Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken. verder gaan
in samenwerking met Belgiumdigital.com
Inschrijven |
Login help?
Nieuwsbrieven

Is een teleconverter of extender wel zinvol?

Maak je lenzen langer

door Rob Spanjaart, 01 oktober 2013

spring naar:
Lees meer artikels over vraagbaak, telelens, telezoom, objectief, converter, teleconverter, extender, brandpunt, brandpuntsafstand
Social
Bewaar meld een fout Verstuur {T}print

Te koop in onze shop
» Shoot 17
trefwoord: objectief
Bestel hier »
» Shoot 14
trefwoord: objectief
Bestel hier »

Vandaag besteld morgen op de bus
Is een teleconverter of extender wel zinvol?

Met een teleconverter of extender vergroot je de brandpuntsafstand van je lens. Maar dit handige hulpstuk is omstreden. Heeft een teleconverter wel zin?

Een teleconverter of extender is een lens die je tussen de camera en het verwisselbare objectief plaatst. De teleconverter vergroot het centrale deel van het beeld, waardoor je een kleinere beeldhoek krijgt. Het lijkt dan alsof je met een lens met langere brandpuntsafstand werkt. Zet een 2x-teleconverter op een 300mm-telelens en je krijgt de beeldhoek van een 600mm-objectief. Handig toch?

Al sinds de uitvinding is de converter een omstreden hulpmiddel geweest. Voor de purist is het zoiets als een extra turbo op een Opel Astra, of smaakversterkers in verder smaakloze aardappelchips. De voorstanders zien het als een betaalbare manier om meer millimeters op hun telelens te krijgen, zij het met een concessie op de kwaliteit.

Voors en tegens

Het werken met een converter biedt voor- en nadelen. Je krijgt inderdaad meer ‘millimeters’ met een relatief geringe investering. De combinatie van een lens met teleconverter (bijvoorbeeld 300 mm en 2x-TC) is meestal ook lichter dan een lens met langere brandpuntsafstand (600 mm). En doordat het centrale deel van het beeld wordt uitvergroot, verdwijnt ook eventuele vignettering (donkere hoeken).

Nadelen zijn er echter ook. De teleconverter zorgt voor een verlies aan lichtsterkte van 1 stop (1,4x-converter) tot 2 stops (2x-converter). Een telelens van 300 mm met maximaal diafragma f/2,8 in combinatie met een 2x-TC geeft een effectieve brandpuntsafstand van 600 mm, maar met een effectief maximaal diafragma van f/5,6 (twee stops verlies).

Door het lichtverlies zal ook de autofocus trager werken. Afbeeldingsfouten van het objectief worden mee uitvergroot en kunnen de kwaliteit negatief beïnvloeden. Daardoor zijn teleconverters in de praktijk alleen bruikbaar met (kostbare) professionele telezooms en lichtsterke primeobjectieven.

Nadelen genoeg dus, maar omdat een echte 600mm voor de meeste fotografen niet te betalen is – en eerlijk gezegd ook niet te transporteren – blijft de converter in trek.

Een teleconverter bevat een reeks lenzen die het centrum van het beeld uitvergroten.

Teleconverter of croppen?

Met de komst van de nieuwste generatie digitale reflexcamera’s met 24-36 megapixel dient zich nog een nieuwe vraag aan: levert ‘croppen’ met een goed objectief zonder converter geen beter resultaat op? Als je het centrale deel van een 36 megapixelfoto uitsnijdt, hou je immers nog genoeg pixels over voor een afdruk.

Om te testen waar bij de huidige stand van techniek de grens ligt, besloten wij het safaripark in te gaan met enkele combinaties die hopelijk verschillen aan het licht zouden brengen: de Nikon D800 met de f/2.8 70-200mm VRII- en f/2.8 300mm-objectieven. De gebruikte converter was de TC-20e III, de nieuwste en beste in combinatie met deze objectieven.

Een praktijktest levert soms andere resultaten dan een opstelling in een testlabo, maar geeft wel bevindingen die voor de gebruiker relevanter kunnen zijn. Voor wie uit is op een eenvoudig antwoord op de gestelde vraag, zal ik het alvast verklappen: soms is een converter onzin, in andere gevallen kan hij nut hebben. Waar liggen de grenzen bij de huidige stand van de techniek?

Een 1,4x-teleconverter verlengt de brandpuntsafstand met een factor 1,4 – ten koste van één stop lichtsterkte. Je houdt de helft van het licht over.

Een 2x-teleconverter verlengt de brandpuntsafstand met een factor 2 – ten koste van twee stops lichtsterkte. Je houdt een kwart van het licht over.

De praktijk: op safari met een converter

Met bijna 10 kg topfotomateriaal aangekomen in een zonnig safaripark zou je verwachten dat je in een halfuur een stel klasseplaten hebt. Helaas, dat valt tegen. De converter is nog niet eerder gebruikt en blijkt wat finetuning nodig te hebben. Alle foto’s zijn weliswaar redelijk scherp, maar niet van het verwachte niveau.

Op toestellen zoals een D700 en Canon 5D Mark 1 valt zoiets gewoon minder op, maar op een pixelmonster als de D800 is het allemaal een stuk kritischer. Afstellen dus en zorgen dat de optimale scherpstelling wordt behaald. Zonder dit werkje heeft een verdere test echt geen zin. De marges in de standaard-autofocusinstelling zijn groter dan de verschillen de je krijgt door de kwaliteit van de gebruikte lenzen.

Voor bewegende onderwerpen is een teleconverter minder geschikt. Het aantal missers wordt al gauw te groot doordat de autofocussnelheid en de autofocustracking te veel inboeten. Dat geldt niet alleen voor sport, maar bijvoorbeeld ook voor vliegende vogels. Ook het kaderen wordt natuurlijk een stuk lastiger. Verdwijnt een bewegend onderwerp uit de zoeker, dan wordt het door de langere brandpuntsafstand nog moeilijker om het weer in beeld te krijgen.

Zelfs vogels die relatief stil zitten, nemen regelmatig een andere houding aan, dus voor een directe vergelijking hebben we een dak gefotografeerd met de 70-200mm, met en zonder converter.

Met converter.
 

Zonder converter.

Het verschil is duidelijk. Er is bij de foto met converter sprake van wat chromatische aberraties, maar detail, ruis en kleur zijn duidelijk beter.

Ook de foto van de Afrikaanse nimmerzat, genomen met de f/2.8 300mm met 2x-converter, laat zien dat met geduld een uitstekende scherpte mogelijk is met deze combinatie. Ook de bokeh (achtergrondonscherpte) is duidelijk rustiger dan met dezelfde lens zonder de converter.
 

Conclusie

Goed nieuws dus! De converter is nog niet dood. Om plezier te hebben van een teleobjectief met converter dienen wel alle schakels van een hoog kwaliteitsniveau te zijn.

De camera heeft een uitstekend AF-systeem nodig en de converter-lenscombinatie moet goed op elkaar zijn afgestemd. Daarnaast zal de AF-finetuning van de body zorgvuldig moeten gebeuren, willen de resultaten niet teleurstellen.

Is aan al deze eisen voldaan, dan levert het werken met deze set-up zeer mooie resultaten op.

Welke objectieven gebruiken?

Zichzelf respecterende merken bouwen converters en objectieven zodanig dat alleen bepaalde combinaties passen. En als het past, dient de combinatie wel een lichtsterkte van rond f/5,6 te halen.

Er zijn natuurlijk toestellen die tegenwoordig trager maar betrouwbaar scherpstellen met een maximaal diafragma van f/8, maar als die lichtsterkte met een 2x-converter bereikt wordt, is de scherpte vaak ook niet meer optimaal.

 

Geschikt:

f/2.8 70-200 telezooms

f/2.8 300mm- en 400mm-objectieven.

f/4.0 500mm- en 600mm-objectieven (met 1,4x-converter)

f/4.0 200-400mm (met 1,4x-converter)

f/2.8 of f/4.0 prime-objectieven van 105 tot 300 mm (bij voorkeur met 1,4x-converter voor optimale scherpte).

 

Niet geschikt:

Alle consumer- en prosumer-telezooms – te herkennen doordat het maximale diafragma niet constant blijft over het zoombereik.

Bij ieder objectief waarbij de scherpte op het langste brandpunt niet optimaal is, vallen bij gebruik van teleconverters de resultaten tegen. Kort door de bocht gezegd dus: wil je langer dan 300 mm en toch een behoorlijke kwaliteit, dan gaat dat flink geld kosten.

 

Een f/2.8-telelens kun je probleemloos combineren met een 2x-teleconverter.

Teleconverters voor profs

We schreven het al: teleconverters zijn bedoeld voor gebruik op een specifieke reeks objectieven. Bij hun nieuwste teleobjectieven gaan Canon en Nikon nog een stapje verder.

Nikon
Het AF-S-objectief Nikkor 800mm f/5.6E FL ED VR wordt geleverd met een AF-S-teleconverter TC800-1.25E ED erbij. Deze 1,25x-teleconverter is speciaal ontwikkeld voor gebruik met de nieuwe 800mm en wordt niet afzonderlijk verkocht.

Elke teleconverter is speciaal afgestemd op het objectief waarbij hij wordt geleverd, wat volgens Nikon nodig is om optimale optische prestaties bij een equivalente brandpuntsafstand van 1000 mm te verzekeren.

Canon
Canon koos nog een andere aanpak voor de nieuwe EF 200-400mm f/4L IS USM (test). Hier is een 1,4x-extender ingebouwd. Die schakel je in door een hendeltje op de lens over te halen. De brandpuntsafstand wordt dan 280-560 mm, terwijl het maximale diafragma daalt tot f/5,6.

Volgens Canon is de grootste uitdaging ervoor te zorgen dat de optische kwaliteit over het hele (uitgebreide) zoombereik constant blijft.

bron: Shoot

Extra beelden

Gerelateerde artikels op Shoot.be



Stijl wijzigen: zwart Wit grijs
Maak kennis met
onze partner: