Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken. verder gaan
in samenwerking met Belgiumdigital.com
Inschrijven |
Login help?
Nieuwsbrieven

Getest: Leica Q

Premium compactcamera met toplens

door Redactie Shoot, 18 november 2015

spring naar:
Lees meer artikels over tests, camera, compactcamera, leica, full-frame
Social
Bewaar meld een fout Verstuur {T}print

Te koop in onze shop
» Shoot 8
trefwoord: camera
Bestel hier »

Vandaag besteld morgen op de bus
Getest: Leica Q

Weinig cameramerken zijn zo doordrongen van hun eigen traditie als Leica, dat vorig jaar zijn honderdste verjaardag vierde. Het klassieke design van de Leica M is meteen herkenbaar. Ook het nieuwste model van de M  houdt vast aan het vertrouwde meetzoekersysteem voor scherpstelling –nieuwlichterij zoals autofocus zal je op de M vergeefs zoeken. Tegelijk durft het bedrijf uit Wetzlar ook nieuwe wegen in te slaan, zoals met de systeemcamera Leica T (lees hier onze test).

Nu is er de Leica Q, een compactcamera met full-framesensor. Als zodanig heeft hij eigenlijk maar één rechtstreekse concurrent, de Sony RX1R (getest in Shoot 27). Leica combineerde een 24 megapixelsensor met een lichtsterke Summilux 28 mm f/1.-lens. Dit objectief biedt niet alleen autofocus, maar ook nog eens ingebouwde beeldstabilisatie. De Leica Q is meteen herkenbaar als een Leica: een tijdloos, minimalistisch design, vormgegeven in een stevige aluminiumlegering. Het rode Leica-logo is het enige kleurrijke element.

Vooraan op de Leica Summilux-M 28mm f/1.7 Asph-lens staat een ring om het diafragma in te stellen. Je kan het manueel instellen tussen f/1.7 en f/16, of de A-positie gebruiken zodat de camera zelf het diafragma kiest. De sluitertijd stel je in via het wieltje aan de bovenkant voor waarden tussen 1/2.000 en 1 seconde. Nog langere sluitertijden tot 30 seconden kies je door, met het sluitertijdwiel op stand ‘1+’, te draaien aan het instelwiel op de bovenplaat. Via de A-positie op het sluitertijdwiel laat je de Leica Q zelf de sluitertijd kiezen. Met zowel diafragmaring als sluitertijdwiel op de A-stand werkt de camera volautomatisch.

Dichter bij de body zit ook een focusring. Standaard is die vergrendeld en werkt de autofocus. Ontgrendel de ring en je kunt manueel scherpstellen. Via een derde ring wissel je tussen normale scherpstelafstand (30 centimeter tot oneindig) en macro (30 tot 17 cm).

Aan de achterzijde vinden we een verrassing: een aanraakscherm van 3 inch. Anders dan bij de Leica T dient het niet om de cameramenu’s te bedienen. Je kan er wel belichtingscompensatie en gevoeligheid mee instellen en door gemaakte foto’s ‘swipen’, maar voor andere instellingen heb je het controllerpad rechts van het scherm nodig. Het scherm laat je ook een autofocuspunt selecteren.

Boven het scherm nog een verrassing: een haarscherpe elektronische zoeker. De resolutie van die zoeker is zo scherp en de kleurweergave zo goed dat heimwee naar een optische zoeker misplaatst zou zijn. Meer nog: de prima zoeker maakt manueel scherpstellen eenvoudiger dan bij eender welke andere Leica. In het cameramenu kun je kiezen voor focus peaking (een functie die in de zoeker toont waar de scherpte ligt), automatische vergroting van het midden van het beeld, en focus peaking plus vergroting.

In gebruik

De Leica Q kan zoals gezegd volautomatisch werken; er zijn zelfs scènepresets zoals Sport en Portret. Maar de uitgepuurde bediening maakt werken met diafragma- of sluitertijdvoorkeuze, of volledig manueel, heel makkelijk. Zet de gevoeligheid op ISO en de camera selecteert vanzelf een gepaste ISO-waarde.

De camera bevat een minimaal aantal knopjes of functietoetsen. Dat impliceert dat je voor heel wat instellingen in het cameramenu moet duiken, zoals focusmodus, focuszone en witbalans. Helaas bestaat dat menu uit één lange lijst, zonder submenu’s, zodat je soms vaak moet klikken om de gewenste instelling te vinden. We hebben het geteld: om de kleurinstelling te wijzigen naar monochroom, moet je 21 keer klikken. Even bizar is dat je alleen kunt kiezen tussen fotograferen in jpeg-formaat, en in raw-formaat plus jpeg-formaat. Alleen raw kan niet. Overigens levert Leica een exemplaar van Lightroom mee om je raw-bestanden te ‘ontwikkelen’.

Verder bevat de Leica Q een wifimodule om beelden draadloos over te zetten naar een smartphone of tablet. Met de bijhorende app kun je sluitertijd, diafragma, gevoeligheid en opnamemodus instellen, maar vreemd genoeg niet het autofocuspunt selecteren. De app opent mogelijkheden voor discrete straatfotografen. Je hangt de camera om je nek, stelt manueel scherp op de hyperfocale afstand zodat je voldoende scherpte in je beeld hebt, en gebruikt het livebeeld in de app om op het juiste moment af te drukken. Passanten denken dat je een smartphoneverslaafde bent die niet zonder z’n gadget kan; niemand heeft in de gaten dat je foto’s maakt.

De keuze voor een 28mm-groothoek is bevreemdend. Leica associëren we meer met de traditionele brandpuntsafstanden van 35 en 50 millimeter. Via een digitale zoom (zeg maar een in-camera crop) kun je het equivalent van deze brandpuntsafstand overhouden. In jpeg verlies je daardoor een aantal pixels; in raw-formaat wordt de crop toegepast, maar kun je die ongedaan maken en het originele beeldhoek van 28 mm herstellen. De ingebouwde beeldstabilisatie werkt prima; ik kon uit de hand fotograferen met 1/8 seconde.

Prestaties

De combinatie van een 24 megapixelsensor en een uitstekende Leica-lens levert haarscherpe beelden vol detail op. Bij grote diafragma’s krijgen we een zeer fraaie achtergrondonscherpte, en de vertekening door de 28mm-lens is minimaal. De kleuren zijn heel natuurgetrouw. Tot aan ISO 800 is er geen ruis te zien, daarna treedt lichte luminantieruis op. In jpeg-formaat levert de ruisonderdrukking in de camera beelden op die perfect bruikbaar zijn op ISO 6.400.

In de automatische of halfautomatische opnamestanden lijken opnames soms ietwat onderbelicht. De lichtmeting in de camera lijkt afgesteld om hooglichten te beschermen tegen uitbranden. Als je in raw werkt is het makkelijk om de schaduwen en de middentonen op te helderen zodat je een correct belicht resultaat krijgt.

De Leica Q gebruikt een contrastgebaseerd autofocussysteem. Een paar jaar geleden was deze technologie veel trager dan de fasegebaseerde AF-systemen uit reflexcamera’s. De Q verwijst die aanvaarde wijsheid naar de prullenmand met een razendsnelle autofocus. Dat is het best te merken als je Touch Autofocus gebruikt: tegen dat je je vinger van het scherm hebt gehaald, heeft de Q al scherpgesteld.

De Leica Q  levert dus een uitmuntende beeldkwaliteit in een fraaie verpakking. De haarscherpe elektronische zoeker doet nooit naar een optische zoeker verlangen, en de snelle en betrouwbare autofocus is een droom in vergelijking met het trage, manuele meetzoekersysteem van de M-familie.

Met een prijskaartje van tegen de 4.000 euro is de Q ook een duur toestel. Naar Leica-normen valt het eigenlijk nog mee; het Summilux-M f/1.4 28 mm-objectief voor het M-systeem kost 5.500 euro – zonder autofocus of beeldstabilisatie. De minder lichtsterke Summicron-M f/2 28 mm komt op 3.600 euro. Wie een excuus nodig heeft om de aankoop thuis te verantwoorden: zo bekeken betaal je voor de lens en krijg je de full-frame camera erbij – met als grote verschil dat de lens vastzit op de Q. De gloednieuwe Leica SL daarentegen heeft wel verwisselbare lenzen.

bron: shoot

Extra beelden

Externe links



Stijl wijzigen: zwart Wit grijs
Maak kennis met
onze partner: