Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier. Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Data Services om cookies te gebruiken.

Reizen, door het oog van de lens

Reisfotografie in de praktijk

Reizen, door het oog van de lens
Reizen, door het oog van de lens

Reisbestemmingen zijn een gedroomde setting voor elke fotoliefhebber. Andere locaties, andere onderwerpen, ander licht. Mensen in vreemde culturen, dieren die je nooit eerder zag. Redenen genoeg om je fototoestel mee te nemen op reis. Welk fotomateriaal je best meeneemt in je bagage, is vooral afhankelijk van wat je ermee van plan bent.

Een volle fototas met de nodige apparatuur blijft ook in het digitale tijdperk veel plaats opeisen. Wees daarom streng in je keuze van wat je meeneemt, en huldig het credo “kill your darlings”. Een hoogwaardige 300mm tele is natuurlijk een fantastische lens om dieren in de natuur te fotograferen, maar als je van plan bent een citytrip naar New York te maken, zeul je die joekel het grootste deel van de tijd toch maar ongebruikt mee. En ook die fish-eye waar je zo lang voor spaarde, laat je best thuis als je denkt hem niet echt nodig te hebben. Met een stevige groothoek en een pasje achteruit krijg je hetzelfde effect zonder de vervelende vervormingen die wel eens een leuke gimmick kunnen zijn, maar meestal toch geforceerd overkomen.
 

Kiezen

Wat je wel meeneemt hangt voor een stuk van je reis af. Dwingen de omstandigheden je om licht te reizen, dan kan je bijvoorbeeld opteren voor een body met één zoomlens met een fors bereik. Zo’n ‘reislens’ hoef je tijdens de reis niet te wisselen en biedt een groot bereik, van groothoek tot tele. Nadelen zijn er ook: tenzij je over een erg stevig budget beschikt, is zo’n reislens niet echt lichtsterk en biedt ze ook niet echt veel scherptediepte.
Zijn er geen beperkingen wat bagageruimte betreft en beschik je over een tweede body, dan neem je die best mee in combinatie met een stevige groothoek en twee telelenzen, bijvoorbeeld een 28-135mm en 80-200mm. Met dit materiaal kom je al een heel eind.

Inpakken

Verpak alles zo luchtdicht mogelijk; als je naar streken gaat met een hoge luchtvochtigheid, steek je best ook wat van die waterabsorberende zakjes die je in de verpakking van elektronica vindt in je tas. Dat zal je een hoop ellende besparen. Batterijen en beelddragers steek je in luchtdichte doosjes, stijl Tupperware. Nog beter zijn doosjes waar ongeknipte filmrollen in verpakt werden, aangezien die ook nog eens lichtdicht zijn. Ieder kiest naar eigen behoefte voor filters, flitsers en andere accessoires. Maar denk eraan: hoe meer je meeneemt, hoe meer je te dragen hebt. Het spreekt vanzelf dat je fototas in de handbagage meegaat. Stap je op een vliegtuig, controleer dan zeker of je fototast niet te groot of zwaar uitvalt. Concrete richtlijnen over de maximale afmetingen en gewichten vind je op de website van de vliegmaatschappij.

 

Neem je tijd

Iedere fotograaf heeft zijn voorkeursonderwerpen. Kiest de een voor landschapsfotografie, dan zal een ander eerder opteren voor een portret of een levendige reportage van een lokale markt. Als je later een boeiend reisfotoalbum wil maken, dan probeer je best een bonte mix te maken van deze fotostijlen. Niets bladert zo leuk als een album dat een variatie biedt aan vergezichten, portretten, close-ups en reportagefoto’s.
Wat je onderwerp ook is, neem vooral je tijd om je foto nauwgezet op te bouwen. Kies voor het juiste licht, zelfs als dat betekent dat je nog een keer naar die mooie plek moet terugkomen. Iedereen weet dat avond- en ochtendlicht een veel beter resultaat garanderen dan een felle middagzon. Durf tegenlicht in je foto gebruiken; het silhouet van een boom of gebouw kan evenveel vertellen als een ‘juist’ belicht beeld. Probeer een beeld boeiend te maken door je standpunt te veranderen, en loop rond je onderwerp vooraleer je kiest vanuit welke hoek je werkt. Ook hier zijn lichtinval en compositie de belangrijkste aspecten in je foto.

Even vragen

Kies je voor portretfoto’s, wees dan zo beleefd om je onderwerp om toestemming te vragen als dat enigszins mogelijk is. Bij een snapshot op een straathoek waar tientallen voorbijgangers passeren hoef je natuurlijk niet iedereen aan te spreken, maar als je graag een mooi beeld van de doorgroefde kop van die Griekse boer maakt, vraag het hem dan gewoon even. Betrek je onderwerp bij je werk en toon hem de foto. Met de digitale fotografie is het direct toonbare eindresultaat juist nu een groot voordeel. Je zal ervan versteld staan hoe graag mensen poseren als je hen op een correcte manier behandelt. Je hoeft, ook bij portretfotografie, niet altijd beeldvullend tewerk te gaan. Zet je onderwerp(en) op een betere plek als je dat nodig vindt voor de compositie. Het uiteindelijke resultaat zal veel beter ogen als dat van een snelsnelfoto.

Compositie

Een groothoek is, zeker op reis, een ideale lens. Reisfotografie vertelt een verhaal, en met een groothoek kan je veel informatie op één beeld brengen. Denk bij traditionele beelden aan één van de basisprincipes in de beeldvorming die veel mensen weleens durven vergeten: de ‘gulden snede’! Je beeldhorizon steeds op 1/3 boven of onder het beeld positioneren garandeert een rustige beeldopbouw. De rest vul je in naar eigen goeddunken. Net als bij een goede pizza begint alles bij een degelijke basisdeeg. Je kan dus ook een boeiend verhaal vertellen met weinig informatie, zolang je maar rekening houdt met de basisprincipes van een goede compositie.
Spelen met traditionele onderwerpen is natuurlijk het leukste dat er is. Je zoontje fotograferen op een plek waar al heel de wereld gepasseerd is, is enkel leuk als je iets doet met de combinatie van de twee. Een foto wint ook heel veel aan sterkte als je gebruikmaakt van een compositie die veel fotografen uit het oog verliezen: het aanwenden van voor- en achtergrond met een juiste scherptediepte of – in sommige gevallen – een gebrek daaraan.

Kijken

Een belangrijke tip nog. Je mag de beste lenzen en het meest gesofisticeerde materiaal bijhebben, het meest kostbare instrument van de gedreven fotograaf blijven zijn ogen. Kijk rond, overal waar je bent. Zet je zonnebril af als je fotografeert. Je krijgt een hele andere kijk op je beeld in het echte licht. Bedenk dat in elk onderwerp een leuke foto zit. En vooral, neem altijd je fototoestel mee. Je wil immers niet gefrustreerd rondlopen wanneer je net dat prachtige beeld voor ogen ziet dat je heel je vakantie al wou vastleggen, terwijl je camera niet binnen handbereik ligt.