Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken.

Hoe maak je mooie kinderfoto’s?

Tips voor fotoshoots met kinderen

Hoe maak je mooie kinderfoto’s?

Een fotoshoot met kinderen, hoe pak je dat aan? Hoe zorg je ervoor dat kinderen staan, zitten of kijken zoals jij dat als fotograaf wil? Professioneel fotograaf Beppie Veldhuizen verklapt je haar keukengeheimen.

Ik ben kinderfotograaf, en werk eigenlijk samen met kinderen vanaf dat ze zelfstandig kunnen zitten, tot een jaar of 14, 15. Ik werk bijna altijd in de studio, met flitsers. Dat kan voor kinderen best spannend zijn, ze doen het namelijk niet iedere dag. Dus als de kinderen naar de studio komen met hun ouders, dan zijn ze vaak heel verlegen, of juist heel erg uitgelaten.

De spanning moet er toch echt even uit, en elk kind uit dat op zijn of haar eigen manier. Hele kleintjes die huilen of heel erg verlegen zijn, die laat ik even wennen. We gaan richting studio (die heb ik op mijn zolder), en daar drinken we eerst koffie, thee of limonade. Ik vraag aan de ouders wat de bedoeling is, wat ze ervan verwachten, en ik leg uit hoe ik werk. Ondertussen kunnen de kinderen al wat aan mij wennen, en aan de omgeving. Er staat ook speelgoed en er liggen boekjes. Op een gegeven moment wordt het kind vanzelf betrokken bij het gesprekje, gewoon omdat ze dan toch nieuwsgierig zijn naar wat ik bedoel, of als ik vraag wat voor kleding er is meegenomen, en in bijna alle gevallen is het ijs daarmee gebroken.

Observeren

Ik probeer ondertussen het kind te observeren. Wat is een ontspannen gezichtje bij dat kind – hebben ze de lippen bijvoorbeeld altijd dicht op elkaar of juist ietsje los van elkaar? Hoe kijken ze uit de ogen? Want ja, ik probeer straks dat gezichtje te vangen. Als de juiste kleding is aangetrokken en het kind weer wat meer zichzelf wordt, dan neem ik hem of haar mee naar de studioruimte. Ik probeer het zo te spelen dat ik alleen met het kind naar de studioruimte ga, zonder ouder. Het is gewoon een open ruimte, dus de ouder is er voor het gevoel nog wel bij, alleen kunnen we elkaar dan niet meer zien, alleen horen.

Waarom heb ik de ouder het liefste niet in de studio? Omdat ik toch alle aandacht van het kind wil, gewoon echt één op één. Bovendien vermijd ik zo dat de ouder goedbedoelde maar nutteloze adviezen geeft, zoals “rechtop zitten” of “mooi kijken”. Tja, mooi kijken, hoe doe je dat? En rechtop zitten? Een kind zit van nature nooit zo kaarsrecht als de ouders willen wanneer het op de foto moet. Ik wil juist dat het kind zo ontspannen mogelijk op de foto gaat. Dus ga gewoon lekker staan en kijk naar mij, niet ‘mooi’ maar gewoon, zoals je altijd kijkt. Niet dat ik dat zo zeg, want dan weten ze op raadselachtige wijze opeens niet meer hoe ze normaal altijd kijken. Je moet nooit de aandacht vestigen op iets wat ze spontaan doen.

Als kinderen echt niet alleen durven of willen, dan laat ik de ouder wel meegaan, maar leg ik wel van tevoren uit wat ik van hen verwacht: zo min mogelijk op- of aanmerkingen tegen het kind, gewoon er zijn. En na verloop van tijd probeer ik het dan toch zo te spelen dat de ouder weer teruggaat naar de koffie.

De shoot

Vervolgens is dus het moment van foto’s maken aangebroken. Ik probeer altijd een schaduw in een gezichtje te krijgen, omdat ik persoonlijk vind dat de foto dan meer sfeer krijgt. En als je zelf met studiolampen werkt, dan weet je het wel: het contrast tussen licht en schaduw wordt sterker door de lamp dichter bij het kind te plaatsen. Maar dan moet het kind natuurlijk ook wel op die ene plaats blijven staan of zitten, anders klopt je lichtopstelling weer niet. Maar hoe zorg je daar dan voor, dat ze ook daadwerkelijk daar blijven staan of zitten?

Bij oudere kinderen is dat eigenlijk gewoon een kwestie van uitleggen waarom, eventueel laten zien, en dan komt het meestal wel goed. Kinderen van een jaar of 3, 4 of 5, die zijn natuurlijk wat beweeglijker. Dus die doen nog wel es een stap opzij, draaien een rondje, of zijn afgeleid door iets wat ze zien, en gaan daar even kijken, of ze gaan even een kus halen van mama of papa, dat soort dingen. Om dan zo min mogelijk gedoe te maken om ze weer op de juiste plaats te krijgen, plak ik een sticker op de grond om te tonen waar ze moeten staan. Als ik de achtergrond of de belichting of wat dan ook verander, dan verhuist de sticker gewoon mee. Moeten er ook broertjes of zusjes met dezelfde belichting gefotografeerd worden? Op de sticker staan is altijd goed, ik moet alleen nog de hoogte van de lamp aanpassen. De hele kleine kinderen die nog niet kunnen of willen blijven staan, probeer ik wel eens op een kruk of in een kinderstoel te laten zitten.

De blik

En dan komt: de blik. Ik probeer zo min mogelijk te vragen om ontspannen te kijken, of “als zichzelf”, of boos of verlegen, of wat dan ook. Want als ze zich gaan focussen op hoe ze moeten kijken, dan wordt het meestal niets. Nee, ik vraag alleen of ze dwars door de lens heen kunnen kijken, of ze mij kunnen zien, en dat ik dan vanaf de andere kant probeer om hen te zien. Vaak is dat voldoende.

Verder probeer ik zo veel mogelijk een gesprekje op gang te brengen, over school, voetbal, dansles, vriendinnetjes, huisdieren, en dat soort dingen. Ondertussen hou ik de camera gereed. En gaan ze dan nadenken, of worden ze ergens boos om, of worden wat ondeugend, ja, dan druk je de knop in. Want dan zit er een kind dat zichzelf is, en dat de ouders zullen herkennen als hun kind.

En natuurlijk zijn er kinderen die aan het begin nog wel gespannen zijn, of nadrukkelijk hun lachen proberen tegen te houden, omdat mama zei dat ze niet mochten lachen op de foto. Maar dat is onzin; als een kind lacht, maak ik zeker een foto. Maar dan wel met een echte lach, en niet met een geforceerde ‘omdat het moet’-lach. Als kinderen langer nodig hebben om ontspannen te raken is dat voor mij geen probleem: ik trek voldoende tijd uit voor een kindershoot, zodat elk kind de tijd krijgt die nodig is. Desnoods gaan we nog wat koffie drinken met mama, nog gezellig ook.

Poseren

Tijdens de shoot blijf ik praten, maar terloops ga ik steeds een stapje verder om de foto te krijgen die ik wil. Ik zal de houding wat meer sturen. Dat begint dan met bijvoorbeeld handjes op je rug, of handjes over elkaar of wat ook. Ik doe dat zo onopvallend mogelijk, zodat het niet tot hen doordringt dat ze aan het poseren zijn. En dan merk je vanzelf hoe ver je kan gaan, wat nog werkt en waar je moet stoppen. Dat is voor elk kind anders.

Soms komen mensen aanzetten met foto’s van andere kinderen, en dan zeggen ze: “Ik wil ook zo’n foto met mijn kind.” Maar vaak werkt dat niet, geen enkel kind is hetzelfde, en als je ze een ander kind laat nadoen, ziet het er zelden natuurlijk uit. Ieder kind heeft z’n eigen manier van bewegen en kijken, en daar moet je juist op doorgaan. Dus ik leg dat dan wel uit, en we kunnen dan kleuren en licht op de gewenste foto afstemmen, maar verder laat ik het kind zo veel mogelijk het kind. Het verbaast me vaak nog hoe ver je zo’n meisje of jongen dan nog kunt sturen.

Bij de hele kleintjes valt er natuurlijk weinig te sturen. Ze worden dat geflits ook gauw beu. Maar dat is logisch, die beseffen vaak helemaal niet wat er gebeurt. Ik laat de ouders ook altijd wel van te voren weten dat de verwachtingen met zo’n kleintje niet te hoog moeten liggen. Met hele kleine kinderen doe je de shoot het best nadat ze geslapen en gegeten hebben, dan werkt het het beste. Wees flexibel: heb je bijvoorbeeld om halftien afgesproken, en ze slapen dan nog, laat ze dan doorslapen. Ik heb liever een uitgerust kindje dat een halfuur later komt dan een huilend kind.

Nog meer over kinderfotografie lees je in het themanummer van Shoot over dit onderwerp. Bestel hem in onze shop en je kunt direct de digitale versie beginnen lezen.