Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken.

Wegwijs in het brede aanbod van fotoboeken

Op zoek naar het allerbeste resultaat

Wegwijs in het brede aanbod van fotoboeken

Bij het bestellen van een fotoboek word je al snel overweldigd door het grote aanbod aan formaten, papiersoorten en afwerkingsopties. Hoe komen we tot de beste keuze? 

Het formaat

Als hobbyfotograaf willen we onze foto’s liefst groot afgedrukt zien, maar toch het album betaalbaar houden.

Veruit de populairste keuze is een boek in (ongeveer) A4-formaat, staand of liggend. Een dergelijk album blijft goed handelbaar en past nog in de boekenkast. De mooiste foto’s komen op een volle of zelfs een dubbele pagina (spread).

Andere fotografen verkiezen een vierkant paginaformaat, zodat liggende en staande opnames vlot kunnen worden afgewisseld of gecombineerd. Foto’s over een dubbele pagina worden mooi panoramisch. Een album van 30 bij 30 cm maakt toch wel indruk op de salontafel!

Uiteraard willen we een treffend beeld op de omslag zien.

Gewoon of fotopapier?

Deze keuze heeft meteen invloed op de beeldkwaliteit, afwerkingsmogelijkheden én de prijs.

Albums op fotopapier worden vervaardigd net zoals de klassieke fotoprints: lichtgevoelig materiaal wordt belicht door een RGB-lichtbron (laser of led) en daarna chemisch ontwikkeld. Het beeld wordt opgebouwd uit een aantal beeldpunten (typisch 100 tot 150 per mm²) die voor elk van de drie basiskleuren 256 mogelijke helderheidswaarden kennen. Foto’s worden met hoge ‘fotografische’ kwaliteit afgebeeld, kleurengamma en dynamisch bereik zijn uitstekend. Met contrastrijke overgangen (scherpe randen, fijne tekst) krijgt dit proces het soms iets moeilijker.

Fotoboeken op gewoon papier worden aangemaakt op snelle digitale drukpersen, door met vier inkten (geel, magenta, cyaan, zwart) kleine stippen aan te brengen. Het aantal punten is veel groter (typisch 1000 tot 2500 per mm²) maar er zijn geen waarden tussen ‘aanwezig’ of ‘afwezig’ mogelijk. Net als bij klassiek drukwerk (zoals je fotomagazine Shoot) worden foto’s daarom gerasterd om helderheidsverschillen te simuleren. Tekst en lijnwerk worden meestal scherper afgebeeld, maar er is een kans dat er in detailrijke beelddelen een storend patroon optreedt.

Figuur 1 laat zien hoe in de beide gevallen een neutraal gemiddeld grijs vlak wordt gereproduceerd.
 


Figuur 1

Mat of glanzend?

Fotopapier is slechts in een beperkt aantal soorten voorhanden: meestal blijft dit beperkt tot een glanzende en (satijn)matte variant. Het papier zelf heeft een eerder warme tint.

Het digitale drukproces laat meer variatie toe aan papiersoorten en -gewichten. De kleur van de ondergrond is over het algemeen witter en koeler. Voor een (hoog)glanseffect worden de pagina’s gecoat met een lak of vernis.

Foto’s op (half)mat papier zien er natuurlijker en zachter uit. Een glanzende afwerking geeft beelden wat extra kleur, contrast en scherpte. Een aparte afwerkingslaag vermindert bovendien de kwetsbaarheid van het oppervlak. Glanzende pagina’s zijn dan weer gevoeliger voor storende lichtreflecties.
 


Figuur 2

De inbindtechniek

Fotopapier kan slechts aan één zijde worden belicht: daarom worden telkens twee vellen fotopapier rug-aan-rug tegen elkaar gekleefd. De pagina’s worden hierdoor wel dikker, zodat er minder samen kunnen worden ingebonden. Door telkens de rechterhelft van één vel tegen de linkerhelft van een volgend vel te kleven ontstaat een album met vlakliggende binding (figuur 3). Er is dan helemaal geen onderbreking bij de bindvouw, en foto’s kunnen naadloos over het midden van de pagina doorlopen.

Bij digitale druk kunnen pagina’s eenvoudig tweezijdig worden bedrukt, zonder extra dikte: daarom is bij fotoboeken op gewoon papier meestal een hoger aantal bladzijden mogelijk. Daardoor komen uiteenlopende manieren voor het inbinden in aanmerking, inclusief de (duurdere) vlakliggende binding.
 


Figuur 3

Detailweergave

We plaatsten in ons testalbum een ISO 12233 testkaart (figuur 4) als hoog-resolutie digitaal bestand om de fotoboeken op dit gebied te kunnen vergelijken.

Op gewone kijkafstand voldeden alle afbeeldingen aan onze verwachtingen. Bekijken we het centrale testveld (ca. 9 bij 9 mm op de afdruk in het album) uitvergroot, dan zien we een duidelijk verschil tussen digitale druk en fotografische belichting (figuur 5). Bij deze laatste blijven zeer fijne patronen langer onverstoord weergegeven.
 


Figuur 4



Figuur 5

Kleurweergave

Voor de evaluatie van de kleurgetrouwheid maakten we een digitale opname van een nauwkeurige referentiekaart (figuur 6). Met de bijbehorende software werd een specifiek cameraprofiel aangemaakt, zodat we een gekalibreerd digitaal bestand in onze testalbums konden opnemen.

Afzonderlijk bekeken ziet de globale kleurweergave er bij elk fotoboek meer dan behoorlijk uit. Als we de afgedrukte testkaarten met elkaar vergelijken duiken er wel kleine maar merkbare verschillen op, vooral bij pastelkleuren en donkere tinten (figuur 7).

We zien ook kleurverschillen wanneer we eerder neutrale delen van foto’s naast elkaar leggen (figuur 8). Voor een deel ontstaan die door de verschillende kleurtinten van het gebruikte papier, en eventueel door een extra glanslak. 
 


Figuur 6


Figuur 7



Figuur 8

Conclusie

Met de huidige stand van fotografische en digitale afdruktechnieken is de globale eindkwaliteit best vergelijkbaar, en wordt de keuze van papiersoort en afwerking in de eerste plaats een zaak van persoonlijke smaak, mede beïnvloed door het onderwerp van het album.