Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken.

Timelapse voor beginners (deel 3)

In het derde deel van onze reeks over timelapse fotografie leert fotograaf Rob Mitchell je hoe je je opnames samenvoegt tot een videobestand. 

Je verwacht misschien dat de auteur van een artikel over de nabewerking van time-lapsebeelden je een antwoord kan geven op alle mogelijke vragen. Helaas zijn er zoveel mogelijke opties, om nog maar te zwijgen over videoformaten, dat ik ze onmogelijk allemaal kan behandelen. Tijdens het schrijven stootte ik nog geregeld op handige software die ik nog niet kende. Time-lapsefotografie is een ontdekkingsreis zonder einde. Zelf maak ik vooral opnames van bouw- en constructieprojecten, zonder veel artistieke franjes. Voor meer artistieke time-lapsevideo’s zal een ander soort nabewerking beter zijn. In dit artikel zet ik je op weg met een eenvoudig stappenplan dat hier en daar ruimte laat voor een zijsprongetje om jouw timelapse te verfijnen.

Bestanden verzamelen

De eerste stap is vanzelfsprekend: je kopieert alle opnames van de geheugenkaart die in je camera zat naar een computer. Maak een back-up zodat je de originele bestanden nog hebt als er iets misgaat. Vervolgens ga je de opnames selecteren en bewerken. Zelf gebruik ik daarvoor Adobe Lightroom. Ik wied eerst de testopnames uit die ik maakte voor de eigenlijke timelapse begon. Daarna kun je de foto’s al bewerken volgens jouw favoriete Lightroom-recepten. Maar je kan de foto’s in dit stadium ook zo neutraal mogelijk laten, en de nabewerking op het finale videobestand doen.

Vervolgens snijd ik de beelden bij naar het gewenste videoformaat (meestal 16:9), en exporteer ze met de gewenste resolutie (1.920 pixels breed voor Full HD, wat 1.960 x 1.080 pixels is). Ik voeg op het einde van de bestandsnaam een suffix toe dat de volgorde in de reeks aangeeft, dus 001 voor de eerste foto, 002 voor de tweede enzovoort. Als je meerdere sequenties hebt vastgelegd, raad ik je aan om elke sequentie naar een aparte folder te exporteren. Dat houdt het overzichtelijker.

Mijn foto’s zijn bijgesneden en bewerkt, klaar om geëxporteerd te worden.

 

Met een export-voorinstelling exporteer ik de bijgesneden beelden met een resolutie van 1.960 x 1.080 pixels.

 

Videobewerking

Om de afzonderlijke foto’s samen te voegen tot een videobestand heb je een video-editor nodig. Zelf gebruik ik Final Cut Pro X (FCPX), maar het gaat met elke degelijke editor. In FPCX creëer ik een nieuw project, importeer de foto’s die ik vanuit Lightroom geëxporteerd had en voeg deze toe aan de tijdlijn. Het resultaat is een enorm lange tijdlijn. Nu moet ik instellen hoe lang elke foto te zien moet zijn. Dat is weer zuivere wiskunde: voor een framerate van 25 frames per seconde hebben we 25 foto’s per seconde nodig. De eenvoudigste manier om dat in FCPX in te stellen was de weergave van de tijdlijn in te stellen zodat de tijdlijn afzonderlijke frames toont, via het menu Preferences/General/Time Display/Frames. Vervolgens selecteer je alle beelden op de tijdlijn, kies je in het menu Modify/Change Duration en stel je als waarde ‘1’ in. Zo wordt elke foto precies gedurende één frame (1/25ste seconde) getoond. Gebruik nu het Share-menu, stel de render-opties in, kies een bestandsnaam en bestemming, en wacht tot de video gerenderd is. Klaar.

513 foto’s vormen elk één frame van een timelapse van, jawel, 513 frames.

 

Dit is een zeer simplistische methode en FCPX-experts kunnen je vast om de oren slaan met veel gesofistikeerder manieren. Maar de aanpak werkt en levert binnen een paar minuten een timelapse. Wil je meer opties? Lees dan de volgende paragraaf.

Opties voor beeldbewerking

Zoals gezegd werk ik zelf mijn beelden (in raw-formaat) af in Adobe Lightroom. Je kan deze stap overslaan en de beelden bewerken in After Effects of Premiere, die dezelfde raw-conversiesoftware gebruiken. Persoonlijk vind ik die manier van werken trager.

Je hoeft je beelden niet vooraf bij te snijden tot de uiteindelijke resolutie van de video (1.920 x 1.080 pixels voor Full HD). Je video-editor kan hen ook converteren en bijsnijden. Beter nog: als je foto’s een hogere resolutie hebben, kun je makkelijk beweging (pan of zoom) in je video aanbrengen.

De software LRTimelapse, die ik zelf pas ontdekte, laat je toe om de volledige time-lapsesequentie vanuit Lightroom te exporteren, zonder dat je je raw-bestanden eerst moet exporteren en zonder dat er een video-editor aan te pas komt. Bovendien kan de software elke foto analyseren en indien nodig aanpassen, zodat het eindresultaat vloeiender is, zonder flikkering door helderheidsverschillen. De prijs schommelt tussen 119,79 euro (basisversie) tot 301,29 euro (Pro-versie), maar voor al wie regelmatig timelapses maakt, is deze tool een aanrader.

LRTimelapse maakt een time-lapsevideo vanuit Adobe Lightroom.

 

Meer opties

Mijn allereerste timelapses maakte ik niet in FCPX of Premiere maar in software die eigenlijk bedoeld is om diavertoningen (slideshows) te maken: Proshow Gold van Photodex. Zet de foto’s op de tijdlijn, kies hoe lang elke foto te zien mag zijn (1/25ste seconde normaal gesproken), en exporteer dan naar het gewenste videoformaat. Zo simpel kan het dus.

Ik haalde al eerder het potentiële probleem van flikkering aan: als de helderheid van de opeenvolgende frames niet identiek is, kan het zijn dat het videobestand lijkt te ‘flikkeren’ als een kapotte tl-buis. Granite Bay Software maakt GBDeflicker, een plug-in voor Premiere en After Effects waarmee je dat probleem kan aanpakken. GBDeflicker bestaat ook als stand-alone programma voor Windows. Voor het beste resultaat exporteer je je raw-bestanden eerst in DNG-formaat.

GBDeflicker spoort potentiële flikkering op voor je video gerenderd wordt.

 

Een ander potentieel probleem is dat beweging in je timelapse te schokkerig wordt. In het vorige artikel las je al hoe je dat voorkomt door de juiste sluitertijd te kiezen en eventueel met ND-filters te werken. Je kan het probleem ook in nabewerking aanpakken via technieken als motion blurring, pixel-blending of frame-blending. Zelf verkies ik in zo’n geval cross dissolve om de overgang tussen frames vloeiender te maken. Dat vergt in FCPX een kleine omweg, omdat een foto minstens 6 frames zichtbaar moet zijn om er een overgang op toe te passen. Selecteer dus alle beelden in de tijdlijn, stel de weergaveduur in op 6 frames en pas op alle beelden de overgang cross dissolve toe. Selecteer opnieuw alle beelden en verkort de weergaveduur weer naar 1 frame. De sequentie is nu drie keer langer dan oorspronkelijk (1542 frames in plaats van 513, in mijn voorbeeld), en de uiteindelijke video zal ook drie keer langer duren – maar zonder schokkerige beweging.

Er is niet één aanpak die werkt voor alle timelapses. Experimenteer met de software en instellingen en zie wat voor jou het beste werkt. Oefen, experimenteer en geniet van het resultaat.