Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken. verder gaan
in samenwerking met Belgiumdigital.com
Inschrijven |
Login help?
Nieuwsbrieven

Test: Sony Alpha a9

Snelheidsduivel zonder spiegel

door Erik Derycke, 12 juni 2017

spring naar:
Lees meer artikels over tests, camera, systeemcamera, sony, alpha, a9, full-frame, sport, actie
Social
Bewaar meld een fout Verstuur {T}print

Te koop in onze shop
» Shoot 20
trefwoord: sport
Bestel hier »
» Shoot 17
trefwoord: sport
Bestel hier »
» Shoot 14
trefwoord: sport
Bestel hier »
» Shoot 8
trefwoord: camera
Bestel hier »

Vandaag besteld morgen op de bus
Test: Sony Alpha a9

Met zijn nieuwste full-frame systeemcamera mikt Sony bijzonder hoog. Dankzij een topsnelheid van 20 opnames per seconde in volle resolutie van 24 megapixel geeft de Alpha α9 de professionele topmodellen van Canon en Nikon het nakijken. Is het tijd om de reflexcamera aan de wilgen te hangen?

Systeemcamera's – fototoestellen met verwisselbare lenzen, maar zonder het spiegelmechanisme en de optische zoeker van een reflexcamera – zijn de laatste jaren steeds beter en betrouwbaarder geworden. Niettemin bleef de dominantie van de reflexcamera inzake opnamesnelheid en autofocus tot dusver steeds overeind. Geen systeemcamera kon op dat vlak immers tippen aan professionele toestellen als de Canon EOS-1D X Mark II of de Nikon D5. Tot nu. Met de Alpha α9 zet Sony frontaal de aanval in op de marktleiders.

Op papier heeft de α9 alle troeven in handen. De full-framesensor van 24 megapixel kan dankzij een bijzonder ontwerp razendsnel uitgelezen worden. Daardoor haalt de camera een maximale reekssnelheid van 20 beelden per seconde in volle resolutie. Dat is bijna even snel als de framerate van een bioscoopfilm (24 beelden per seconde). De Alpha α9 houdt dat ijltempo vol voor opeenvolgende 241 opnames in raw-formaat en 362 in jpeg-formaat.

Daarnaast kreeg de Alpha α9 een gloednieuw autofocussysteem: dat zorgt ervoor dat die 20 foto's per seconde ook nog eens netjes in focus zijn. Hij belooft ook komaf te maken met 'viewfinder blackout', het fenomeen waarbij het beeld in de zoeker tussen elke opname heel even zwart wordt, en biedt bovendien ook nog eens een compleet stille modus – ideaal voor intieme concerten, theatervoorstellingen en sporten waar het geluid van een sluiter of opklappende spiegel zou storen. Met de gewone mechanische sluiter gaat de sluitertijd tot 1/8.000 seconde, met de elektronische sluiter zelfs tot 1/32.000 s.

Om de Alpha α9 op zijn mérites te beoordelen, trok ik ermee naar Eat Concrete, een meerdaags evenement in de buurt van Bouillon. Deelnemers razen er met een longboard (een lang skateboard) of een luge (een slee op wieltjes) de Ardeense hellingen af en halen daarbij vlotjes 80 km/u of sneller. Een ideale testsituatie voor een snelheidsmonster als de α9.

Bouw

De α9 lijkt sprekend op de full-framecamera's van de α7-serie. Hij is net iets hoger en zowat 50 gram zwaarder dan de α7R II. Net als zijn voorganger bevat hij een uitklapbaar en aanraakgevoelig 3 inch scherm. Boven dat scherm zit een elektronische zoeker (EVF) die een scherper beeld geeft dan de EVF van de α7-serie. De EVF heeft zoals beloofd geen last van blackout; je houdt continu een beeld in de zoeker. Dat maakt het makkelijk om snel bewegende onderwerpen te blijven volgen, zeker met lange telelenzen.

De extra millimeters in de hoogte zorgen dat er voldoende plaats is voor twee SD geheugenkaarten. Het onderste (slot 1) werkt met snelle UHS-II kaarten, het bovenste (slot 2) gebruikt de oudere en tragere UHS-I standaard – een vreemde keuze op een camera waar snelheid centraal staat. Via het menu kan je kiezen om elke opname naar beide kaarten weg te schrijven, om elke opname tegelijk in raw- en jpeg-formaat op aparte kaarten te bewaren, of om de ene kaart voor foto en de andere voor video te gebruiken. Helaas is het niet mogelijk om de tweede kaart meteen te laten inspringen zodra de eerste vol is. Je moet in het menu de andere kaart als bestemming selecteren, of de kaartjes fysiek verwisselen. En dat gebeurt sneller dan je denkt. Een jpeg-foto in beste kwaliteit weegt 11 tot 14 megabyte, maal twintig per seconde – zo vul je zonder dat je het doorhebt pakweg 250 megabyte per seconde.

Systeemcamera's zijn notoire stroomvreters, omdat het scherm of de EVF haast constant ingeschakeld zijn. De α9 kreeg daarom een nieuwe batterij met hoge capaciteit. Volgens de officiële testnorm haalt de α9 daarmee 640 opnames, maar dat is een forse onderschatting. In de praktijk kreeg ik vlot 1.800 foto's (in jpeg-formaat) uit een volle batterij. Wil je een tweede batterij paraat hebben, dan is er een apart aan te schaffen batterijgrip.

De α9 is uitgerust met Wi-Fi, NFC, Bluetooth en een Ethernerpoort – die laatste gebruiken sportfotografen vaak in sportstadions om hun beelden door te sturen. Enigszins vreemd voor een professioneel model is dat Sony geen melding maakt van stof- of spatwaterdichtheid. Een angstig moment was toen ik op een hete zondagnamiddag in volle zon de prijsuitreiking op Eat Concrete fotografeerde. Na tien minuten verscheen op het scherm een waarschuwing dat de camera oververhit was – hoewel ik slechts af en toe fotografeerde, en dus zeker geen reeksen of 4K-video vastlegde waardoor elke sensor het warm zou krijgen. Met het testmodel dat Sony me uitgeleend had, heb ik het geriskeerd om te blijven schieten, maar ik kan me voorstellen dat je met je eigen materiaal in die omstandigheden het zekere voor het onzekere neemt en de camera uitschakelt. [UPDATE: na afloop van deze test bracht Sony een firmware-update voor de camera uit. Deze zou ervoor zorgen dat de waarschuwing tegen oververhitting alleen verschijnt wanneer het echt nodig is.]

Bediening

Ook inzake bediening zijn de verschillen met de α7-serie subtiel maar relevant. Te beginnen met het keuzewiel voor transportmodus: naast enkele opname, zelfontspanner en belichtingsbracketing zijn er drie posities voor continu-opnames: laag (5 beelden per seconde), mid (10 fps) en hoog (20 fps). Onder dat wiel zit de schakelaar voor focusmodus (enkel, continu, manueel, direct manueel).

Rechtsboven vinden we een keuzewiel voor de opnamestand, met een volautomatische modus, programmastand, diafragma- en sluitertijdvoorkeuze, drie gebruikerspresets en een manuele modus. Er zijn ook een gewone videomodus en een time-lapse/slow-motionmodus, waarbij de camera zelf een video opneemt met een tempo van 1 tot 120 frames. Diafragma en sluiterijd regel je met instelwielen aan voor- en achterzijde, en bovenaan zit een instelwiel voor belichtingscompensatie. Vier programmeerbare functietoetsen geven toegang tot instellingen die je vaak gebruikt. De Record-knop om een video-opname te starten is verhuisd van de zijkant naar de rechterkant van de EVF – het verlaagt de kans dat je ongewild begint te filmen.

Nieuw is de joystick om een autofocuspunt of -zone te kiezen. Net daarboven staat een AF-ON knop. Veel sportfotografen gebruiken zo'n knop in plaats van de ontspanknop om de autofocus te activeren, en gezien de doelgroep van de α9 is dat dus een slimme toevoeging. De AF-ON knop mocht naar mijn smaak groter zijn, zodat hij ook met handschoenen aan (wintersporten!) vlot bedienbaar blijft.

Autofocus

Nu we het over autofocus hebben: de α9 kreeg – zoals de meeste systeemcamera's vandaag – een gemengd systeem dat contrastdetectie  combineert met speciale fasegebaseerde AF-punten op de sensor. Deze 639 AF-punten dekken ruim 93 procent van het beeld af – heel wat meer dan de fasegebaseerde AF-sensor in een D5 of EOS-1D X. Voordeel: het is mogelijk een onderwerp te blijven volgen dat naar de rand van het beeld beweegt. Het focussysteem van de α9 is behoorlijk complex: voor je ermee aan de slag gaat, verdiep je je maar best in de mogelijke scherpstelzones en in de optimale instelling voor AF-tracking.

Doordat de AF-punten over bijna het hele beeld verdeeld zijn, kan je onderwerpen tot tegen de beeldrand blijven volgen.

In mijn test werkt de autofocus zeer goed – beter dan in eender welke systeemcamera die ik al gebruikte. En oefening baart kunst: naarmate Eat Concrete vorderde, steeg ook het aantal geslaagde opnames. Maar perfect is het AF-systeem nog niet. De initiële focusverwerving is toch iets trager dan op de betere Canon of Nikon, en met het AF-gebied op 'Breed' is het soms gokken of de α9 zal scherpstellen op een bewegend onderwerp of op een element op de achtergrond. Maar eenmaal de focus ligt waar hij moet, blijft hij het onderwerp volgen – ook op 20 fps. Heel af en toe gaat het mis en sluipen er een paar wazige opnames tussen, maar de AF herpakt zich dan wel redelijk snel.

Met de gloednieuwe FE 100-400 mm F4.5–5.6 GM OSS supertelezoomlens lag het percentage opnames 'in focus' overigens hoger dan met de FE 24-70 f/2.8 en FE 70-200 f/2.8. Inmiddels heeft Sony firmware-updates uitgebracht voor deze en andere objectieven, waardoor deze beter moeten samenwerken met de α9.

Prestaties

De beeldkwaliteit van de Alpha α9 is prima. In jpeg-formaat is de kleurweergave levendig zonder oververzadigd te zijn, en haalt de opscherping fijne details naar voren. In contrastrijke situaties lopen de schaduwen gauw dicht, maar zelfs in jpeg-formaat is er ruimte om die in nabewerking wat op te helderen. Voor een nog beter resultaat kan je in raw-formaat fotograferen, al wens ik niemand de verwerking toe van een paar duizend raw-beelden.

Vanaf ISO 3.200 gaat de scherpte achteruit door de ingebouwde ruisonderdrukking, maar opnames blijven goed bruikbaar als je ze niet te groot wil afdrukken. Bij gevoeligheden boven ISO 12.800 zijn de EOS-1D X Mark II en de Nikon D5 superieur. (Ook de Sony α7S is veel beter bij hoge gevoeligheden, maar die is niet bedoeld voor sport).

Na drie intensieve testdagen met de α9 weet ik het zeker: dit is de eerste systeemcamera van Sony die ik zonder aarzelen voor sport en actie zou durven gebruiken. De reekssnelheid van 20 beelden per seconde is indrukwekkend, ook al heb je die in de praktijk niet altijd nodig – minder opnames betekent ook minder verwerkingstijd achteraf. De grootste stap voorwaarts zit hem in het autofocussysteem, dat de achterstand op de topmodellen van Canon en Nikon duchtig verkleint. Het vergt oefening en is niet volmaakt, maar zeker bruikbaar. 

Prijs: 5.300 euro (body)

bron: shoot

Extra beelden

Externe links



Stijl wijzigen: zwart Wit grijs
Maak kennis met
onze partner: