Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken. verder gaan
in samenwerking met Belgiumdigital.com
Inschrijven |
Login help?
Nieuwsbrieven

Sprekender foto's met doordrukken en tegenhouden

Verdeel het licht opnieuw

door Piet Van den Eynde, 12 februari 2013

spring naar:
Lees meer artikels over praktijk, bewerken, doordrukken, tegenhouden, dodge, burn, doka, photoshop, lightroom
Social
Bewaar meld een fout Verstuur {T}print

Te koop in onze shop
» Shoot 22
trefwoord: doordrukken, tegenhouden
Bestel hier »
» Shoot 20
trefwoord: lightroom
Bestel hier »
» Shoot 8
trefwoord: photoshop, lightroom
Bestel hier »

Vandaag besteld morgen op de bus
Sprekender foto's met doordrukken en tegenhouden

Soms wijkt de foto die je in je hoofd hebt behoorlijk af van wat je op je scherm ziet. Zeker in moeilijke omstandigheden en bij grote contrasten. Met 'doordrukken en tegenhouden' breng je het resultaat dichter bij het ideaal.

Zelfs de meest geavanceerde camera heeft het moeilijk wanneer er grote contrasten in het beeld zitten. Het resultaat is dat het licht niet altijd daar (en in die mate) valt waar je het wou hebben.

Gelukkig kan je je pixels achteraf nog een handje helpen door in de nabewerking het licht wat te herverdelen. Het ophelderen van donkere delen in je foto wordt tegenhouden (of in het Engels: dodging) genoemd. Het donkerder maken van lichte partijen heet doordrukken, in het Engels: burning.

Oude technologie
Doordrukken en tegenhouden is bijna zo oud als de fotografie zelf. De technieken stammen uit de donkere kamer, waar een deel van de afdruk donkerder gemaakt werd door er meer licht op te laten vallen (doordrukken) of lichter door er minder licht op te laten vallen (tegenhouden).

Ervaren dokagebruikers zijn meesters in het doordrukken en tegenhouden. Vaak wordt op een eerste afdruk met stift genoteerd welke gebieden van de foto welke behandeling moet krijgen, een beetje zoals een plastisch chirurg dat ook doet voordat hij aan de slag gaat. Dodging en burning kan je dan ook zien als plastische chirurgie voor je foto’s.

Digitaal doordrukken en tegenhouden gaat een stuk sneller en preciezer. Toch is extreme precisie niet altijd beter. Integendeel: vaak is het beter om de selecties die je donkerder of lichter wil maken relatief sterk te 'doezelen' – Photoshop-jargon voor 'onscherpe randen meegeven'.

In de doka deed je dat door met je handen of een kartonnetje op een ijzeren staafje te wapperen tussen de lichtbron in de vergroter en het lichtgevoelige papier. In Lightroom of Photoshop gebeurt dat door de doezelwaarde van je gereedschap aan te passen.

Waarom doordrukken en tegenhouden?

Waarom je achteraf het licht in een foto zou herverdelen, heeft alles te maken met hoe foto’s gelezen worden. Onderzoeken hebben aangetoond dat onze ogen foto’s op een bepaalde manier scannen: licht krijgt voorrang op donker, contrastrijk op minder contrastrijk, sterk gesatureerd op minder sterk verzadigd, en scherp wint het van onscherp.

Door delen uit je foto lichter te maken en andere delen donkerder, kan je dus het verhaal dat je foto vertelt herschrijven. Als fotografie de taal van het licht is, dan zijn doordrukken en tegenhouden de klemtonen die ervoor zorgen dat je boodschap beter verstaanbaar wordt. Zo worden luchten in een landschap vaak doorgedrukt omdat er dan meer detail in de wolken komt.

Voorkomen en genezen
Uiteraard probeer je de dingen al zo goed mogelijk in je camera te krijgen. Door te wachten op een beter moment, door gebruik te maken van filters of door je onderwerp al tijdens de opname beter te positioneren ten opzichte van het licht, kan je jezelf een hoop werk uitsparen. Een andere optie is het gebruik van flitslicht om je onderwerp te accentueren en het licht al tijdens de opname daar te laten vallen waar je het hebben wil.

Er zijn echter situaties waar je de zaak niet helemaal goed kon krijgen in de camera, zoals bij onderstaande foto van een Indische tandwielenverkoper. De oorspronkelijke foto ging, als we op de helderheidswaarden afgaan, vooral over het rechterdeel van de kist waarin hij zijn winkel houdt.


Het licht was echter wat het was die dag en ik had geen flitser om daar verandering in te brengen. Door zorgvuldig door te drukken en tegen te houden slaagde ik erin om de klemtoon te verschuiven naar de man en zijn koopwaar.

Think local, act global
Delen van een foto selectief lichter of donkerder maken, hoeft niet met een borstel te gebeuren. Integendeel: hoe meer je die tijdrovende techniek kan vermijden, hoe beter.

Ik probeer zo veel mogelijk met globale aanpassingen te werken in Adobe Lightroom 4. Je kan net hetzelfde met Adobe Camera Raw 7 dat bij Photoshop CS6 geleverd wordt. Deze laaste versie van Adobes raw-software laat je via de schuifregelaars Belichting (Exposure) de middentonen van een foto aanpakken, terwijl de schuifregelaar voor Hooglichten (Highlights) en Schaduwen (Shadows) respectievelijk de lichte en donkere partijen aanpakken.

Om een te heldere lucht donkerder te maken, probeer je dus eerst om de Hooglichten-regelaar naar links te schuiven: Lightroom maakt dan zelf automatisch een selectie gebaseerd op de helderheidsniveaus van de foto, en verdonkert alleen die hooglichten. Het voordeel van met zulke globale aanpassingen werken is dat je ze makkelijk kan synchroniseren met andere foto’s.


 

In vorige versies van Lightroom moest ik mijn toevlucht nemen tot een dubbele raw-conversie en ingewikkelde lokale correcties om de lucht in deze foto door te drukken en de schaduwpartijen tegen te houden. In Lightroom 4 helpen de regelaars van het Standaardpaneel het beeld al een flink eind op weg.

Doelaanpassingen

Een andere efficiënte manier om bepaalde kleuren in de hele foto door te drukken of tegen te houden, is door in de Luminantie-afdeling van het HSL-paneel de schuiver van een kleur naar links (doordrukken) of naar rechts (tegenhouden) te schuiven. Je kan ook de Doelaanpasser (Target Adjustment Tool) in dit paneel gebruiken.

Wanneer je het gereedschap activeert door erop te klikken, kan je door te klik-slepen op een kleur in de foto die kleur donkerder (naar beneden klik-slepen) of lichter (naar boven klik-slepen) maken. Het voordeel van dit snelle en intuïtieve gereedschap is meteen ook zijn nadeel: het pakt alle vergelijkbare tinten in dezelfde mate aan. Wil je alleen de blauwe ogen van een model lichter maken, maar niet haar blauwe brilmontuur, dan kan dit gereedschap je niet helpen.

Een laatste globale aanpassing is 'Vignetten na uitsnijden' (Post-Crop Vignette) dat je in het paneel Effecten (Effects) vindt. Door de randen van het beeld te verdonkeren via een negatieve waarde voor Hoeveel (Amount) richt je de aandacht van de kijker meer naar het centrum.

De globale aanpassingen mogen dan al een al een stuk selectiviteit toelaten, ze doen dat op een weinig controleerbare manier: de Hooglichten-schuifregelaar pakt immers alle hooglichten van een beeld aan, ongeacht waar ze zich precies bevinden. De Doelaanpasser beïnvloedt alle vergelijkbare kleuren en het Vignet werkt enkel aan de rand van een beeld, en dan nog heel symmetrisch. Voor meer controle moet je dus toch een beroep doen op Lightrooms lokale aanpassingen.

 

Met de Doelaanpasser (Target Adjustment Tool) kan ik de huidtinten van dit model lichter maken, zonder ingewikkelde selecties te maken.

Het verloopfilter

De volgende stap op het ‘pad van de minste weerstand’ is de verloopfilter. Heb je een landschapsfoto met een min of meer vlakke horizon, dan is de verloopfilter de eenvoudigste manier om een lucht door te drukken. Een verloopfilter aanbrengen op je foto doe je als volgt.

Eerst activeer je het door op zijn pictogram te klikken of door de M-sneltoets in te drukken (vraag me niet welke logica er achter de naamgeving van de Lightroom-sneltoetsen zit). Dan kan je eventueel een filtervoorinstelling uit de vervolgkeuzelijst selecteren. In deze lijst kan je ook eigen combinaties van instellingen opslaan. De lijst bevat een standaard voorinstelling ‘Doordrukken’. Een alternatief is dat je zelf de schuivers gaat instellen.

In beide gevallen zie je nog niets veranderen. Immers, je moet de verloopfilter nog aanbrengen. Dat doe je door te klik-slepen in je foto: dat bepaalt de overgangszone. Kort klik-slepen maakt een harde filter. Lang klik-slepen een zachte filter. Een gouden tip is het ingedrukt houden van de Shift-toets tijdens het klik-slepen: dat houdt de verloopfilter netjes horizontaal.

Zolang de filter actief is (dat merk je aan het zwarte bolletje in het cirkeltje dat de filter voorstelt) kun je de instellingen nog aanpassen en er andere effecten aan toevoegen. Je kunt ook meer dan één filter toepassen op een foto en je kan zelfs filters op elkaar stapelen.

Om de luchten in mijn landschappen minder helder te maken, maar ook wat dramatischer, voeg ik vaak een snuifje Helderheid (Clarity) aan het filter toe, en tweak ik ook de instellingen voor Hooglichten (Highlights) en Schaduwen (Shadows). Ik heb die instellingen opgeslagen als een nieuwe lokale voorinstelling door te klikken op de vervolgkeuzelijst.

Nog twee tips over de verloopfilter: dubbelklikken op het woord Effect zet alle schuifregelaars terug naar hun standaardpositie. En met de lichtschakelaar kan je alle verloopfilters aan- of uitzetten, zodat je hun effect kan beoordelen. Deze opmerkingen gelden overigens ook voor de aanpassingsborstel.
 


 

Het verloopfilter in actie. Na het filtergereedschap geactiveerd te hebben door op het pictogram (1) te klikken en de schuifregelaars op ongeveer de gewenste waarde ingesteld te hebben, klik-sleep je dit in de foto om toe te passen. De afstand en de richting waarover gesleept wordt (2), bepaalt vanuit welke richting het effect toegepast wordt en hoe snel het naar nul afvalt. Onder (3) vind je de vervolgkeuzelijst met meegeleverde en eigen instellingen. Dubbelklikken op (4) Effect zet alle schuifregelaars terug naar hun standaardpositie; en met (5) de lichtschakelaar kun je alle verloopfilters aan- of uitzetten.

De aanpassingsborstel

Met de aanpassingsborstel in Lightroom en Camera Raw kan je dezelfde instellingen toepassen als met de verloopfilter. Alleen schilder je hier zelf waar je ze wil hebben, aan de hand van een zogenaamd masker. Dat is preciezer, maar het kost ook meer tijd.

Net zoals de verloopfilter kan je verschillende aanpassingen in één masker combineren, kan je combinaties van instellingen opslaan in een voorinstelling en kan je verschillende maskers met verschillende instellingen op hetzelfde beeld toepassen. Elk masker wordt geïdentificeerd door een pin. Als je even boven zo’n pin gaat hangen, zie je het masker in het rood verschijnen. Klikken op de pin selecteert het masker en biedt je niet alleen de mogelijkheid de instellingen ervan nog aan te passen, maar ook om het masker groter te maken of - indien je schildert met de Alt/Option-toets ingedrukt of de borstel Wissen (Erase) selecteert - een gedeelte van het masker te verwijderen.

Wanneer je boven een geselecteerde filter-pin hangt, verandert de cursor in een naar links en rechts wijzend pijltje. Klik-slepen naar links of rechts zal in dat geval de filterinstellingen verhogen of verlagen. Stel dat je bijvoorbeeld Belichting op -2 en Helderheid op +50 gezet hebt, dan zal klik-slepen naar links de Belichting verhogen (richting 0) en de Helderheid verlagen (richting 0). Een geselecteerd masker (of verloopfilter) helemaal verwijderen doe je met de Delete-toets.

Instellingen voor de borstel
De instellingen onder Borstel (Brush) verdienen wat toelichting. Grootte (Size) regelt de grootte van de borstel. Handig is dat deze in pixels uitgedrukt even groot blijft, indien je inzoomt. In plaats van je borstel te verkleinen om meer gedetailleerd te werken, kan je dus ook inzoomen: doordat je borstel absoluut even groot blijft, wordt hij relatief kleiner!

Je kan de borstelgrootte ook aanpassen via de vierkante haakjes (die helaas ontbreken op Belgische toetsenborden), het scrolwiel van je muis of, zoals ik het doe, via de draairing van mijn Wacom Intuos 5 Touch-tablet.

Met de waarde voor Doezelaar (Feather) stel je de zachtheid aan de rand van de borstel in. Voor doordrukken en tegenhouden zal je meestal een vrij hoge doezelwaarde willen gebruiken. Behalve via de schuifregelaar kan je ook met de shift-toets in combinatie met de vierkante haken of het scrolwiel de doezelwaarde regelen.

Stroom (Flow) bepaalt in hoeveel overlappende borstelstroken je een effect opbouwt. Schilder je bijvoorbeeld met een Belichting van -2, maar met een Flow lager dan 100%, dan moet je een paar keer over en weer schilderen vooraleer het effect volledig opgebouwd is. Sommigen verkiezen zo te werken, zelf zet ik de Flow meestal op 100%: nuances aanbrengen doe ik namelijk via de drukgevoelige pen van mijn tablet.


 

Automatisch maskeren (Lightroom Sneltoets A) kan handig zijn terwijl je met de borstel schildert. Indien aangevinkt (1), zal de borstel alleen die gebieden selecteren die ongeveer dezelfde kleur en helderheid hebben als die waar je begonnen bent met schilderen. In dit geval wilde ik het oranje kruidenpoeder donkerder maken. Zolang ik met het kruisje in het centrum (2) van de borstel niet buiten het oranje schilder, mag de harde (3) en zelfs de zachte (4) zone van de borstel probleemloos over de rand gaan.

Een laatste variabele is Dekking (Density): deze gedraagt zich als een volumebeperker voor het effect dat je ingesteld hebt: als je in hetzelfde voorbeeld van daarnet de Dichtheid op 50 zou zetten, schilder je - ongeacht het aantal overlappende borstelstroken - nooit met meer dan -1 Belichting.

Alhoewel je door de Dekking te variëren meer controle hebt, werk ik meestal met volledige Dekking: de lokale aanpassingen in Lightroom moeten vooral snel gaan. Wil ik meer controle, dan gebruik ik ofwel Photoshop of de plug-ins (uitbreidingen) van Nik Software.

Nog één optie van de borstel is het vermelden waard: Automatisch maskeren helpt je om niet ‘buiten de lijntjes te kleuren’ bij het maken van moeilijke correcties. Het nadeel van deze optie is helaas dat de randen van de selectie gekarteld kunnen zijn, wat opvalt bij sterkere aanpassingen. Dus altijd even het resulterende masker inspecteren. Zet Automatisch maskeren ook weer uit wanneer je het niet meer nodig hebt, anders dreigt je volgende lokale aanpassing misschien niet het gewenste effect op te leveren.

Doordrukken en tegenhouden in Photoshop

 


Er is een reden waarom de gereedschappen voor doordrukken en tegenhouden er zo uitzien in Photoshop. Ze zijn een gestileerde versie van de hulpmiddelen die analoge fotografen in de donkere kamer gebruikten, zoals je aan het begin van dit artikel kon lezen. Net zoals in Lightroom en Camera Raw heb je de mogelijkheid om je selectief op de hooglichten, middentonen of schaduwen te richten. ‘Kleurtinten beschermen’ laat je daarbij aangevinkt.

Je kunt dus al heel wat in Lightroom of Adobe Camera Raw. Het voordeel van daar te werken is dat je volledig niet-destructief werkt - je kan dus altijd terug - én dat je bestanden veel kleiner blijven. Om buiten Lightroom of Camera Raw een vergelijkbare bestandskwaliteit te hebben, moet je met 16 bits tiff- of psd-bestanden werken: die zijn makkelijk vier à vijf keer groter dan de raw waar ze van afgeleid zijn.

Toch heeft ook Photoshop zelf zijn plaats in het Doordrukken & Tegenhouden-verhaal, zeker als je met een drukgevoelige pen en tablet werkt. Complexe selecties maak je makkelijker in Photoshop dan in Lightroom of Camera Raw en ook de drukgevoeligheid van een pen en tablet is in Photoshop subtieler: door de druk op je pen te vergroten of te verkleinen, kan je meer of minder doordrukken of tegenhouden. Op die manier krijg je heel realistische resultaten.

Zoals je in de screenshot kan zien, heeft Photoshop zijn eigen gereedschappen voor doordrukken en tegenhouden, maar die voegen weinig toe ten opzichte van de tools in Lightroom of Camera Raw. Bovendien zijn ze destructief: ze veranderen je pixels definitief. Als je ze wil gebruiken, kan je dus maar beter op een kopie van de achtergrondlaag werken.

Je kan ook niet-destructief doordrukken en tegenhouden in Photoshop: er zijn verschillende technieken, waarvan we er hier twee doornemen.

 

!
 

Doordrukken en tegenhouden op een aparte laag, gevuld met 50% grijs en in de overvloeimodus ‘Zwak licht’.

Schilderen op grijs
In de eerste techniek maak je een nieuwe, lege laag aan boven aan je laagstapel en vul je deze met 50% grijs. Daarna verander je de overvloeimodus naar Zwak licht (Soft Light). Het grijs is neutraal in deze overvloeimodus: je foto ziet er dus net als tevoren uit.

Het interessante is echter dat, wanneer je met een witte (of lichter dan 50% grijze) borstel schildert in deze laag, het daaronder liggende beeld lichter zal worden. Wil je doordrukken, dan schilder je met een zwarte of donkergrijze borstel. Je kan ook gewoon schilderen met zwart of wit en door de Dekking (Opacity) van de borstel te veranderen subtiele effecten verkrijgen.

Werken op een aparte laag heeft tal van voordelen: je kan de laag verwijderen en opnieuw beginnen, de Dekking (Opacity) van de laag zelf aanpassen om het effect te verminderen of de laag dupliceren om het te versterken. Door het gebruiken van de filter Gaussiaans vervagen (Gaussian Blur) op de laag, kan je zelfs achteraf nog het effect van een hogere doezelwaarde op je borstel simuleren.

Met aanpassingslagen
Wanneer je grotere delen van een foto moet doordrukken of tegenhouden, kan het schilderen behoorlijk tijdrovend zijn. Vaak kan het eenvoudiger zijn om een ruwe selectie te maken, deze voldoende te doezelen en dan met een aanpassingslaag te werken.

De techniek gaat als volgt: selecteer het gebied dat doorgedrukt of tegengehouden moet worden. Doezel de selectie nu nog niet - dat doe je later, volledig niet-destructief. Maak een nieuwe aanpassingslaag Curven (Curves) via Laag > Nieuwe aanpassingslaag > Curven (Layer > New Adjustment Layer > Curves).

Zet de overvloeimodus van de aanpassingslaag op Helderheid (Luminosity) om kleurzwemen zo veel mogelijk tegen te gaan. Om door te drukken, trek je het midden van de curve iets naar beneden, om tegen te houden iets naar boven. Je selectie zal nu donkerder of lichter worden. Maar omdat ze niet gedoezeld is, valt het effect uiteraard veel te veel op.

Vanaf Photoshop CS5 kan je echter het masker van de aanpassingslaag niet-destructief doezelen. In CS5 doe je dat met de Doezelaar-schuifregelaar in het Masker Paneel (Venster > Masker). In CS6 is die schuifregelaar verhuisd naar het paneel Eigenschappen (Properties).

Stel de doezelwaarde zo in dat de overgang tussen het bewerkte en niet-bewerkte deel onzichtbaar wordt. Hoe groter de selectie, hoe groter de doezelwaarde normaliter mag zijn. Door met aanpassingslagen te werken, kan je opnieuw de dekking nog aanpassen om het effect te temperen of de laag dupliceren om het effect sterker te hebben.

Automatiseren
Welke van beide technieken je ook gebruikt: een flink deel van de stappen zijn automatiseerbaar in de vorm van Photoshop Handelingen (Actions). Bovendien kan je met de Configurator App van Adobe zelf eigen panelen en dus een eigen interface maken voor die handelingen. Zo heb ik EasyDodge gemaakt, een paneel om snel en efficiënt door te drukken en tegen te houden in Photoshop. Je hoeft alleen nog de selectie te maken, en te klikken op de knop die je nodig hebt, waarbij je keuze hebt uit vier doezelwaarden (die je sowieso achteraf nog kan aanpassen).

Welke techniek en welk programma je ook gebruikt, hopelijk vind je in dit artikel voldoende informatie om je voortaan niet meer te laten tegenhouden wanneer het op doordrukken aankomt.

Meer weten?

 


 

Meer weten over het Photoshop-paneel EasyDodge? Veel info en een video over de versie voor de Nederlandstalige Photoshop CS5/CS6 vind je hier. Heb je een Engelstalige Photoshop CS5/CS6? Dan kan je EasyDodge, inclusief een Engelstalig eBook van 90 pagina’s verkrijgen via http://craftandvision.com/books/dodge-burn-full-package/.

bron: Shoot

Extra beelden

Gerelateerde artikels op Shoot.be



Stijl wijzigen: zwart Wit grijs
Maak kennis met
onze partner: