Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken.

Timelapse voor beginners (deel 2)

In het tweede deel van onze reeks legt fotograaf Rob Mitchell uit hoe je je eerste timelapse video maakt. We bekijken ook slimme hulpmiddelen en brengen wat beweging in je video.

In het eerste deel van deze reeks gingen we in op basisprincipes. Voor je de opnameknop indrukt, denk je best even na over welk soort timelapse je wil maken. De gebeurtenis die je wil vastleggen, heeft een eindige duur. Dat kan een paar minuten zijn, een uur of een week. In elk geval: er is een begin en een einde. Hoeveel tijd wil je dat er in je afgewerkte timelapse tussen begin en einde verloopt? Met andere woorden: hoe lang mag je video worden? Dat bepaalt met welke factor de gebeurtenis versneld moet worden. Een evenement van twee uur bundelen in een video van twee minuten betekent dat je timelapse zestig maal sneller moet gaan. Alle andere technische details – hoeveel opnames je moet maken, hoe lang het interval tussen twee opnames moet zijn, hoe groot je geheugenkaart moet zijn en zelfs of je een externe stroomvoorziening moet hebben – volgen daaruit.

Eenmaal je weet hoe lang je timelapse moet worden, is het kinderspel om te berekenen hoeveel opnames je moet maken. We gaan daarbij uit van een framerate van 25 frames per seconde bij het afspelen van je video. Per seconde van de afgewerkte timelapse moet je dus 25 foto’s hebben. (Noot: er bestaan nog andere framerates – 24 fps zoals in de bioscoop, of het Amerikaanse systeem met 30 fps. Maar dat is stof voor een ander artikel.)

Bereken je timelapse

Een voorbeeldje om het concreet te maken. Je staat in een mooi landschap en er drijven indrukwekkende wolkenformaties voorbij. Je hebt een camera die je manueel kan instellen, en je wil een time-lapsevideo van in totaal 15 seconden maken. Omdat de wolken snel bewegen, mag het interval tussen twee foto’s niet te groot zijn – zeg twee seconden. Als er weinig wind zou staan, mag het interval langer worden.

Voor de uiteindelijke video hebben we 15 seconden nodig aan 25 fps. Dat is eenvoudige rekenkunde: 15 x 25 = 375 frames. We moeten dus 375 foto’s maken. Met een interval van 2 seconden tussen elke foto duurt dat 375 x 2 = 750 seconden, of 12,5 minuten.

Tip: het is een goed idee om een paar extra seconden toe te voegen aan het begin en het einde van je timelapse. Als je later ooit een langere video wil samenstellen met verschillende clips, dan heb je een buffer die je kan gebruiken voor de overgangen tussen clips.

Ben je geen crack in hoofdrekenen, zoek dan je heil bij een van de vele apps die dat soort berekeningen maken. Mijn favorieten zijn Timelapse Helper van Sighmon en Timelapse Calculator van CLamCam Video.

Met apps zoals Timelapse Helper bereken je hoeveel foto’s je nodig hebt voor je project.

 

De zon in je timelapse

Nu we de opnameduur en het interval kennen, doen we best nog een kleine check voor we van start gaan. Voor een bescheiden opnameduur van 12,5 minuten niet zo belangrijk, maar wel als je meerdere uren fotografeert: de stand van de zon. Als onze warme vriendin tijdens de opnameduur in beeld verschijnt, riskeer je dat je opnames overbelicht zullen zijn. Ik kan zelf niet goed inschatten hoe de zon aan de hemel beweegt, maar gelukkig bestaat ook daar weer een app voor, die ik al jaren gebruik: Sun Seeker: 3D Augmented Reality Viewer van ozPDA. Deze fantastische app gebruikt ‘augmented reality’ om de baan van de zon op jouw locatie te tonen – zowel live als op eender welke dag in de toekomst. Ideaal als je op verkenning bent.

Voor de zekerheid kan je nog eens het weerbericht of een app als Buienradar raadplegen om te zien of er geen regen of onweer op komst is – ook weer minder relevant als je maar een kwartiertje nodig hebt, maar cruciaal voor langere projecten.

Sunseeker toont de positie van de zon en de baan die ze zal volgen. De rode lijn toont de baan van de zon op 21 juni (zomer-equinox), de groene lijn die op 20 maart (lente-equinox). Via de augmented reality kan ik zelfs zien dat de zon vanaf 18u achter de bomen zal verdwijnen.

 

Camera opstellen

Exit voorbereiding, tijd om de camera uit te halen. Belangrijk: stevig plaatsen, zodat we geen ongewenste beweging riskeren. Een stevig statief is het absolute minimum, en op een winderige dag is extra ballast om je statief te verankeren geen luxe.

In de vorige aflevering beperkten we ons tot (half-)automatische oplossingen om een timelapse te maken. Voor meer controle over het resultaat gaan we onze camera volledig manueel instellen. We hebben 12,5 minuten te overbruggen bij relatief stabiele lichtomstandigheden. We kunnen dus met een vast diafragma en vaste sluitertijd werken. Kies een goede ISO-waarde (geen Auto-ISO). Ik kies doorgaans ook een preset of een manuele waarde voor de witbalans; de automatische witbalansregeling kan kleurverschillen tussen opnames veroorzaken.

Controleer of je batterij voldoende is opgeladen Tip: om de batterij te sparen, schakel je de ‘Auto Review’ optie uit. Deze toont elke nieuwe opname gedurende een paar seconden op het scherm, en dat vreet stroom.

Controleer of er voldoende plaats is op je geheugenkaartje voor de 375 opnames. Zoals steeds: voor de beste kwaliteit en de grootste speelruimte in nabewerking werk je best in raw-formaat. Bij heel lange time-lapseopnames in gecontroleerde omstandigheden is jpeg ok – je krijgt dan veel meer opnames op één geheugenkaart.

De laatste stap: maak je compositie en stel scherp. Zodra je hebt scherpgesteld, schakel je de autofocus uit zodat de scherpstelling tussen opnames niet verandert.

Timelapse instellen

Nu nog de laatste en onmisbare stap: de intervalometer instellen. Je herinnert je nog wel dat je bij sommige camera’s een ingebouwde intervalometer hebt; bij andere moet je een extern apparaatje gebruiken. Het principe is hetzelfde: je stelt in hoeveel opnames je wil maken, en met welk interval. Tijd voor een laatste check. Bewegen de wolken nog? Is er geen regen op komst? Loont de scène echt de moeite? Kloppen de instellingen voor sluitertijd, diafragma, ISO en witbalans? Batterij en geheugenkaart OK? Klik dan op start, en wacht 12,5 minuten tot de camera klaar is.

Het klinkt als bijzonder veel werk voor een video van 15 seconden. Maar met wat oefening wordt het een tweede natuur. Begin in elk geval met korte timelapses. Zo leer je welk interval het best geschikt is voor welk onderwerp. En als er bij een korte opname wat misloopt, is dat in elk geval veel minder frustrerend dan wanneer je vijf uur lang hebt moeten wachten.

De intervalometer van de Fujifilm X-T2.

 

Vloeiende video

Wanneer je een timelapse maakt, wil je over het algemeen een vloeiende video. De framerate van 25 fps volstaat daar doorgaans voor, maar in sommige omstandigheden kan het eindresultaat een schokkerige en artificiële indruk maken. Dat voorkom je door bij de opname een langere sluitertijd in te stellen, bijvoorbeeld 1/40 seconde. Hoe meer beweging in de scène, hoe belangrijker dat wordt – denk aan mensen in een treinstation, aan auto’s in een stad… Het ligt voor de hand, maar toch even expliciet: je sluitertijd mag niet langer zijn dan het interval tussen twee opnames.

Als er veel licht is, grijpen videomakers naar neutral density (ND) filters om de sluitertijd lang genoeg te kunnen maken. Je kan dat uiteraard ook doen wanneer je een timelapse maakt. Kijk echter uit met variabele ND-filters waarbij je de sterkte van het filtereffect aanpast door aan het filter te draaien. Bij bepaalde posities van het filter op een groothoeklens kan je een vreemde schaduw in de vorm van een X op je beeld krijgen – een ongewenst neveneffect van de manier waarop zo’n variabel ND-filter werkt. Binnenshuis kan je makkelijk een lange sluitertijd gebruiken (hier 0,5 seconden) zonder hulp van een ND-filter, zoals onderstaande video bewijst.

Stroom

Bij een korte timelapse is het weinig waarschijnlijk dat je camerabatterij voortijdig leeg is. Maar als je een hele dag opnames maakt of aan langere projecten werkt, moet je op zoek naar een externe stroombron voor je camera. Als er een stopcontact in de buurt is, zit je goed: met een netstroomadapter krijgt de camera continu stroom.

Maar wat als je in de natuur zit? Een goedkope oplossing is een 12-voltbatterij en een kleine omvormer die een dummy-batterij in de camera van stroom voorziet. Met zo’n oplossing houdt een camera het twee weken uit. Verpak alles in een koffer en je kan meerdere dagen lang opnames maken ver van alle beschaving en netstroom.

12-voltbatterij met omvormer en dummy-batterij voor een Canon-camera. Plaats alles in een waterdichte koffer en je bent voor meerdere dagen gerust.

 

Beweging in je timelapse

Je weet nu voldoende om eenvoudige timelapses te maken. Wat als we nu ook de camera willen laten bewegen terwijl hij de opnames vastlegt? Met de juiste hulpmiddelen, een koud kunstje. Kijk eens naar de Syrp Genie Mini, een geniaal toestel uit het verre Nieuw-Zeeland. Het kan je camera zeer nauwkeurig om zijn as laten draaien terwijl hij de opnames maakt, en bevat ook nog eens een ingebouwde intervalometer die je programmeert met de bijhorende smartphone-app. De Genie Mini verdient eigenlijk een artikel op zich, maar ik zal me beperken tot de essentie van wat het voor onze timelapse kan betekenen.

Je plaatst de Genie Mini tussen de camera en het statief, en sluit hem met de juiste kabel aan op je camera (controleer welke kabel je nodig hebt voor jouw toestel). Alle camera-instellingen blijven dezelfde als hierboven beschreven. Maar je hebt de intervalometer van de camera niet meer nodig: het aantal opnames en het interval stel je in op de Syrp App.

De Syrp Genie Mini zet je tussen de camera en je statief, en met de app stel je de beweging in.

 

In deel drie van deze reeks leg ik uit hoe je de opnames nabewerkt en combineert tot een video. We gaan ook verder in op heel lange timelapse-projecten,