merken en makers van lichtvormers gebruikt. Bij sommige lichtvormers is de mount verwisselbaar.

 

Een octabox is een populaire lichtvormer, wegens de afgeronde catchlights.
Statieven

Of je nu met reportageflitsers of studiolampen werkt, je lichtbron moet ergens op staan. Kies een statief dat stevig genoeg is om de gekozen lichtbron en lichtvormer te dragen. Let ook op de vloeroppervlakte die een opgesteld statief inneemt, de zogeheten footprint: in een kleine studio is een statief met kleine footprint aanbevolen. Statieven met luchtvering zijn duurder maar hebben als voordeel dat ze geleidelijk inschuiven.

Voor een pop-upstudio en voor werk op locatie is het handig als je statieven compact opgeborgen kunnen worden. Sommige statieven klikken in elkaar vast, waardoor je makkelijker twee of drie statieven tegelijk kunt transporteren.

Sommige statieven zoals deze Air Click van Elinchrom klikken in elkaar vast, wat het transport vergemakkelijkt.

 

Achtergrond

De eenvoudigste achtergrond voor je shoot is de muur van je studio. Is die niet presentabel, dan heb je een achtergrond nodig. Een klassieker is achtergrondpapier op een rol. De rol zelf rust op twee statieven of – in een permanente studio-opstelling – op twee haken die je in de muur schroeft. Is het papier vuil of gekreukt, dan scheur je het af en ontrol je een fris deel. Achtergrondpapier is relatief goedkoop en in alle denkbare kleuren verkrijgbaar. Een duurder alternatief is een vinylrol: vinyl is steviger dan papier en afwasbaar, wat handig is als je shoots met huisdieren en kleine kinderen doet.

Als achtergrond kun je ook stof gebruiken. In de fotovakhandel vind je een groot aanbod aan achtergronddoeken in verschillende kleuren en met verschillende motieven, maar ook in een stoffenwinkel kun je leuke vondsten doen. Kies voor wat zwaardere stoffen, die kreuken minder snel. Nog een doe-het-zelftip is om een paar banen behangpapier op een multiplexplaat te kleven. Zet de plaat tegen de muur of schroef er een paar voetjes onder, en je hebt een makkelijk verwisselbare achtergrond.

Voor wie veel op locatie werkt, is een collapsible achtergrond het overwegen waard. Dat is een stuk stof dat op een opplooibaar metalen frame zit. Klap je het frame open, dan staat de stof strak gespannen. Het vergt wat handigheid om het frame weer dicht te plooien, maar dan is het makkelijk transporteerbaar. Je hebt de keuze uit diverse kleuren en motieven, en doordat ze tweezijdig zijn kun je variëren door het frame om te draaien. De standaard collapsibles zijn niet geschikt voor portretten ten voeten uit, omdat de onderkant van het frame dan in beeld komt. Er bestaan collapsible achtergronden met een ‘sleep’ aan de voorzijde waarop je model kan staan, en daarmee kan dat wel.

Als achtergrond dient de Smoke-zijde van een Lastolite Urban Collapsible Smoke/Concrete. Met afmetingen van 150 x 210 cm voldoet deze voor portretten op driekwartslengte.