Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken.

Test: Sony Cyber-shot RX10 IV

Sony’s nieuwste superzoomcamera, de RX10 IV, is een heel stuk sneller dan zijn voorganger. Het nieuwe vlaggenschip kan tot 24 foto’s per seconde maken met behoud van autofocus. Is dit de ultieme camera voor wildlife en sport?

Bij Sony lezen ze blijkbaar zeer aandachtig de cameratests in dit magazine. Over de eerste RX10 uit 2013 schreef ik indertijd dat het een prima camera was, maar dat het zoombereik voor natuurfotografie best wat groter had mogen zijn dan 24 tot 200 mm in kleinbeeldequivalent. Met de RX10 III werd die wens verhoord, dankzij een nieuwe zoomlens met 24-600mm-equivalent. Over die RX10 III merkte ik evenwel op dat aan de continu-autofocus nog heel wat te verbeteren viel. En kijk, dé blikvanger in de RX10 IV is een gloednieuw autofocussysteem.

Scherp

Het nieuwe autofocussysteem is vergelijkbaar met dat in de systeemcamera’s A6300 en A6500: op de sensor zijn 315 fasedetectiesensoren geplaatst die veel sneller werken dan het contrastgebaseerde autofocussysteem van de vorige versies. Deze sensoren dekken zowat twee derde van de beeldsensor af, zodat je ook op onderwerpen die niet centraal staan vlot kunt scherpstellen.

Deze voorbeeldfoto van Sony toont waar de AF-punten zich op de sensor bevinden.

 

De resolutie van de sensor blijft op 20 megapixel (3648 x 5472 pixels), maar doordat de sensor veel sneller uitgelezen kan worden (zoals de sensor in de α9 systeemcamera), stijgt de reekssnelheid van 14 opnames per seconde in de RX10 III tot maar liefst 24 beelden per seconde. 24 beelden per seconde: dat is evenveel frames als in een bioscoopfilm. En waar bij de RX10 III de autofocus vergrendeld werd op de eerste opname van een reeks, blijft de autofocus van de RX10 IV werken. Bij rechtlijnige beweging zoals een fietser die naar de camera toerijdt, is hij vrijwel 100% trefzeker. Bij onvoorspelbare beweging, zoals een rugbyspeler die door de verdediging van de tegenpartij breekt, verliest de autofocus het onderwerp dat ik volg soms uit het oog. Maar hij neemt de draad even snel weer op. Conclusie: versie IV van de RX10 is goedgekeurd voor sport en actie.

Het autofocussysteem blijft ook onderwerpen die onvoorspelbaar bewegen goed volgen.

 

De RX10 IV kreeg ook een verbeterde versie van Sony’s Eye AF. Wanneer je hiermee een gezicht in beeld neemt, zal de camera scherpstellen op een oog. Dat werkt nu ook als de persoon niet recht in de camera kijkt; er wordt dan gefocust op het oog dat het dichtst bij de camera staat.

Bouw en bediening

De RX10 IV behoudt de Zeiss Vario-Sonnar T* 24-600mm F2.4-F4-zoomlens van zijn voorganger. De lens kreeg nu wel een schakelaar om het focusbereik te begrenzen van 3 meter tot oneindig: handig om bijvoorbeeld door rasterhekken heen te fotograferen, of om te vermijden dat de camera focust op een tak dicht bij de camera. De minimale focusafstand bedraagt slechts 72 cm, waardoor de camera ook voor telemacrofotografie geschikt is. De ingebouwde optische SteadyShot-beeldstabilisatie helpt om camerabeweging te compenseren, zodat je met langere sluitertijden uit de hand kunt werken. Tijdens het fotograferen met een laagstaande zon merkte ik wel redelijk wat flare als de zon in een hoek van ongeveer 45 graden staat.

 

Op de lens staan markeringen met de equivalente brandpuntsafstand.

 

Het scherm van de RX10 IV is aanraakgevoelig; je kunt het gebruiken om een focuspunt te kiezen. Met de touchpadfunctie gaat dat zelfs terwijl je je oog voor de elektronische zoeker houdt. Over die zoeker gesproken: die geeft een scherp en helder beeld, met een minimale vertraging.

Wie wil filmen kan dat met de RX10 IV doen in 4K-resolutie (QFHD 3840 x 2160) met 24, 25 of 30 frames per seconde, of in full HD tot 120 fps. Met de functie voor super slow motion gaat de camera tot 1000 fps (gedurende maximaal 7 seconden). Handig voor nabewerking is de ‘proxyrecording’: samen met een video in hoge resolutie (4K of full HD) legt de camera een HD-videobestand (720p) vast. Door zijn lagere resolutie is dat makkelijk te verwerken op een minder krachtige computer. Pas wanneer de montage klaar is, vervang je het proxybestand door het veel zwaardere hi-resbestand.

Prestaties

De lof van het nieuwe AF-systeem hebben we al gezongen. Hoe staat het met de beeldkwaliteit? Die is zo goed als die van zijn voorganger, met een goede scherpte en realistische kleurweergave. De 1 inch-sensor toont zijn beperkingen pas als de gevoeligheid de hoogte ingaat. Vanaf ISO 800 vermindert de scherpte en vanaf ISO 1.600 worden kleuren valer. You cannot beat the laws of physics, een full-framesensor zoals die in de Sony α9 zal bij weinig licht altijd in het voordeel zijn. Nu, tenzij je op grootformaat wil printen is ISO 3.200 nog goed bruikbaar.

Met de zon op 45 graden is er redelijk wat flare in de rechterhelft van het beeld.

 

Maar deze beeldkwaliteit, deze beeldsnelheid, deze autofocusprestaties, een zoombereik van 24 tot 600 mm in een camera die een goede kilogram weegt: we hadden er nog niet zo lang geleden nooit van durven dromen. De keerzijde? Bij elke generatie kruipt de prijs van de RX10 omhoog. Versie III had een adviesprijs van 1.599 euro, voor nummer IV vraagt Sony 400 euro meer: 1.999 euro moet de nieuwkomer kosten.

De ingebouwde lichtmeting werkt prima.