Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken. verder gaan
in samenwerking met Belgiumdigital.com
Inschrijven |
Login help?
Nieuwsbrieven

Basisbegrippen bij het filmen

Wat komt er kijken bij het maken van een video?

door Andy Van den Eynde, 29 juli 2013

spring naar:
Lees meer artikels over vraagbaak, filmen, video, basisbegrippen, framerate, interlaced, progressive, codec, 720p, 1080p
Dit artikel verscheen in de reeks : Alles over filmen met een reflex
Social
Bewaar meld een fout Verstuur {T}print
Basisbegrippen bij het filmen

Om te fotograferen moet je eigenlijk alleen weten wat sluitertijd, diafragma en gevoeligheid (ISO-waarde) zijn en hoe je die parameters gebruikt om het beeld te maken dat je voor ogen hebt.

Bij video komt er wat meer kijken. We zetten de essentiële begrippen hieronder op een rijtje.

[Dit artikel maakt deel uit van het dossier Filmen met je fototoestel, dat verscheen in Shoot 24.]

De beeldverhouding

In de fotowereld zijn de meest gebruikte beeldverhoudingen 3:2 (dezelfde als een 35mm-negatief) en 4:3 (dezelfde als een computermonitor).

In de cinemawereld heeft men door de jaren heen geëxperimenteerd met verschillende beeldverhoudingen, ofwel aspect ratio. Vaak wordt 1,33:1 gebruikt, wat overeenkomt met een 4:3-videobeeld.

Voor speelfilms is het meest gebruikte beeldformaat 1,85:1. Dat is net iets breder dan een breedbeeldtelevisie: die heeft een beeldverhouding van 1,78:1, beter bekend als 16:9. Dat is het formaat dat je ook aantreft op digitale reflex- en systeemcamera’s.
 

Vier veelgebruikte beeldverhoudingen. De 16:9-beeldverhouding van breedbeeldtelevisies is bijna dezelfde als de 1,85:1-verhouding van speelfilms.

Progressive versus interlaced

Binnen het 16:9-formaat zijn er twee belangrijke standaarden: 1080p en 720p. De cijfers verwijzen naar het aantal horizontale lijnen waaruit het beeld is opgebouwd. De volledige beeldresolutie bedraagt 1.920 x 1.080 pixel (1080p) of 1.280 x 720 pixel (720p).

Bij 720 lijnen zijn dat 1280 pixels. De ‘p’ duidt op een progressieve methode bij opname en weergave van het beeld. Elke horizontale lijn wordt achtereenvolgens gelezen, en het volledige beeld wordt opgebouwd uit de opeenvolgende lijnen.

Bij analoge televisie werd de interlaced methode gebruikt, waarbij eerst de even lijnen worden gelezen en dan pas de oneven. Dit was een lapmiddel voor de beperkte bandbreedte bij het ontstaan van de televisie. Uit tests wist men dat ons oog om en bij de 50 beelden per seconde nodig heeft om een videobeeld als één vloeiend geheel te zien, zonder flikkering. Maar omdat de kabeldistributie geen 50 volledige beelden (met alle horizontale lijnen) per seconde aankon, koos men ervoor om alternerend 25 ‘halve’ beelden te tonen. 
 

Een interlaced beeld is opgebouwd uit alternerende beeldlijnen (afbeelding: Wikipedia).

Framerate

De framerate is de frequentie waarmee de camera de beelden vastlegt, en wordt uitgedrukt in beelden per seconden (frames per second). Hier zijn 24p, 25p en 30p de meest gebruikte. In Europa sluit 25p het beste aan bij wat we op een televisietoestel zien. Voor Amerikaanse televisies is 30p gebruikelijk, en 24p komt overeen met de projectiesnelheid van bioscoopfilms.

Sluitertijd

De framerate is niet hetzelfde als de sluitertijd. Dat is de tijd die je camerasensor krijgt om een beeld vast te leggen. Het is niet omdat een camera 25 beelden per seconde moet vastleggen (framerate 25p) dat de sluitertijd 1/25 seconde moet bedragen.

De ideale sluitertijd om te filmen is het dubbele van de framerate. Dus bij een framerate van 25 p is de ideale sluitertijd 1/50 seconde. Bij een lagere sluitertijd treedt er bewegingsonscherpte op; en bij een snellere krijg je een stroboscopisch effect.

Uiteraard kan je een afwijkende sluitertijd kiezen om een bepaald effect te creëren. Bewegingsonscherpte kan bijvoorbeeld leuk zijn als je in een stad meer aandacht wilt vestigen op voorbijkomende mensen of auto’s. Als je een actiemoment in close-up wat flitsender wilt maken, kan een sluitertijd van 1/200 of zelf 1/500 daarbij helpen. Zorg er steeds voor dat je sluitertijd een veelvoud is van je framerate.

720p of 1080p

Het ligt voor de hand dat 1080p meer informatie bevat dan 720p. Als je in 1080p filmt, zijn je videobestanden veel groter, en is er meer rekenkracht nodig om ze te bewerken. Vroeger waren onze minder krachtige computers vaak de reden om te kiezen voor 720p. Maar met de snelle computers en de betaalbare harde schijven van vandaag is dat geen issue meer.

Toch heeft 720p nog steeds een voordeel: je kan tijdens het filmen meer beelden per seconde vastleggen (een hogere framerate dus). En hoe meer beelden bij opname, hoe meer informatie je hebt bij het vertragen in montage.

Als je filmt in 720p met 50 beelden per seconde, dan kan je de opname vertraagd afspelen met 25 beelden per seconde (de beeldsnelheid die je zou hebben bij filmen in 1080p met 25 fps), zonder dat er frames bijgemaakt moeten worden. Het eindresultaat zal veel vloeiender zijn. Professionele highspeedcamera’s die bij sportwedstrijden gebuikt worden, maken drie keer zoveel beelden als normale camera’s.

Codec

Bij filmen heb je meestal weinig controle over het bestandsformaat waarin je opname wordt weggeschreven. Een videobestand wordt gekenmerkt door een codec en een wrapper.

De codec is de taal waarin het digitale beeld wordt weggeschreven; bij digitale reflexcamera’s is dat vandaag meestal de codec H.264. De wrapper is de ‘verpakking’ (ook wel container genoemd) waarin het videobeeld en de audio opgeslagen worden. Veelgebruikte wrappers zijn Quicktime MOV of AVI.

Oudere montageprogramma’s kunnen niet zo goed overweg met de codecs van digitale reflexcamera’s. Om de bestandsgrootte te beperken, wordt niet elk frame volledig weggeschreven, maar alleen de verschillen met het vorige frame. Wil je nu net knippen op zo’n frame dat informatie nodig heeft uit het vorige frame, dan gaat dat niet. Dan is het noodzakelijk om eerst je beelden te converteren naar een betere codec zoals ProRes.

Hoewel de laatste versies van Final Cut Pro en Adobe Première wel raad weten met de bestanden die rechtstreeks uit je toestel komen, is het opwaarderen naar een betere codec ook aan te raden om een grote kleurruimte te creëren. Hierdoor heb je meer mogelijkheden in nabewerking. Een handig en gratis softwarepakket om dit te doen is MPEG streamclip van Squared 5, maar het kan ook via je montagesoftware.

bron: Shoot

Extra beelden

Gerelateerde artikels op Shoot.be



Stijl wijzigen: zwart Wit grijs
Maak kennis met
onze partner: