Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Media Services om cookies te gebruiken.

De schoonheid in verval

Urban explorer Henk van Rensbergen vertelt

De schoonheid in verval
Schijnbare chaise longue in een verlaten kasteel, België. (c) Henk van Rensbergen

Henk van Rensbergen maakt al meer dan 20 jaar foto’s van leegstaande gebouwen, op zoek naar het mysterie en de schoonheid van het verval. In dit artikel laten we hem zelf aan het woord.

Achter een lange muur staat al jaren een verlaten fabriek. Op een dag stonden de arbeiders voor een gesloten poort. Het bedrijf was failliet. Een curator legde beslag op de goederen en liet de gebouwen verzegelen.

Binnen bleven kleren en laarzen, kasten vol papieren, machines en gereedschap liggen. In de daaropvolgende maanden worden waardevolle spullen verkocht, met een beetje goede wil wordt het archief gered.

Uitgekleed wordt de fabriek uiteindelijk vergeten. Dieven vinden hun weg naar het ijzer en koper, in hun spoor gevolgd door vandalen en graffitispuiters en -kunstenaars. Onkruid en klimop overwoekeren de gebouwen, boompjes groeien door de daken, dieren vinden een schuilplaats in deze nieuwe jungle.

Ergens in dit proces kruip ik door een gat in de omheining deze wondere wereld binnen. Onder een laag stof vind ik een ziel en een verhaal. Maar het gekrenkte gebouw geeft zijn geheimen niet zomaar prijs. Je moet luisteren naar de stilte en door de beschadigde façade heen kijken. Soms toont een gebouw zijn ware gelaat pas na een paar bezoeken, en blijkt een indrukwekkende kolos een kwetsbare ziel te verbergen.

Op mijn foto’s staan geen mensen, en toch gaat het over hen die hier leefden en werkten. De muren waren getuige van hard labeur en miserie, van liefde en vriendschap, van drama en banaliteiten. De foto’s vertellen dat verhaal.

Urban explorers hebben manieren
Al meer dan twintig jaar (her)ontdek en fotografeer ik die mysterieuze, vergeten plekken. In de beginjaren was er nog geen sprake van digitale fotografie. Met mijn website over abandoned places was ik in de jaren ’90 een pionier. Met een handvol verwante zielen onderhielden we contact over onze passie. Vele bezoekers voelden zich aangesproken en sommigen trokken er ook zelf op uit – in West-Europa, Amerika, Canada en Australië.

Onze passie kreeg ook een naam: urban exploration, kortweg UE. En hoewel deze naam een veel bredere lading dekt, spreekt het onderzoeken van leegstaande gebouwen het meest tot de verbeelding. Duizenden explorers bekeken de wereld met andere ogen: altijd op zoek naar nieuwe ontdekkingen. Via het internet wisselen ze informatie uit. Jammer genoeg werden sommige plekken al na een paar dagen gevandaliseerd of leeggeroofd. Daarom wordt goede informatie niet meer zo onbezonnen op het net gegooid. Echte urban explorers zijn discreet en hebben manieren.

Ethos: wat kan wel en wat niet?

In zijn boek Access all Areas formuleert Ninjalicious het ethos van de urban explorer als volgt: ”Take nothing but photos, leave nothing but footprints” (Neem alleen foto’s, laat alleen voetafdrukken achter). Je hoeft geen souvenirs mee naar huis te nemen om je een plaats toe te eigenen. Vergelijk het met de Zen-achtige benadering van eigendom: “Ik bezit een grote collectie schelpen, die ik bewaar op alle stranden van de wereld – je hebt ze ongetwijfeld al gezien?” (citaat van Steven Wright).

Maar het respect gaat ook uit naar de eventuele eigenaars van de verlaten gebouwen: het kan nooit de bedoeling zijn in te breken, last te berokkenen of op welke manier dan ook de privacy te schenden.

De scheidingslijn tussen wat kan en wat niet kan is niet altijd even duidelijk. Door een opening in de omheining van een vervallen fabriek stappen baart weinig zorgen. Maar wat doe je met oude brieven die je in een verlaten huis vindt? Hoe zit het met de kasten vol medische dossiers in leegstaande ziekenhuizen?

Het is onvoorstelbaar hoe nonchalant sommige bedrijven omgaan met hun eigendom: de deuren staan letterlijk open. Niet alleen is dit voor explorers een uitnodiging om binnen te lopen, het stelt bezoekers ook bloot aan de gevaren die in dit soort gebouwen schuilen.

Sommige verlaten gebouwen heb ik kunnen bezoeken met toelating van de eigenaar. Raar genoeg werd zo’n bezoek een van mijn spannendste: de conciërge sloot me voor een paar uur op in een leegstaande universiteit terwijl een dievenbende in de kelder bezig was het koper te stelen.

Achter de gesloten deuren

Niet alle abandoned places dienen zich aan op een gouden dienblad, bij sommige lukt het zelfs helemaal niet om binnen te komen. Het dichtmetselen of -timmeren van ramen en deuren is een beproefde manier om een gebouw dicht te maken. Security of een eigenaar die het been stijf houdt is een andere mogelijkheid.

Zo was er de cinema Rio Grande in downtown Natal, Brazilië. Dit betonnen bakbeest in art-décostijl staat net naast de katholieke kathedraal. In de gloriedagen was het een centrum voor cultuur en amusement. De cinema eindigde zijn carrière als schemerduistere zaal met een hoofdzakelijk mannelijk publiek.

Toen ik toegang probeerde te krijgen, stuitte ik op een muur van beleefde maar resolute afwijzing. De eigenaar had de enige sleutel aan de nieuwe huurder gegeven, die had hem aan de architect gegeven, en die weer aan de ingenieur van de bouwfirma. Uiteindelijk had niemand de sleutel. Het was duidelijk dat de Evangelische Kerk, de nieuwe huurder, niet happig was op een fotograaf die de vergane glorie van deze vieze-mannentempel zou vastleggen net voor deze tot gebedsruimte zou gerenoveerd worden.

Ook in een leegstaand huis verliep het eens niet helemaal volgens plan. In de woonkamer groeide er een enorme boom, tot door het dak. Hij had prachtige wortels die helemaal tegen de muur omhoog kropen. Maar toen ik mijn toestel richtte, werd ik aangevallen door een zwerm woeste bijen en vier keer gestoken.

Alleen op pad: spannend maar riskant
Meestal ga ik alleen op pad om de dialoog tussen het gebouw en mezelf ongestoord te houden. De kick, de spanning en soms de angst zijn sterker en de ervaring is unieker als je alleen door verlaten gangen loopt. Maar alleen zijn is ook een risico. Je kan nooit perfect de gevaren van een gebouw inschatten: rotte treden, wankele structuren, chemische stoffen, asbest…

Dat is een van de redenen waarom je zo moeilijk officiële toestemming van de eigenaar kan krijgen; een verlaten gebouw kan onmogelijk aan alle veiligheidsvoorschriften voldoen. Na een stevige storm storten soms hele delen van een gebouw in.

Je weet ook nooit wie er nog ronddoolt door de duistere gangen. Soms hoor je andere mensen, soms ruik je ze of zie je ze (of zij jou?). Het is niet vanzelfsprekend om nog gewoon foto’s te maken, en te genieten van de zoektocht, als je voetstappen op een andere verdieping hebt gehoord. Je weet nooit zeker hoe andere bezoekers reageren.

Om al die redenen durf ik niemand aan te raden zelf op onderzoek uit te gaan. Het hoeft ook niet: er zijn mooie boeken over verschenen, en er is veel over te vinden op het internet.

De techniek

Op mijn zestiende kreeg ik mijn eerste reflexcamera, een Pentax Program A, het kleine broertje van de Super A. Het was een goed apparaat om mee te starten. Ik heb eindeloos geëxperimenteerd en schreef voor iedere foto de belangrijke parameters op, zodat ik er achteraf van kon leren. Er was toen nog geen sprake van Exif-informatie of histogrammen.

Jaren later kocht ik een twintig jaar oude Leica M4-P, een 50mm- en 35mm-objectief. Het duurde een tijd voor ik weer tevreden kon zijn met het resultaat. Omdat dit toestel geen ingebouwde lichtmeter had, gebruikte ik een spotmeter: een manier om een heel precieze controle te houden over de belichting.

Overstap naar digitaal
Ik heb lang gewacht voor ik op digitaal overschakelde. Mijn eerste digitale toestel was de Canon EOS 5D, en sindsien heb ik mijn Leica nooit meer gebruikt. Tegenwoordig werk ik met een Canon EOS 5D mark II. Voor afdrukken boven de 60x90cm komt die hoge resolutie van pas. Voor architectuurfotografie is de Live View een zegen.

Maar deze digitale toestellen halen niet dezelfde dynamiek als de film waarmee ik vroeger werkte. Je krijgt dan die lelijke witte luchten of met ruis vervuilde schaduwpartijen. Een mogelijke oplossing is om meerdere belichtingen te maken en met Photoshop de details te gaan halen waar ze zijn. Een extreme vorm hiervan is HDR (high dynamic range). Het levert vaak spectaculaire resultaten op, maar gaat het ook snel weer vervelen. Ik ben eigenlijk niet dol ben op het scherpe, metalige, cleane maar ook dunne gevoel van veel digitale foto’s.

Kleur of zwart-wit?
Met de digitale fotografie is het antwoord op de vraag 'kleur of zwart-wit' veel eenvoudiger geworden: kleur bij de opname, de beslissing pas nadien achter de computer. Uiteindelijk heb ik geen voorkeur voor het ene of het andere. Zwart-wit straalt misschien eerder het tijdloze uit, terwijl kleur een extra ingrediënt is dat de foto meerwaarde kan geven. Belangrijk is om consequent te zijn binnen een reeks foto’s. Dat betekent niet dat ik geen kleur en zwart-wit in één reeks zal zetten, maar wel dat er een lijn in de reeks moet zitten.

Ik ga op stap met een fotorugzak en een kleine buiktas. In de rugzak zitten objectieven (de schitterende Canon 14mm, een Tamron 28-70 en een Sigma 50mm macro), twee zaklampen, een leatherman en eventueel wat eten en drinken. In de buiktas zit de camera met het meest gebruikte objectief (de Canon 17-40mm f4) en een opgeladen gsm (in trilstand).

Samenhang
In principe fotografeer ik zo veel mogelijk met dezelfde brandpuntsafstand: het geeft een zekere coherentie aan de reeks, en ik vermijd het veelvuldig wisselen van objectief op locatie. Verder heb ik altijd een statief bij me. Een flits gebruik ik nooit. Ik sta liever tien minuten in het donker met de camera open, dan het koude, platte licht van de flits te gebruiken. Als er echt geen licht is dan, dan zet ik de camera in de B-stand (Bulb) en maak licht met een zaklamp. Dat geeft een Hitchcock-sfeertje.

De sfeer vertalen

Ik hecht veel belang aan technische perfectie: een foto moet of recht staan of keihard scheef, maar niet een beetje recht. Je kunt het wel rechttrekken in Photoshop, maar dat gaat ten koste van de kwaliteit, ook als je veel pixels hebt. Om dezelfde reden kadreer ik altijd zo juist mogelijk.

De belichting is van groot belang: niets is lelijker dan kleurrijke ruis in de schaduw of compleet witte vlakken. Ik ga op zoek naar detail in alle hoeken van de foto. Hiermee beweer ik overigens niet dat alles scherp moet zijn, integendeel.

Gelukkig is een foto meer dan goed uitgevoerde techniek. De grote uitdaging voor mij is om de sfeer die ik proef in een verlaten gebouw te vertalen naar mijn foto’s. Een fabriek maakt een heel andere indruk dan een verlaten villa of een ziekenhuis. En de ene fabriek is trouwens de andere niet.

Alles op dezelfde manier fotograferen werkt niet. Ik heb vaak even tijd nodig om te begrijpen waar ik mee bezig ben. Soms bekijk ik ‘s avonds mijn foto’s en stel vast dat ik het gebouw niet begrepen heb, en dus nog eens terug moet. Het is dat tijd nemen om te kijken, luisteren, ruiken en voelen, dat proces om bewuste keuzes te maken dat de manier van foto’s maken bepaalt.

Zelf op verkenning?

Toen we Henk van Rensbergen vroegen een lijstje te maken met tips voor onze lezers, reageerde hij terughoudend. Wat hij doet is risicovol, hij wil anderen niet aanzetten tot onverantwoorde acties. Hou altijd onderstaande regels in gedachten.

* Leegstaande gebouwen worden bouwvallig. Dat betekent dat je niet weet wanneer en wat er kan instorten. Hout is absoluut onbetrouwbaar; het kan rotten zonder dat je dat ziet. Soms worden houten planken over een gat in de vloer gelegd, na een paar jaar zak je daar gewoon doorheen. IJzer roest, waardoor relingen gewoon afbreken.

Beton is meestal stevig, maar kan je verpletteren wanneer het instort. Plafonds en daken begeven het, dakpannen en bakstenen vallen soms zonder reden naar beneden.

* Blijf af van chemische spullen, vermijd ruimtes waar buizen zijn met beschadigde isolatie (mogelijk asbest). Bij twijfel, niet doen.

* Respecteer het gebouw. Breek nergens binnen, schend geen privacy (je bent geen inbreker). Neem niets mee (je bent geen dief), maak niets kapot, laat geen rommel achter en klad je naam niet op de muren (je bent geen vandaal).

* Kies de juiste uitrusting. Je hebt nodig: stevige schoenen, warme kleding in de winter, twee zaklampen, proviand, een gsm met opgeladen batterij. Ga liefst met meerderen op stap, dat is veiliger mocht er iets gebeuren. Laat iemand weten waar je naartoe gaat, dan kunnen ze je zoeken als je niet terugkeert.

* Let op je fotospullen. In principe zijn een of twee objectieven genoeg. Vermijd regelmatig wisselen van objectief, zeker in een stoffige omgeving: bij iedere wissel neemt het risico op stof in je camera toe. Schakel bij het wisselen je camera uit en hou de opening naar beneden gericht. Gebruik een goed statief.


Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Shoot nummer 5. Alle onderstaande beelden zijn gemaakt door Henk van Rensbergen.