Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken.

EHBO voor fotografen

Eerste hulp bij cameraproblemen

Tenzij jouw camera in de kast blijft liggen, zal er aan ieder toestel kan wel eens wat gaan haperen. Veel kleine probleempjes kan je makkelijk zelf oplossen. En, beter nog, voorkomen.

1. Zet dat statief vast

Veel fotografen gebruiken een statief omdat hun camera dan stabiel staat. Goed, maar zorg dan ook dat je camera stevig op dat statief staat. Controleer of het snelkoppelplaatje goed is vastgeschroefd aan de camera, en of dat snelkoppelplaatje stevig vast zit in de statiefkop. Een snelle test is de camera vastnemen en omhoogtillen. Als alles goed vast zit, moet het statief mee van de grond komen zonder te verdraaien. Let er ook op dat alle segmenten van de poten van het statief goed vastgeklikt of -geschroefd zijn.

2. Doe die tas dicht

Veel fotografen gebruiken een cameratas om hun apparaat veilig te transporteren. Een klassiek ongeluk is dat de tas niet goed gesloten is, zodat de camera eruit dondert zodra je de tas optilt. Heeft je tas van die klassieke zwarte koordjes aan de ritssluitingen, vervang die dan door felgekleurde zoals de Tenba Zipper Pulls.

Zo zie je in een oogopslag of de ritssluiting wel goed dicht is.

3. Je hebt maar twee handen

Heb je ook al eens geprobeerd een lens met één hand van je camera te halen, met in je andere hand de lens die je erop wil zetten? Slecht idee. Zet de nieuwe lens veilig neer, haal de oude lens van je camera; zet die veilig neer, en plaats dan pas de nieuwe lens. Hou de camera de hele tijd met de lensopening naar beneden, zo voorkom je dat er stof of vuil in de camerabody waait.

4. Zand is je vijand

Camera’s en lenzen houden niet van zand. Zandkorrels kunnen het zoommechanisme van de lens blokkeren. Na een wandeling aan zee heeft je camera een schoonmaakbeurt nodig om alle zandkorrels te verwijderen. Gebruik daarvoor een kwast of blaasbalgje. Doe dit voor je de camera in je tas stopt, anders neem je het zand mee naar huis. Is het kwaad al geschied, stofzuig dan je cameratas bij thuiskomst.
Staat er een felle wind aan het strand, schroef dan een UV-filter voor je lens. Zoniet wordt je voorste lenselement gezandstraald.

5. Klepjes breken af

Een camera bevat heel wat klepjes: voor het batterijcompartiment, het geheugenkaartslot, de usb- en hdmi-poort,… Als er eentje afbreekt, fixeer het dan tijdelijk met plakband of gaffertape en laat het zo snel mogelijk herstellen.

6. De lens stelt niet scherp

Je drukt op de ontspanknop en verwacht dat je camera scherpstelt maar er gebeurt niets? Kijk dan eerst of je niet verkeerdelijk de focusknop op de lens op manuele scherpstelling (MF) hebt geschoven, en of de camera niet op manuele scherpstelling ingesteld is. Iets verder van huis: als de camera ingesteld staat op Back Button AF (scherpstellen met de AF-On knop op de achterzijde), is het normaal dat hij niet scherpstelt bij een druk op de ontspanknop.

7. De lens stelt slecht scherp

Een correcte scherpstelling hangt bij een reflexcamera af van de optimale alignering van lens, beeldsensor en de autofocusmodule. Merk je dat jouw camera consistent scherpstelt op een andere positie dan de wenselijke, controleer dan de afstelling van de autofocus. Bij sommige (duurdere) camera’s kun je via de ‘fijnafstelling’ voor meerdere lenzen een correctie instellen. Om te weten welke correctie nodig is, gebruik je een focuskaart. Sommige camera’s, zoals de Nikon D500 en D5, kunnen deze afstelling automatisch doen. Bij recente Sigma- en Tamronlenzen kan de fijnafstelling ook via een usb-dock. Lost dit het probleem niet op, laat dan nakijken of de autofocus in de lens wel correct werkt.

8. Foto’s vanop statief zijn onscherp

Eerste check: staat je statief wel stevig genoeg? Bij felle wind kan je het statief verzwaren door je cameratas eraan te hangen. Kijk ook na of het statief en de statiefkop wel geschikt zijn om het gewicht van je camera plus lens te dragen.
Om camerabeweging door het indrukken van de ontspanknop te voorkomen, gebruik je de zelfontspanner, een afstandsbediening of de bijhorende smartphone-app. Op een reflexcamera laat je met de Mirror Up functie de spiegel opklappen voor de sluiter opengaat – zo reduceer je de kans op trillingen.
Bij oudere lenzen met beeldstabilisatie (VR, IS, OIS,…) schakel je deze functie best uit als de camera op statief staat. Moderne lenzen met beeldstabilisatie kunnen detecteren wanneer ze op een statief staan, maar ook dan kan het geen kwaad de beeldstabilisatie uit te schakelen.

9. Condens op de lens

Als je vanuit de kou naar een warme ruimte gaat, zal het vocht in die ruimte condenseren op koude voorwerpen die je bij je hebt – zoals… je camera. Ook als je je camera binnenbrengt in een warme, vochtige ruimte, zoals de tropische serre in een dierentuin, kun je last krijgen van condens.
Om condens te voorkomen, laat je de camera in je cameratas zitten en geef je hem de tijd te acclimatiseren. Is het te laat en zit er al condens op de lens, veeg dit dan weg met een pluisvrij doek of microvezeldoekje. Je zal dit meermaals moeten doen tot de camera op temperatuur is. In de tussentijd is het af te raden om klepjes van je camera te openen en om lenzen te wisselen.

10. Er zit vuil op de lens

Vuil of vingerafdrukken op het voorste lenselement? Ga voorzichtig te werk bij het reinigen. Gebruik eerst een blaasbalgje om de grootste stofdeeltjes en zandkorreltjes weg te blazen – als je hierop met een doek gaat wrijven, riskeer je krassen te maken. In een tweede stap maak je met een zachte kwast vastzittende deeltjes los. Gebruik nogmaals een blaasbalgje om deze weg te blazen.
Als het grofste vuil verwijderd is, kun je met een LensPen vette vingers en het residu van opgedroogde regen- of andere druppels verwijderen. Volg nauwkeurig de instructies: je moet de tip regelmatig laden met poeder, anders heeft de pen geen effect. Na een honderdtal reinigingsbeurten is de poedervoorraad uitgeput en is de LensPen aan vervanging toe. Na de reiniging met een LensPen ga je nogmaals met een kwast over de lens.
Krijg je hardnekkig vuil ook met een LensPen niet verwijderd, dan is een reinigingsmiddel nodig dat geschikt is voor lenzen – te koop bij je camerawinkel. Je kan individueel verpakte vochtige reinigingsdoekjes gebruiken, of wat reinigingsvloeistof op een microvezeldoekje aanbrengen. Spuit de vloeistof nooit rechtstreeks op de lens.
Controleer ook af en toe het achterste lenselement. Omdat dit dichter bij de sensor zit, is het effect van vuil op dit element veel sneller merkbaar.

11. Er zit vuil op de sensor

Om te controleren of er vuil op je sensor zit, maak je een opname met een klein diafragma als f/16 van een heldere hemel of een witte muur. Bij een groter diafragma zijn vlekken op de sensor vaak niet te zien. Zie je vlekken, dan is het tijd om de sensor te reinigen. Met de juiste middelen is dat niet eens zo moeilijk. Heb je twee linkerhanden, laat de sensor dan reinigen door een vakman bij een camerawinkel – je betaalt er iets voor maar bent zeker dat het goed gebeurt.
Je gebruikt best een sensorloep zodat je goed ziet wat je doet. Bij een spiegelreflexcamera moet je de spiegel laten opklappen, zodat de sensor vrij komt te liggen – kijk in de camerahandleiding hoe dat moet. Hou de camera eerst met de lensopening naar beneden en gebruik een een blaasbalgje om grotere stofdeeltjes weg te blazen. Zorg ervoor dat je de sensor niet aanraakt met het blaasbalgje.
Leg de camera nu neer met de lensopening naar boven. Maak de sensor schoon met speciale sensorreinigingsdoekjes of -kwastjes. Volg daarbij nauwgezet de instructies van dat schoonmaakmateriaal. Maak na afloop van de reinigingsprocedure nogmaals een testfoto op f/16 om te controleren of het stof weg is.

12. De flits gaat niet af

Eerste vraag: is de batterij van je flitser niet leeg, en staat hij wel aan? Ligt het daar niet aan – heeft de flits net verschillende keren na elkaar op volle kracht geflitst? Dan kan het zijn dat de bescherming tegen oververhitting actief is. Even afkoelen is dan de boodschap.
Controleer bij een reportageflitser of hij goed in de flitsschoen zit, zodat alle flitscontacten in de goede positie staan. Gebruik je een draadloze flitser met infraroodsturing (IR), kijk dan na of de IR-ontvanger in de flitser wel het signaal van de master-flits kan ‘zien’: er moet een vrije zichtlijn tussen de flitser en je camera zijn. Gebruik je een draadloze flitser met radiosturing, kijk dan na of de batterijen van de draadloze flitstriggers niet aan vervanging toe zijn, en of ze wel afgesteld zijn op het goede radiokanaal en op de gewenste groep.

17. De schroeffilter zit vast

Als een filter op je lens vastzit, probeer er dan eerst beter grip op te krijgen. Span een dik elastiek om de filter, of trek een huishoudhandschoen aan. Je kan ook een speciale filterklem gebruiken: die werkt volgens hetzelfde principe als de klem waarmee je een nukkig deksel van een confituurpot losdraait.
Zit het filter scheef, dan is de schroefdraad ervan wellicht verbogen of beschadigd. Ga dan uiterst voorzichtig te werk om het filter te verwijderen. Anders riskeer je de schroefdraad op de lens te beschadigen, en sta je voor een dure herstelling.

18. De camera ging kopje onder

Als je camera in het water is beland, is het allereerste wat je moet doen de camera uitschakelen. Vervolgens dep je met een handdoek het water af dat nog op de camera hangt. Haal de batterij en de geheugenkaart uit het toestel, zet alle klepjes open, en verwijder de lens. Plaats de camera in een droge, goed geventileerde stofvrije ruimte, of in een afsluitbare doos waarin je een aantal zakjes met vochtabsorberende silicagel legt. Laat hem daar minstens 24 uur liggen zodat alle vocht in de camera kan verdampen. Koester echter geen valse hoop: als het water tot aan de printplaat of batterijcontacten geraakt is, valt een reparatie meestal niet te vermijden.

19. Je camera slaat tilt

Onder deze hoofding vallen allerlei vreemde problemen. Is er een foutcode te zien op het camerascherm, zoek dan op in de handleiding wat het probleem is en hoe je het moet oplossen. Geraak je er zo niet uit, controleer dan eerst of er niet per abuis een of andere instelling is geactiveerd. Klassiekers zijn dat de zelfontspanner aan staat, waardoor de camera niet meteen lijkt te reageren als je op de ontspanknop drukt, of dat de bracketingfunctie (belichtingstrap) actief is, waardoor je achtereenvolgens een normale, een onderbelichte en een overbelichte foto krijgt.
Ligt het daar niet aan, verwijder dan de batterij en plaats die na een minuutje terug. Baat dat ook niet, probeer dan de camera terug te zetten (‘Reset’) naar de fabrieksinstellingen. De handleiding legt uit hoe dat moet.

20. De geheugenkaart werkt niet

Merk je problemen met een geheugenkaart, kijk dan eerst of de contacten wel zuiver zijn. Om die te reinigen, gebruik je een pluisvrij doekje of wattenstaafje met een druppel zuivere alcohol (isopropanol).
Kijk ook na of het type kaart geschikt is voor jouw camera. Om de hoge framerates en resolutie van de allernieuwste toestellen te kunnen volgen, heb je een snelle kaart nodig.

21. De geheugenkaart heeft kuren

Merk je tijdens het bekijken van je opnames op de camera een probleem, maak dan geen foto’s meer op dat kaartje. Thuisgekomen stop je de kaart in een kaartlezer op je computer, en controleer of je de kaartinhoud kan bekijken in je Verkenner (Windows) of Finder (Mac). Is dat niet het geval, gebruik dan image recovery software om de kaart te herstellen. Meestal kun je een gratis proefversie downloaden die toont wat er te redden valt, en moet je betalen om de kaart effectief te herstellen.
Bij sommige (duurdere) geheugenkaarten zit een voucher waarmee je de volledige versie van een image recovery pakket kan gebruiken gedurende een beperkte termijn (bijvoorbeeld 12 maanden). Bewaar zo’n voucher tot je hem nodig hebt, en hou in de gaten wanneer hij vervalt.

22. Te snel gewist

Heb je per ongeluk een geheugenkaart geformatteerd vooraleer je de foto’s op je computer zette? Geen man overboord. Volg dezelfde procedure als in de vorige stap. Maak geen nieuwe foto’s meer op dat kaartje. Als je nieuwe opnames maakt, verkleint de kans dat de per ongeluk gewiste bestanden nog gerecupereerd kunnen worden.
Een kaart formatteren doe je overigens altijd in de camera via het cameramenu, nooit op de computer. Formatteer een kaart pas zodra je zeker bent dat alle foto’s veilig op je computer staan én dat er minstens één volledige back-up van is.

23. De batterij heeft kuren

Gebruik je wel een batterij van het cameramerk zelf? Sommige (goedkopere) alternatieve batterijen kunnen problemen geven omdat de camera hen niet herkent. Een lithium-ion batterij heeft niet het eeuwige leven. Bij zeer intensief gebruik zal de batterij sneller verouderen, wat je vooral merkt aan de verminderde capaciteit. Een batterij waar je vroeger pakweg 400 foto’s mee kon maken, haalt er nu nog maar 200. In sommige camera’s kan je via het menu bekijken of de batterij nog in goede conditie verkeert. Is de herlaadcapaciteit fors gedaald, dan is het tijd voor een nieuwe batterij.