Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken. verder gaan
in samenwerking met Belgiumdigital.com
Inschrijven |
Login help?
Nieuwsbrieven

Alles wat je moet weten over de witbalans

De kleuren zoals je ze wilt

door Erik Derycke, 29 april 2013

Lees meer artikels over vraagbaak, witbalans, licht, kleuren, kleurbeheer, instellingen, kleurtemperatuur, temperatuur, grijskaart
Social
Bewaar meld een fout Verstuur {T}print

Te koop in onze shop
» Shoot 13
trefwoord: licht
Bestel hier »

Vandaag besteld morgen op de bus
Alles wat je moet weten over de witbalans

Op je camera staat een witbalansregeling. Waar dient die voor, en hoe zorg je ervoor dat je camera de kleuren vastlegt die je wilt?

Je merkt dat foto’s die je binnenshuis bij het licht van gloeilampen hebt gemaakt baden in warme gele gloed. Of dat er een blauwe kleurzweem ligt over foto’s die je in de schaduw hebt genomen. De oorzaak is de kleurtemperatuur van de lichtbron in je foto, en de manier waarop de camera licht registreert.

Wit is altijd schoon
De meest gebruikte natuurlijke lichtbron is de zon. Gewoon zonlicht is wit licht, wat eigenlijk alleen maar wil zeggen dat het alle kleuren uit het kleurspectrum bevat. Je herinnert je misschien uit de natuurkundeles dat je zonlicht kan breken door het door een prisma te laten stralen: het valt dan uiteen in de verschillende kleuren van het spectrum.

Kunstlichtbronnen zoals gloeilampen of tl-licht bevatten niet dat volledige spectrum. Ze zijn daardoor niet wit maar hebben een specifieke kleur. Gloeilampen produceren vooral licht in het rode en gele deel van het spectrum. Ook kaarslicht, het licht van een brandend haardvuur, of zonlicht dat gefilterd wordt door wolken mist een deel van het spectrum. En in de schaduw is zonlicht niet meer zuiver wit, maar heeft het een blauwige tint.

Technisch gesproken heeft elke lichtbron een eigen kleurtemperatuur. Een gloeilamp heeft een kleurtemperatuur van bijvoorbeeld 3.500 K (Kelvin), een studioflitser bijvoorbeeld 5.000 K. Hoe hoger de kleurtemperatuur, hoe koeler het licht. Meer hierover lees je in De kleurtemperatuur van een lichtbron.

Ogen passen zich aan, camera's niet
Doorgaans merken we weinig van de verschillen in kleur tussen lichtbronnen. Onze ogen passen zich automatisch aan de verschillen aan. Het papier waarop Shoot gedrukt is ziet eraltijd wit uit, ongeacht of je het magazine nu onder het licht van een gloeilamp dan wel op een zonnig terrasje zit te lezen. Bij heel extreme lichtbronnen zoals een haardvuur, zal je wel een kleurzweem waarnemen: de afwijking is dan te groot voor je ogen om te overbruggen.

Een camera is helaas niet zo verfijnd als het menselijk oog: die registreert gewoon het licht dat door de lens valt. Is dat het gelige licht van een gloeilamp, dan worden alle kleuren in de foto in de richting van het geel getrokken. Werk je in de schaduw, dan krijg je een blauwige kleurzweem: een wit blad papier krijgt een blauwig tintje.

Witbalans corrigeert
Om die kleurafwijkingen op te vangen is de witbalans uitgevonden. Het idee is eenvoudig: de camera houdt rekening met de kleur van de lichtbron waarbij de foto werd gemaakt en corrigeert de kleuren. Bij een foto die in de schaduw gemaakt werd, zal de camera meer rood aan het beeld toevoegen om de blauwe kleurzweem te corrigeren. Door die correctie ziet papier er weer wit uit, ook al werd het onder blauwig licht gefotografeerd. Je kunt de witbalans automatisch laten regelen, of zelf meer controle houden over wat je camera doet.
 



Om de warme gloed van een zonsondergang vast te leggen, vermijd je de automatische witbalans; die maakt het licht té wit.

Automatische witbalans
Bij een automatische witbalans (AWB) probeert de camera te achterhalen wat de kleurtemperatuur van de lichtbron is, en past de kleurweergave aan dat resultaat aan. Vaak geeft de AWB een aanvaardbaar resultaat, zeker als er witte onderwerpen zoals een blad papier of een witte muur in de scène zichtbaar zijn.

De AWB kan echter misleid worden door dominante kleuren in een scène. Als je een klein voorwerp voor een rode achtergrond fotografeert, kan de camera denken dat de overdaad aan rode tinten veroorzaakt wordt door een warme lichtbron, en die compenseren door blauw toe te voegen. Dat levert dan een te koele foto op.

Bij foto’s van een zonsondergang gebeurt vaak hetzelfde: de camera probeert de warme gele en oranje kleurenpracht van de hemel te compenseren, en daardoor verdwijnen de warme tinten die je net wou vastleggen. In dat geval schakel je het best over naar een van de voorinstellingen, of maak je een manuele witbalans.
 



Je kunt voorinstellingen voor diverse lichtbronnen gebruiken.

Voorinstellingen in het menu
In het witbalansmenu van je camera vind je een aantal voorinstellingen voor de witbalans. Elke voorinstelling komt overeen met een bepaalde kleurtemperatuur.

De meest voorkomende zijn daglicht, flitslicht, tungsten (gloeilampen), fluorescent (tl-licht), bewolkt en schaduw. Soms zijn die nog onderverdeeld, bijvoorbeeld in meerdere voorinstellingen voor verschillende types tl-lampen (bijvoorbeeld warm, koel, daglicht). Op sommige camera’s kan je de voorinstellingen zelf nog aanpassen voor een nauwkeuriger resultaat.

De voorinstellingen passen een vooraf gedefinieerde witbalans toe die past bij de kleurtemperatuur van de omschreven lichtbron. Het probleem met de voorinstellingen is dat ze niet heel precies zijn.

Wat is bijvoorbeeld bewolkt? Afhankelijk van de dikte en de kleur van het wolkendek wisselt de kleurtemperatuur van zonlicht op een bewolkte dag tussen 6.000 en 8.000 K. De voorinstelling van een camera zal echter altijd dezelfde waarde gebruiken, bijvoorbeeld 7.000 K. Ook tussen camera’s zijn er verschillen. Voor de ene camera betekent daglicht bijvoorbeeld 6.500 K; maar een andere camera heeft misschien 6.000 K voor daglicht.

 


Om de witbalans manueel in te stellen, plaats je een genormeerde grijskaart onder de lichtbron die je wil gebruiken.

 



Voor de meest accurate kleurweergave gebruik je een kleurkalibratiesysteem. (afgebeeld: de Colorchecker van X-Rite)

Manueel instellen
Je kunt de witbalans ook manueel instellen. Als je de exacte kleurtemperatuur van je lichtbron kent, kun je op sommige geavanceerde camera’s de juiste waarde in Kelvin instellen.

Daarnaast kan je een manuele witbalans maken. De exacte procedure verschilt per cameramerk, maar het principe is hetzelfde. Het enige hulpmiddel dat je nodig hebt, is een grijskaart. Dat is een stuk karton met een genormeerde grijskleur. Je plaatsts die onder de lichtbron die je wilt gebruiken en maakt een foto. De camera meet het verschil tussen de kleur die de grijskaart onder die lichtbron heeft, en het genormeerde grijs. Op basis van die meting wordt de witbalans gecorrigeerd.

Een manuele witbalans maken heeft alleen zin als de lichtomstandigheden lange tijd dezelfde blijven, bijvoorbeeld in je fotostudio waar je steeds met dezelfde flitsset werkt. Je kunt de manuele witbalans dan opslaan in het geheugen van je camera, zodat je ze niet steeds opnieuw hoeft te maken.

Wil je naast de witbalans ook de andere kleuren kunnen controleren, dan heb je een kleurkalibratiesysteem nodig, zoals de ColorChecker van X-Rite of de SpyderCheckr van Datacolor. Dat zijn testkaarten die grijswaarden en verschillende kleuren tonen. Er wordt software bijgeleverd waarmee je een profiel op maat voor jouw camera kan maken voor elke lichbron die je regelmatig gebruikt.



In Lightroom vind je de witbalansregeling bij de standaardbewerking.

Witbalans in nabewerking
Fotografeer je in raw, dan kan je de witbalans in nabewerking nog aanpassen. Een raw-bestand bevat immers de ruwe beeldinformatie die de sensor heeft vastgelegd, en kleurcorrecties zoals een witbalansaanpassing kan je zonder kwaliteitsverlies in nabewerking doen.

In Lightroom heb de keuze om de witbalans van je camera te behouden (Als opname), om Lightroom een automatische witbalansregeling te laten doen, om een preset te gebruiken of om een aangepaste witbalans in te stellen. Om een aangepaste witbalans te maken verschuif je de schuifregelaar Temperatuur: naar links voor warme lichtbronnen (blauw toevoegen), naar rechts voor koele lichtbronnen (geel toevoegen). Je kunt ook de gewenste kleurtemperatuur in kelvin invullen.

Er is ook een tweede schuifregelaar waarmee je de kleuren kan verschuiven op de as groen-magenta. Bij natuurlijke lichtbronnen kun je deze regelaar op 0 laten staan; hij komt vooral van pas bij fluorescerend licht (tl-buizen).

Je kunt de witbalans ook instellen via de pipet. Selecteer de pipet en klik op de foto op een stuk dat neutraal grijs of wit zou moeten zijn. Je ziet de kleur meteen verspringen. Is het resultaat niet wat je verwachtte, klik dan op een ander deel van de foto. Wil je deze manier van werken gebruiken, dan is het een goed idee om ervoor te zorgen dat op de eerste foto van de reeks een echt neutraal voorwerp in beeld staat, bijvoorbeeld een grijskaart.

 



Bij sommige flitsers zitten kleurfilters om de kleur van het flitslicht te laten overeenkomen met het omgevingslicht.

Gemengd licht
Tot nu toe gingen we ervan uit dat je maar één lichtbron in je foto hebt. Zodra er meerdere lichtbronnen met een eigen kleurtemperatuur in beeld komen, wordt het verhaal complexer. Stel dat je een persoon fotografeert bij kunstlicht, maar met daglicht dat door een raam binnenvalt. Stel de witbalans in voor daglicht en het kunstlicht wordt oranje; corrigeer voor het kunstlicht en het daglicht wordt blauw. In zo’n situatie is er geen juiste witbalans.

In Hollywood zou de filmcrew in zo’n geval meteen het hele raam met een corrigerende ‘gel’ (kleurfilter) overplakken, zodat het daglicht dezelfde kleur krijgt als het kunstlicht. Die optie heb je als fotograaf meestal niet. Kies een witbalans zodat je hoofdonderwerp er natuurlijk uitziet en laat de rest van het licht voor wat het is – of zet je foto om in zwart-wit.

Wat je wél doet, is de kleur van je flitslicht aanpassen aan het aanwezige omgevingslicht. Flitsers verspreiden een redelijk neutraal, wit’ licht. Als je een flitser gebruikt in een kamer die door gloeilampen verlicht wordt, zal het verschil te zien zijn: het geflitste onderwerp ziet er dan te wit uit. Door een kleurfilter op je flitser te plaatsen, zorg je ervoor dat die dezelfde kleurtemperatuur als het omgevingslicht krijgt. Bij sommige flitsers wordt een plastic kleurfilter voor gloeilampen en voor tl-licht meegeleverd.

Voor meer controle over het resultaat gebruik je filters die je op je flitser kleeft. Om flitslicht warmer te maken, zijn er CTO-filters (colour temperature orange); wil je net koeler licht, dan gebruik je een CTB-filter (colour temperature blue). CTO- en CTB-filters bestaan in verschillende sterktes; hoe sterker de filter, hoe groter de kleurverschuiving.

Werk je met Lightroom 4, dan heb je een alternatief om gemengde lichtomstandigheden te corrigeren. In deze versie kan je een aangepaste witbalans met het Aanpassingspenseel schilderen op een deel van de foto. Je hoeft met andere woorden niet langer een witbalans voor de hele foto in te stellen. Werken met het aanpassingspenseel is echter een tijdrovende klus; probeer het licht dus zo goed mogelijk tijdens de opname te corrigeren door aangepaste filters te gebruiken.

 


Kleurfilters van verschillende sterkte veranderen de kleur van flitslicht (afbeelding: SilverLeaf).

De witbalans creatief gebruiken
Na al deze uitleg over de juiste witbalans en correcties van kleurzweem mag je vooral niet vergeten dat je de witbalans ook creatief kunt gebruiken. De ‘juiste’ witbalans is alleen belangrijk als je wenst dat wit (en alle andere kleuren) eruitziet zoals onder zuiver zonlicht. Maar er zijn heel wat situaties denkbaar waarin je dat net niet wilt.

We hadden het al over zonsondergang, en hetzelfde geldt voor zonsopgangen: op die momenten zien we het licht van de zon niet als wit. Vermijd dus de automatische witbalans en zorg ervoor dat de warme kleuren aan de hemel bewaard blijven.

Gebruik de witbalansregeling (in je camera of in nabewerking) om je foto's de gewenste sfeer te laten uitstralen. Foto's van een landschap in de mist kun je een warme uitstraling geven. Omgekeerd kunnen winterfoto's best tegen een wat koelere witbalans. Ook bij portretten kun je met de witbalans spelen om je foto's een koele dan wel een warme look te geven.

Wees niet bang om te experimenteren: als je in raw-formaat werkt, kun je de witbalans ongestraft aanpassen en weer herstellen.

bron: Shoot

Extra beelden

Gerelateerde artikels op Shoot.be



Stijl wijzigen: zwart Wit grijs
Maak kennis met
onze partner: